Categorie archief: creatief

Zonen en knutselen, en hoe dat plaatje veranderde

Knutselen met mijn kinderen, in mijn hoofd was dat dé ideale bezigheid voor druilerige vakantiedagen. De tijd zou passeren, we zouden lieflijk met z’n allen om de keukentafel geschaard zitten, en tegen de tijd dat we wel een warme chocomelk zouden lusten zouden we enkele prachtige creaties rijker zijn.
Ahem. Iedereen die nog geen knutselende kinderen heeft en zijn droom niet uiteen wil zien spatten: hier stoppen met lezen.

De realiteit is dat mijn zonen toen ze klein waren en het regende veel te veel energie hadden. Ze plakten mekaar aan tafel, waren bodypainters nog voor ze het woord konden uitspreken, en gingen met de scharen eerder mekaars kapsel en kleren creatief te lijf dan dat ze papier knipten.

Wij deden na enkele pogingen liever van regendans en modderwandeling, dan nog zo’n stressnamiddag. De chocomelk smaakt trouwens beter als je koud en nat geweest bent.

Zo komt het dat ik hier nu een veel te grote massa knutselgerief heb staan. Elke keer dacht ik iets in de stijl van “dit zullen ze wél tof vinden”, of “daar hebben ze niet echt fijne motoriek voor nodig”. Geen doen aan, niks te knutselen.

Wel, ik doe dat wel graag. ZONDER kinderen. Ze mogen zelfs niet in de buurt zijn.

Ik hield mij vandaag in stilte – ’t wordt een gewoonte – bezig met allerlei zolderschatten, en maakte al een eerste stukje tafeldecoratie voor Kerstmis.

Ik zal het stap voor stap laten zien, wie weet krijgt ge ook nog goesting.

Uit de knutselbak van mijne meneer haalde ik een vlak blokje hout.
Van het internet een tekening, die ik twee keer afdrukte en opkleefde. Eén keer op het blokje, één keer op een velletje schuimrubber.

geknipt en geplakt
Het schuimrubberen exemplaar kon ik op die manier perfect uitknippen, en dan de stukjes op het tekeningetje op het houten blokje kleven. Zijt ge nog mee?

zelfgemaakte stempel
Voila, mijn eerste zelfgemaakte stempel.

In mijn herboristenkast zitten bruine papieren zakjes, in twee formaten. De kleinste soort is ideaal.

gestempeld op kraftzakje
Stempeltje er op (de kleur maakt niet veel uit, je ziet dat achteraf toch niet meer).

stipjes om recht te stempelen

Om elke keer op gelijke hoogte te stempelen zette ik twee stipjes op het blokje. Die komen gelijk met de onderkant van het papieren zakje (of toch zo ongeveer).

potje emboss-poeder
Daarna rijkelijk bestrooien met emboss-poeder.

royaal bestrooien met emboss-poeder
Dat fijne poeder blijft kleven aan de stempelinkt.

overtollig poeder aftikken

Aftikken, en uiteraard het teveel aan poeder opvangen. Ik doe dat meestal op een stuk papier, maak daar dan een vouw in en giet alles achteraf terug in het potje.
Kijk even na: als er stukjes van je stempel niet genoeg bedekt zijn strooi je er terug wat poeder over, en dan weer aftikken.

loodgrijs poeder boven broodrooster
zilver
Verwarmen boven de broodrooster, en wachten op de magie: van saai loodgrijs zie je opeens het poeder veranderen in een zilveren tekening. Blijkbaar kan dat ook in de oven, maar dat probeerde ik nog niet. In onze oude gasoven zou dat ook veel te veel enegie vreten.

laten afkoelen
Even laten afkoelen, zodat het niet meer plakkerig is, en dan afwerken.

bestekzakje

Ik wil deze zakjes als bestekzakje gebruiken, dus knipte ik een stuk van de voorzijde af. Servietje er in, bestek er bij, en klaar. Zo simpel dat ik er ineens genoeg maakte om op ons familiefeest , tussen Kerst en Nieuwjaar, te gebruiken. Misschien wil schoonzusje er nog wel namen op handletteren.

