Maandelijks archief: maart 2017

Ook in de moestuin: lente in zicht!

Gisteren draaide ik (virtueel dan toch) terug aan Villa Steenschot. In ’t echt wandelde ik natuurlijk tot helemaal achteraan in de tuin, via moestuin en serre.

pluviometer
Het eerste wat ik tegenkom: de pluviometer. In de winter haal ik die binnen, vorig jaar stond er nog water in en vroor hij kapot. Op de drie dagen dat hij terug op zijn plekje hangt viel er één-entwintig liter water per vierkante meter. Amai m’n botten!
Duidelijk te zien: door mulchen en grond bedekt houden in de winter valt het hier eigenlijk nog mee, ondanks de redelijk zware grond. Geen dichtgeslempte modderpoelen.
Vandaag ben ik nog niet gaan kijken hoeveel het regende, maar aan de lucht te zien zijn we nog lang niet aan het eind van de bui.
Ik blijf erbij: zooooo content dat ik gisteren buiten vertoefde!

chinese en gewone bieslook

Dan kom ik aan de “extra” perceeltjes. Twee stukjes moestuin, links en rechts van het pad, die niet meedoen in het rotatieschema. Links staan vaste kruiden. Hier doen de Bieslook (vooraan) en Chinese bieslook hun best om als eerste voor een frisse groene toets te zorgen. Ook de Oerprei heeft zich uitgezaaid: naast de duimdikke stengels staan ook een aantal heel fijne sprietjes, in dezelfde grijsgroene kleur. Een verloren teentje Knoflook van vorig jaar zorgt mogelijk ook nog voor een mooi knolletje. ’t Staat zo’n vijftien centimeter boven de grond nu.

bloemenperkje, met vooral Nigella damascena

Aan de rechterzijde, vlak voor de serre ligt het bloemperkje. Allerlei zaden worden hier uitgestrooid: Goudsbloem, Klaproos, Zegekruid, Damastbloem, Kattensnor, Haverwortel,Korenbloem… Een bont geheel, vol leven. ’t Is altijd een beetje afwachten wat er verschijnt of verdwijnt, ik laat de dingen hier hun gangetje gaan. Eén ding is zeker: onze tuin zal nooit meer zonder Juffertje-in-het-groen zijn. Een fantastisch mooi bloempje, zowel wit als blauw, maar met het karakter van een echte veroveraar. Verbena bonariensis is ook zo eentje. Overal kom ik die dingetjes tegen. Waar ze echt niet kunnen blijven staan zijn ze gelukkig zeer makkelijk te verwijderen, maar waarom zou er geen blauw of wit of paars bloempje tussen de sla mogen groeien? Wij zijn hier redelijk tolerante mensen…

In ons glazen huisje dan. Zo proper, die raampjes! Twee weken geleden besloten we dat het tijd was om eens grondig met water en zeep te spelen daar, door het mos hadden we op sommige plekken een eerder lichtgroene lichtinval. Nefast voor de groei van al dat jong geweld.
Zeep? Ik hoor het u denken. Ja, zelfgemaakte. Heel simpel, heel effectief, milieuvriendelijk, goedkoop en met veel minder schuim dan die uit de winkel.
Je hebt alleen maar 50g klimopbladeren, 900 ml water en 100 ml azijn nodig.

50 gram klimopblad in de blender, met water naar behoeven (je moet vlot kunnen fijnmalen). Als het fijn genoeg is alles in een kookpot doen, de rest van het water even gebruiken om je blender uit te spoelen en dan mee in de pot gieten. Ook de azijn toevoegen, en alles even laten opkoken. Dat moet niet lang duren, je ziet het schuim zo naar boven komen in de kookpot.
Zeven, in een fles gieten en klaar.
Da’s natuurlijk niet zo’n stroperige vloeistof als die uit de winkel hé. En ze heeft een vies bruin kleurtje (dat kan je wel fris groen houden door een eetlepel natriumbicarbonaat mee in de kookpot te doen) en geen synthetisch geurtje. Een geur kan je met etherische olie toevoegen, maar voor serreruiten vind ik parfum niet echt een must ;). Deze zeep kan ook voor (donker !) wasgoed gebruikt worden, en dan is lavendelfris misschien wél gewenst?

Een goeie scheut in een emmer lauw water, en de klus was geklaard in geen tijd. Streeploos aftrekken deden we niet, de regen hing toch al in de lucht!

Sla Little gem in de serre

erwtjes en reukerwtjes

stekjes van Japanse wijnbesIn de serre plantte ik de sla uit die ik vorig jaar in november in bakken zaaide, en vervolgens een hele winter vergat. Het platgeduwde stuk daarachter is een goeie vierkante meter spinazie in wording. Hopelijk wat enthousiaster dan vorig jaar, toen moesten we feest houden met twee of drie gelukte plantjes… Helemaal bovenaan de eerste foto, aan de achterste ruit staat ook nog wat veldsla gezaaid. Ook snijsla, worteltjes en radijzen worden hier bijna dagelijks uit de grond gekeken.

