Maandelijks archief: november 2014

Villa Steenschot – 1. we denken na

We weten wat en waar. Een tuinhuis van 4m op 3m (ongeveer), met een plekje om te zitten. De plek waar het tuinhuis komt, is de plaats in de tuin waar de zon, zelfs in de winter, het langst present geeft. ’t Zou zonde zijn om daar niet van te profiteren.
Onze tuin is smal, dus alle plaats wordt benut: een stuk beukenhaag moet verzet worden om de (oost)muur zo dicht mogelijk bij de perceelsgrens te kunnen bouwen.
Verder weten we ook al dat we geen lelijke asfalten “shingles” willen zien, of één of ander soort kunststof dak. We willen een groendak. Ik haalde de mosterd hier, maar meneer des huizes ziet zichzelf al sukkelen met een grasmaaier op het dak, en stelde voorwaarden. Geen hooggroeiende vegetatie, wel groen, dus eerder van het vetplantjesras.
Een dubbele deur op de lange (west) kant.
Compostbakken aan de korte (noord) kant. Toch op een klein afstandje, we willen niet dat de muur van het tuinhuis mee composteert.
Een raam op de korte (zuid) kant.Voor dat raam (aan de binnenkant ) : plaats voor een tafel, om zaailingskes op te zetten, om een plateau glazen en hapjes kwijt te kunnen, om te zitten vogeltjes beloeren, om een moestuinplanneke op te leggen, om als hangplek te dienen, enfin, iets stevigs dus. Misschien wel muur-tot-muur, eerder een soort rek, of zeer brede vensterbank.Vóór dat raam (aan de buitenkant) : een stukje zonneterras, zoals hier. Waar we kunnen “chillen” (meest populaire woord bij de jeugd des huizes, ondanks naderende examens).
Wat we ook zeker moeten voorzien is een systeem om het tuingerief overzichtelijk op te bergen. Best ook iets wat niet te ingewikkeld is, want de kans dat alles dan weer op een hoopje gesmeten wordt is aanwezig. Jaja, wij kennen onze zwakheden…
Kruiwagen en grasmachine moeten er ook een onderkomen vinden, net als een reeks bloempotten, een koffer met zeilen en netten, een ton of bak met kippenvoer, en een aantal reserve dakpannen. Zo van het soort dat je niet kan wegdoen, stel dat er ooit toch één vervangen moet worden. En dat maal vijftig. Plus nog wat nokpannen. In de winter moeten de parasol en tuinstoelen daar ook binnen, en de wasmolen er liefst nog bij. Dat zal wel lukken, gezien dat alles nu ook in ons barakske van 2m op 1,5m past. Ik hoop alleen dat het wat minder in laagjes ligt, en dat het geen uur duurt alvorens ik bereik wat ik nodig heb. Je zal altijd zien dat wat je nodig hebt ergens vanonder-vanachter verzeilde. Of is dat alleen hier zo?
Verder wil ik aan de buitenkant ook een aantal insectenwoonsten voorzien, een beetje zoals hier, al hoeft het niet zo strak voor mij. Tegen de zuidmuur graag ook nog een leifruitboom, liefst abrikoos of perzik. Voor het terrasje een stuk border met geurende bloemen. Er mag er zelfs ééntje wat klimmen, en de haag in een lieflijke omarming wat fleuriger maken.
In het dak moeten een aantal oogvijzen zitten, zodat we gemakkelijk ons zonnezeil kunnen bevestigen.
Tijdens de aanleg van de tuin hadden we gelukkig een helder moment: terwijl we toch aan ’t spitten waren, hebben we ineens maar de electriciteitskabel doorgetrokken tot aan het tuinhuis-to-be. Nu kunnen we een aantal stopcontacten binnen en buiten voorzien. Altijd handiger dan kabel na kabel na haspel na kabel te moeten monteren.
Als er van de steenschotten nog wat overblijft, knutsel ik daar graag nog een bankje of tafeltje van, om op het zonneterrasje te zitten genieten.
Het skelet van het huis wordt gemaakt uit H-palen, in metalen houders op een toefje stabilisé. Tussen de palen worden dan de steenschotten geschoven, zodat de planken horizontaal liggen, en de metalen stukjes onzichtbaar zijn. De steenschotten zullen douglashout zijn, de palen waarschijnlijk azobe. De steenschotten voor de vloer moeten azobe zijn. Geen idee wat dat hier is met de grond, maar alles rot hier sneller door dan wij verwachten.

Zijn er nog dingen die we vergeten? Musts en don’ts? Laat maar weten.
Ik sta in elk geval te popelen om er aan te beginnen!

 

 

Advertenties

Zou dat kunnen ?

Een vraagje aan de ornithologisch meer onderlegde medemensen: deze morgen (eventjes) op het terras gespot: vogeltje met lange grijze staart, donkere lendenstreep, bleke borst en gele vlek onder zijn staart. Bijzonder elegant beestje om te zien. Hupte rond op hetzelfde moment dat de mussen, mezen en een roodborstje present gaven.