Eat this papierwinkels! Mijn zakjes zijn veel toffer dan die die jullie verkopen. Al zeg ik het zelf. 😀

Het oorspronkelijke idee dat ik had (zoek eens op: papierfiligraan) bleek toch wat teveel werk te zijn om nog twaalf keer klaar te spelen. Misschien krijgt metekindje wel een exclusief ander bestekzakje, wie weet. In dat geval krijgen jullie ook nog een fotootje.

Advertenties

SSSSSJT!

Als driekwart van mijn kroost examens heeft, dan hou ik mij in stilte bezig.
Da’s de beste manier om ze toch een beetje achter hun boeken te houden: die zonen van mij, ze zijn nogal rap afgeleid… Alles wat beweegt hebben ze gezien, elk geluidje gehoord, en dan komen ze gegarandeerd vragen wat dat allemaal is.

Als zij studeren pruts ik een beetje, beneden aan mijn bureau. Om helemaal solidair te zijn met de jongens doe ik dat onder het mom van “eindwerk”. ’t Kind moet ne naam hebben, niewaar?

Receptjes zoeken voor crèmes en zalfkes, zin en (heel veel) onzin lezen over voetverzorging, Pinteresten en zelf al één en ander uitproberen. De bruisballen zijn een waar succesnummer, de eerste bestelling is al geleverd, en ook de achterbuurvrouw wil er wel. Als klein cadeautje zijn ze inderdaad leuk. Ik moet dringend mijn voorraad citroenzuur aanvullen, anders zal er niet veel bruisends aan zijn!
Voor een jarig buurmeisje flanste ik een badkamerpakketje ineen, met lippenbalsem, badpralientjes, een berenbruisbal en een flesje gekleurd badzout. Lavendel- en mandarijntjesgeuren, heerlijk.

Ik hou van afgewerkt. Zeker als het zelfmaak is. Een mooi etiket, een herkenbaar logo, dat hoort er allemaal bij. Mijn Photoshop-skills zijn al lang niet meer wat ze ooit waren ( oh, vergeten gaat zoooo snel) maar ik amuseerde mij met een ontwerpje maken, en daarna aangepaste sjablonen voor verschillende formaten potten, flessen en lippenstifthulsjes.

sjabloontje
Tijdens de pauzes gaan we met z’n allen in overdrive: lachen-gieren-brullen voor de domste dingen. Snoepen. Te veel en te dikwijls eten. Daar doe ik dan ook lustig aan mee, ah ja. Deze middag proestte ik mijn koffie uit, tweede had weer eens een de entertainer uitgehangen. Dan is het hek helemaal van de dam, als moeder zo’n stomme stoten uithaalt.
Nog een favoriete bezigheid: luid meekwelen als er iemand piano speelt. Liefst zonder tekst, alleen la la of miep miep is genoeg. De decibels waren overvloedig aanwezig 🙂

Ik mailde ook met een Amerikaanse beroepsblogster om netjes te vragen of ik enkele van haar recepten mocht vertalen en hier op dit blogje zwieren. Intellectuele eigendom, dat pik je namelijk niet zomaar, vind ik. Ik kreeg antwoord van haar blogassistente/secretaresse, en mits enkele voorwaarden kan het. Wordt vervolgd.

Verder sprokkel ik beetje bij beetje een kerstmenu bij mekaar, en krijgt de tafeldecoratie (in mijn hoofd althans) vorm. In ’t echt ligt hier voorlopig gewoon nog een hele hoop knutselgerief te lachen naar mij.