Op de zaaiplank: twee trays erwtjes, één deel om op te eten, de anderen zijn reukerwten.
Voorgezaaid, jawel. Het kan ook rechtstreeks in de grond, maar dan spelen de duiven een venijnig spelletje: vanaf het moment dat ze ongeveer zo hoog staan als nu in de bakjes worden ze gewoon uit de grond gewipt. Niet om op te eten hoor, nee, gewoon het plezier van een erwt aan zijn staartje eens door de lucht te zwieren. Duivenkermis! Mij niet meer gezien, als ze een tiental centimeter hoog zijn plant ik alles uit. Aan zo’n stengels wagen de fladderbeesten zich niet meer.
Verder staan er zaaikistjes met koolsoorten, prei en zaaiajuin, nog wat soorten radijzen, en koolrabi.

In de zwarte potjes lopen vijf stekjes van Japanse wijnbes uit. Bij wijze van experiment vorig najaar opgepot, en zie! Ze hebben al allemaal een adoptiegezin gevonden 🙂

Vandaag kijk ik naar buiten, en bedenk dat mijn dagje gisteren wel zonniger was. Geen nood, ook binnen kan ik mij bezig houden met tuingedoe. Opkuis is voorlopig een nuloperatie, en alle beschikbare plooi- en andere tafels staan vol…Paprika’s aubergines en kruiden doen het goed, en ik heb me voorgenomen om niet voor half maart te beginnen aan de tomaten. Dat wordt nog moeilijk vrees ik, als het buiten zo nat blijft.

op de keukenvloer

Jullie hebben nog één stukje te goed, helemaal vanachter gebeurt er ook vanalles.

De lente is in ’t land…

…en dus ook in onzen hof. Ik neem je even mee in het voorste gedeelte, waar ik mij zowat de hele dag bezig hield. Beetje winterresten opruimen, beetje snoeien, een stukje terras geveegd, beetje onkruid gewied. Maar vooral genoten. Van de zon, van de koffie, van de buitenlucht, van het gekwetter van de vogels en het gezoem van dikke hommels.

Kijk, mijn wandelingetje ging ongeveer zo:

omgetrokken eetbakje
Aan de achterdeur lag het etensbakje van de katten, omvergetrokken. Dat is een overduidelijk teken: “ons” egeltje is wakker.

Lonicera purpusii Winter beauty
Twee stappen verder sta ik naast een witte wolk, met het meest hemelse geurtje dat ik ken. De Winterkamperfoelie op zijn (haar?) best, nectarbar voor hommels, een bij en verschillende ander soorten vliegbeestjes.

Crocus tommasinianus in gazon

De krokusjes zijn kleine juweeltjes. Klein maar dapper, om zo vroeg in de kou te staan pronken. Broederlijk naast de sneeuwklokjes, en ook naast een hoopje van een zeer nadrukkelijk aanwezige mol met lentekolder in zijn/haar kop.

molshoop

Sedum telephium "Herbstfreude"

Nog wat verder, bijna aan Villa Steenschot. Jong groen tussen oude bloemstelen, die tegen het eind van de dag weggeknipt waren. Een plantje dat zich gestaag uitbreidt, en tegen het eind van het bloeiseizoen een ware vlindermagneet is.

oudste met koffie en kat
Het zaligste plekje om te vertoeven met zo’n zonnetje. Uit de wind, koffie en chocola binnen handbereik, en een kat om te knuffelen. Wees gerust, na het nemen van de foto heb ik er mij bij gezet. Wij genoten, de twee madams ook.

Pluk
Pluis

Akebia quinata in knop

Het verst van de achterdeur verwijderd (voor de fotoronde van vandaag) staat deze beauty. In een kleur die nu al doorschijnt in de knoppen bloeit de Akebia quinata binnen dit en twee à drie weken, trosjes bloemen met een vuilroze-aubergine-achtige tint. Ondertussen palmt deze plant heel de zonkant van de boomhut, en touwen en palen van de schommel in. De tweede is kapotgegaan, op fruit (beetje passievruchtachtig van uitzicht) hoeven we niet te rekenen, ’t is geen zelfbestuiver.

Syringa microphylla "Superba"

Nog zo’n geurbommetje: een sering, met kleine blaadjes en bloempluimen, die ons al elk jaar wee keer getrakteerd heeft op bloemen. Overvloedig in de lente, bescheiden in september-oktober. De scheuten die van onder de ent komen worden hier wel streng in de gaten gehouden. Weg ermee. Dan pas zie je hoe klein het blad is in vergelijking met de gewone sering.

witte krokusjes onder de notelaar
Onder de notelaar komen steevast de krokusjes boven, altijd op een moment dat ik er helemaal niet meer aan denk. Ooit, samen met de boom zelf denk ik, zijn ze daar achteloos in de grond gepleurd, en ze houden dapper stand. De paarse komen altijd een beetje later, en de gele zijn vakkundig uitgegraven en weggegeven. Té geel.