Bijkomende info:
*In onze tuin wordt gul voedsel verstrekt aan de kleine vogelkes.
*Op een kleine 200m in vogelvlucht stroomt een beek.
*Het vogeltje leek mij te pulken in een hoopje nat gras dat gisteren vanuit de moestuin meereisde tot hier bijna voor de deur, aan de onderkant van mijn bottin.

Zou dat nu echt een grote gele kwikstaart kunnen zijn? Hij leek wel erg op deze.  Indien ja: me happy! Indien nee: wat zou het dan wél kunnen zijn?
Ik  leg mijn fototoestel alvast terug wat dichter bij de achterdeur, stel dat hij/zij nog eens landt…

En toen…hadden wij een serre.

Een echte. Van glas. Met een zaaitafel. Met ramen die automatisch opengaan. Met een schuifdeurtje. Met dakgoten en een afvoerpijp om regenwater in van die gigantische blauwe tonnen te laten lopen. Met een paadje.

Niet dat die serre zomaar ineens daar stond hé, ah nee. Ze lag al sinds deze zomer in de tuin, de aluminium profielen en rubbers op een pallet, de deur en de dakramen stonden tegen de haag, en de glazen tegen de omheining aan de overzijde. Al die onderdelen liggen hier sinds deze zomer. Op facebook verscheen ineens ergens een link naar een tweedehandsserre, ik reageerde, en de man aan de andere kant van het scherm typte: “ok, verkocht”. Zeer sympathiek, ik was de eerste die reageerde, hoefde er niet direct om te komen, en kreeg nog vanalles extra mee uit zijn tuin. Man en oudste zoon deden de afbraak en namen wat foto’s om de opbouw te vergemakkelijken, en toen lag alles dik in de weg, tot nu.

Hoewel het op Youtube maar 7 minuten duurt, hadden wij toch drie namiddagen nodig. Namiddagen, ja, in een lang weekend zijn wij niet zo’n ochtendmensen. Gelukkig was het zalig weer, waarin het niet zo erg was om met emmer, spons en tuinslang de nodige voorbereidingen te treffen. De vlinders fladderden rond ons hoofd, en eentje kwam zelfs een goedkeurend schouderklopje geven.

atalanta op mijn schouder

Er zijn een aantal dingen die je moet weten als je zo wat constructiespeelgoed voor grote mensen ineensteekt:

*Alles is zwaarder, scherper en gevaarlijker dan lego of k’nex. De dikte van het glas kan je afleiden aan de snijwonden op je hand: 2 parallelle lijnen met 4 mm tussen? Tuinbouwglas van 4 mm! Goeie kwaliteit dus.
* Groot zijn, en lange armen hebben is handig. Anders gebruik je een laddertje. Zelfs als je groot bent, en lange armen hebt, is dat laddertje toch nodig om de rubbers van het dak aan te kunnen duwen.

rubbers plaatsen op serredak
*Een bouwhandleiding van een serreke is veel soepeler dan die van Ikea. De schuifdeur erop, er weer af, nog eens er op, en toch weer er af, omdat dat nu eenmaal makkelijker was om het glas te steken. Ook de nummertjes op het glas, secuur aangebracht door oudste zoon: volledig te negeren. Rechts 5 is evengoed Links 2. Alleen rechtsvoor, dat bleek een speciaal gevalletje. Het glas dat daar in geschoven werd dacht: “barst”. Wat het toen ook prompt deed…
*Achterburen-werkmensen zijn goud waard: een lange waterpas, en een rolmeter waar je de diagonalen van een fundering mee kan nameten, onbetaalbaar zeg ik u!
*Nog onbetaalbaar: gezond verstand. Zoals in “we kunnen misschien toch beter werkhandschoenen aandoen”, en “we kunnen balkjes leggen waar we de ruiten efkes kunnen laten rusten, anders hangen ze vol modder”. Ook nog zoals in “een gebroken ruit is geen drama, glas genoeg op deze wereld”.
*Jaja, glas genoeg. In onze lokale doe-het-zelf zegden de verkopers zelf dat we beter bij een groothandel informeerden, gezien hun prijs van 43 euro per vierkante meter. Slik. Groothandel dicht op een brugdag natuurlijk, maar toen ik mijn computer openklapte om naar hun site te surfen dacht ik “tweedehands”. En ja hoor, een standaard maat, vlot verkrijgbaar in de prijsklasse gratis tot peanuts. Van puur enthousiasme tikte man des huizes met zijn schup nog een venster aan diggelen.
*Nergens te huur, maar gelukkig niet onmenselijk duur: glaszuigers. In ’t begin waren we een beetje té proper, en zo’n rubberdink op een halfnatte glazen plaat, dat werkt niet. vanaf dan kuisten we alleen nog het mos van de randen, lieten de rest ongemoeid, en het werk vlotte verbazend snel.

werkhandschoenen en glaszuiger
*Zelfs als je de indruk hebt dat dat met voorgeboorde gaten toch niet veel uitmaakt kan een schroefje lossen wel degelijk een wereld van verschil maken. De ruiten sprongen bijna zelf in hun kader, eens we dat door hadden.

serre

Ze staat. De buren zijn al bewonderend komen kijken. De ene buurman had zelfs een wit wijntje mee, om de scherven te doen vergeten. Schatjes zijn het hier. Wij hebben ons een heel lang weekend geamuseerd, en het resultaat mag er zijn. De vrije ruimte waar alle onderdelen lagen wordt nu even bestudeerd, en dan start het volgende project: “Villa Steenschot”.