De discussie echte kerstboom versus alternatief zelfmaakdink is nog niet echt begonnen, maar ik verwacht ze nog wel. Tenslotte hebben we nog een hele week hé…
Een kerststalleke maken, is ook iets dat hier al héél lang op het programma staat. Met een zeer inspirerend voorbeeld moet het er dit jaar echt wel eens van komen.

kersfiguren in fimoklei
De figuurtjes maakte ik in mijn jonge jaren zelf, in fimoklei, en ze gaan nog altijd mee. Jozef is een paar haren kwijt, Maria krijgt ouderdomsvlekken in haar gezicht, en ze kunnen allemaal een douche gebruiken, als ik dat stof zo zie. De os en de ezel, daar had ik toen geen zin meer in, en die zijn er tot op heden niet bij geraakt. Wie weet…fimo heb ik nog, en ik moet mij nog een paar dagen amuseren met niet-luidruchtige dingen.

De zaadjesbak moet opgeruimd worden, en een hele hoop nieuwe variëteiten mogen er mee in. Zadenruilen blijft plezant!
Hier zijn ondertussen veel envelopjes gearriveerd, en er zit zelfs een tomaat bij met mijn naam. Hoe cool is da! Danku Eddy!
Alles wat ik zelf niet kwijt was nam ik mee naar ’t herboristenklasje, en ik bracht niks meer mee terug naar huis. Ook nog wat gedroogde plantjes voor een paar klasgenoten die nog moeten een herbarium ineenflansen werden zeer geappreciëerd. ’t Mijne is terug. Yes, met zeer behoorlijk resultaat. Stel dat ik er dit jaar niet doorgeraak, dan heb ik daar alvast een vrijstelling te pakken. De foto van de voorzijde hadden jullie nog te goed.

voorblad herbarium
Oudste heeft nog geen examens, en die deed  weer van poetshulp. In de voormiddag, als de broers zwoegden op hun examens, werd in de omgeving van de kamers alles gestofzuigd en proper gemaakt, toen ze thuis waren bleef de lawaaimachine beneden.
Hij leert rap: we deden bijna het dubbele van de eerste keer, en staken er een paar “extra’s” tussen.

Oh ja, als mijn boys gedaan hebben, dan heb ik examen. Benieuwd of ze hun muziek dan ook laten af staan…

 

Bankje

De zomer is bijna voorbij, en eindelijk werd er hier eens werk gemaakt van een zomerprojectje. Tja, prioriteiten hé…

Al heel lang geleden kochten we via een tweedehandssite een tuinbankje. Beter gezegd, wat daar van overbleef. Tien hele euro’s betaalden we voor 9 planken, een metalen rugleuning en twee metalen poten. Dat er wat werk aan was, zei de meneer nog.

Demonteren gebeurde redelijk snel. De planken werden op een rek gezwierd, de verroeste vijzen bewaarden we netjes in een potje, en het metaal stond overal in de weg.
In de verfwinkel met advies vonden ze het (net als wijzelf) zonde om de metalen stukken in een egale kleur te zetten. Wég charme. Daarom werd een kleurloze matte metaalvernis gezocht. Tot op heden niet gevonden, tenzij spuitbussen, maar daar ben ik absoluut onhandig mee.

Ik had ook eens iets gelezen over bijenwas/boenwas om metaal tegen weersinvloeden te beschermen, en verder doorroesten tegen te gaan. Boenwas stond nog in ’t waskot, van in de tijd dat we nog een houten kastje hadden dat daar wel af en toe blij mee was.
Steenharde klomp. Geen nood, de slimme meid in mij dacht “bain marie”, zoals met zalfkes en bijenwas.

De metalen stukken werden opgeschuurd, ontstoft, ontvet, en lagen klaar voor een dun laagje was, fijntjes met een borstel aangebracht.
MIS POES! Natuurlijk stolt die boenwas op het moment dat die in aanraking komt met koud metaal, kuntdapeize!
In plaats van een fijn gesculpteerde roos had ik een gele kwak van een nader te determineren botanische soort gecreëerd. Aaaaaah! Wegborstelen, krabben, schuren, drie keer ontvetten… en toch maar de zijdeglansvernis proberen dan.