Cornus mas

Deze kan nog net (qua geelgehalte dan). Een tof struikje, waar vooral de mezen (in het voorjaar) in rondhupsen, dicht bij de voederhuisjes en toch veilig genoeg in de wirwar van takken en twijgjes. In het najaar zijn het vooral merels, die dan de rode vruchten komen opsnoepen.

Helleborus oriëntalis "Slaty blue"
Ik ben weer op het terras. In de laatste zon voor dit plekje staat Helleborus oriëntalis “Slaty Blue”.  In deze ex-zandbak, tussen verweerde muurtjes doen de planten het goed. Aan de overzijde, ook in zo’n bak is het succes afhankelijk van de standplaats: eentje kreeg té weinig zon en overleefde niet. Ook in de andere border is het geen succes. Katten, kippen, merels? Ze krabben allemaal wel héél ijverig op die plaats… Misschien is de opvolging wel verzekerd: overal rond de planten zie ik hetzelfde soort kiemplantje. Zaailingen? Ik hoop het. Wie weet welke combinaties ontstaan hier allemaal…

Ik had niet gerekend op zo’n zalige dag. De Franken en Sabines van deze wereld hadden volgens mijn kroost heel andere dingen voorspeld. De wolken waren soms dreigend, maar er viel geen spatje uit vandaag. Meer van dat!

De rest van mijn rondje krijg je een volgende keer te zien.

 

 

De Verbeelding Book Challenge 2017 – februari

Een voornemen van vorig jaar: een overzicht van wat ik las, met de kaft van het boek, (een stukje van) de achterflaptekst, en voorzien van een klein beetje commentaar. Wie weet inspireert het je ook, of behoedt het je voor een foute aankoop.
Februari, alstublieft.

9. Een boek met een titel die meer dan vier woorden telt (want er gaat niets boven een boek met een lange titel): Lieve Amy vind mij alsjeblieft!!! – Helen Callaghan (308p)

Lieve Amy

Margot Lewis geeft les op een middelbare school in Cambridge. In haar vrije tijd schrijft ze een adviesrubriek, ‘Lieve Amy‘, in de lokale krant. Wanneer een van Margots leerlingen – de vijftienjarige Katie- verdwijnt, vrezen de inwoners van de stad het ergste. Dan ontvangt Margot een verontrustende brief voor haar rubriek. Bethan Avery is 20 jaar eerder ontvoerd … en van haar is sindsdien niets meer vernomen. Het handschrift in de brief komt overeen met dat van haar. Dit trekt de aandacht van criminoloog Martin Forrester, die al jaren probeert de waarheid boven tafel te krijgen.
Pffff… ik vraag mij af waarom ik dit boek per sé wilde uitlezen. Omdat ik hoopte dat het toch nog iets werd wellicht. Saai. Oeverloos saai.

13. Een boek met een illustratie op de cover: De jonge bruid – Alessandro Baricco (221p)

De jonge bruid

Op het Italiaanse platteland, begin twintigste eeuw, verschijnt een jonge vrouw bij een familie. Ze is de aanstaande bruid van de zoon die echter afwezig is. De familieleden worden aangeduid met hun rol: de Vader, de Dochter enz. Alleen de oude knecht heeft een naam. De familie viert elke ochtend dat er niemand gestorven is, al eeuwenlang vinden alle sterfgevallen ’s nachts plaats. Langzaam wordt de Jonge Bruid opgenomen in de geschiedenis en de gewoonten van de familie in afwachting van de Zoon.
Een boek dat mij deed denken – qua bevreemdende sfeer – aan de film “The Cook, the Thief, His Wife and Her Lover” van Peter Greenaway.
Bijna alles speelt zich in hetzelfde decor af, er gaat een soort van vermoeidheid en gelatenheid van het boek uit, en toch sleept het je mee. Wie eens een “specialleke” wil proberen: doen!

Twee boeken voor de Book Challenge deze maand. Voor de statistieken: ondertussen zijn dat 9 boeken, en 2273 bladzijden die meetellen voor 2017.

“In naam van de vader” van Toni Coppers geraakte ook uit. Die zou ook wel passen onder nummer 9, maar als ik voor elke uitdaging 1 boek heb op het einde van het jaar vind ik het wel in orde.
Kristien Hemmerechts (ook een restje van januari) werd terug naar de bib gebracht. Niet door geraakt, te veel andere dingen aan mijn hoofd.

Op dit moment ben ik halfweg in “Kleine dagen: novelle” van Bernard Dewulf. Ik hou absoluut niet van ‘s mans columns, maar dit is prachtig. Ik lees het zeker uit, en weet jullie er meer over te vertellen in maart.

Bron afbeeldingen en flapteksten: Bib Wetteren en Bol.com