Ik hou jullie op de hoogte.

Moestuinmiserie – #projectblogboek

Schoon weer vandaag hé? Echt om een wandelingetje in den hof te maken. Eens dag gaan zeggen aan de kippen, en “en passant” het avondeten uit de moestuin halen. Iets met zalmfilet en prei en pasta. Zo’n schoon bedje prei dat ik daar heb, ge kunt dat niet geloven. Hoe zo’n minder-dan-potlooddikke sprietjes op redelijk korte tijd ontwikkelen tot een stevige portie gezond. Mmmm!

Ik had het moeten zien aankomen: alle preien die ik uitdeed waren aan 1 kant gespleten. Gewoon, ’t wit in twee stukken. Nadat ik onze vlaamse klei (nu ja, zandleem eigenlijk) er had afgespoeld zag ik het wat beter: gangetjes. Ontsierende uitgevreten strepen. Lichtroze tot bruin verkleurende lijnen, waar ik enkel een fris wit tot lichtgroen wilde zien.

Schade door vraat

Diagnose: preimineervlieg. Jakkes. In een iets verder stadium blijkbaar, want ik ontdekte maar 1 vieze larve die zich een weg vrat door mijn avondeten.

vieze larve van preimineervlieg

De rest was al in de pop-fase. Uit te kiezen, van bijna zwart tot donkere oker, en alle bruintinten daartussen.

coconnetjes van preimineervlieg

Tranen heb ik gelaten! (vooral omwille van het feit dat prei kuisen altijd een tranenvloed oplevert, maar als je zo precies te werk moet gaan duurt dat langer en pikt dat dus nog meer aan de ogen)

Het wit werd nauwkeurig afgepeld, laagje per laagje, tot ik aan “proper” gerief kwam. Beeld u plantprei in, maar een klein beetje dikker. Zoiets als de eerste viltstiften van mijn jongens. Fijnsnijden, zeer grondig wassen, aanstoven, en dan bedenken dat een kleine menuwijziging zich opdringt. Normaal komen wij met vier preien van eigen kweek ruim toe, nu zag ik het verzameld snijsel van acht exemplaren amper liggen… Al die liefde, al dat werk, al dat gieten en aanaarden…

magere opbrengst van 8 preien

’t Is de laatste keer geweest dat ik te lui ben om mijn speciaal en degelijk en duur insectengaas te leggen, echt waar, beloofd man-des-huizes! (Die twijfelde namelijk aan het nut van die witte uv-bestendige voile die ik vorig jaar introduceerde).

laatste

Een lijstje? Euhm… ziehier mijn vrije interpretatie:

* het is de laatste keer geweest dat ik zoveel boontjes zet. Ze komen onze oren en de diepvries uit.
* het is de laatste keer geweest dat de moestuin weer helemaal anders ingedeeld wordt. Maar een occasie glazen serre, daar wegen een paar weekendjes werk toch niet tegen op?
* het is de laatste keer geweest dat ik een gigantische bestelling (nu ja…) zaden onaangeroerd in het pakje laat, omdat de zon teveel scheen, ik liever op ’t terras een glaasje wijn dronk, er andere leukere dingen te doen waren…je kent dat ongetwijfeld. En dan is de ideale zaaitijd ineens gepasseerd.
* ook probeer ik van dit moestuinseizoen het allerlaatste ooit te maken waarin ik mijn gereedschap zo schromelijk verwaarloos. Om mezelf te motiveren heb ik alvast de zoveelste nieuwe snoeischaar besteld.
* het was de laatste keer dat ik de rits van de plastiekserre dicht deed. Ze ligt nu netjes ingepakt klaar voor de nieuwe eigenaar.
* best mogelijk dat het de laatste keer is dat ik denk dat ik kan onthouden welke zaden van welke erwten of peulen komen. In droge toestand ziet dat er namelijk allemaal nogal ’t zelfde uit
* mogelijk is dit ook de laatste winter dat ons gammel tuinhuis charmant staat te wezen. Rome en Parijs zijn ook niet op één dag gebouwd, maar budgettechnisch zit een stulpje in steenschotten er volgend voorjaar wel in.

Vanavond eten we dus preifilet met zalm en pasta, in plaats van het menu dat ik eerder voor ogen had. Ach ja, ne mens moet soepel kunnen zijn hé?