Ondertussen werden de latjes aangepakt. Alle flodders en lagen vernis werden weggeschuurd, en nu we toch bezig waren konden we dat net zo goed grondig doen. Schuren, en daarna een intensiefreiniger voor buitenhout.
De houtstructuur was mooi genoeg (niet spectaculair, maar wel oké) om een semi-transparante laag te kiezen.
Na wat overleg in de winkel en een telefoontje naar de technische adviesdienst werd besloten dat ik niks moest kopen, maar dat ik het restje tuinolie van het raam van Villa Steenschot kon gebruiken. Wel lang genoeg laten drogen tussen de lagen, anders zou het plakkerig kunnen aanvoelen.

Dan was er nog het probleem van de ene weggerotte plank.

half verrotte plank van rugdeel
We hadden hier en daar al eens geïnformeerd om zo een plankje te kopen, maar de meeste houthandels hier in de buurt zijn weinig geïnteresseerd in een tuinbankje van een particulier. Als je een dakgebinte nodig hebt, dan ben je welkom!

Toen kreeg man des huizes het heldere idee dat we nog wel een paar planken van de oude vloeren van dit huis gespaard hadden, voor “ooit”.

Om de plank hetzelfde verweerde karakter te geven van het oudere hout moest ze eerst behandeld worden met Solarine, een afbijtpoeder dat alle natuurlijke olies uit het hout haalt, zorgt dat de poriën goed openstaan en een vergrijsd uiterlijk geeft. Dit twee keer, nadat er eerst wat geschuurd werd, en eindelijk kon er geverfd worden. Om te kunnen monteren moest er ook nog een gaatje geboord worden, waar de kop van de vijs mooi in valt. Toch plezant als je dan toevallig de juiste maat van boren in huis hebt!

gaatje waar vijs kan invallen

Ondertussen kocht ik vijzen, die echter een te grote kop bleken te hebben. De oude vijzen werden in een restje cola gesmeten, de verkeerde teruggebracht naar de winkel omdat we er toevallig nog gerief voor zoon drie nodig hadden. Moeren en vijzen kwamen bruikbaar uit de frisdrank, en lieten zich gewillig vastdraaien.

oude vijzen hergebruikt

De vijsjes waarmee de planken aan het metalen rugdeel gezet waren moesten echt wél vervangen worden. Ook voor het onderste steunlatje werden nieuwe gebruikt. Beetje blinky, maar dat verweert nog wel wat, en al die schroefjes zitten gelukkig achter- en onderaan, helemaal niet in het zicht.

nieuwe blinkende vijsjes
Tuinolie, schuurpapier, white spirit, een restje cola, en een nieuwe plank vonden we allemaal hier in huis. Bankje, kleine houtvijsjes, vernis en afbijtmiddel kosten samen 24,95 euro. Een superpromo, als ge ’t mij vraagt.

Het moeilijkste stuk van heel project tuinbank?
Wachten.
Wachten tussen de verschillende laagjes olie en vernis tot alles droog genoeg is om te overschilderen. Nadien wachten tot alles droog genoeg is om te monteren. Wachten op man des huizes om met vaste hand een schoon gaatje te boren. Nu nog even wachten vooraleer in gebruik te nemen, ’t voelt nog niet poederdroog en plakvrij genoeg aan. Reken daar dan bij dat ik helemaal vanachter in de rij stond toen de pakskes geduld uitgedeeld werden… een hele opgave dus.

Het plekje waar we vorig jaar rond deze tijd aan begonnen ziet er ondertussen helemaal anders uit.

verborgen paradijs achteraan in de tuin

Nu nog wat beplanting voor de borders rondom, en ons verborgen paradijsje is klaar. Als we zo op ’t eerste zicht niet thuis zijn, weet je waar je moet zoeken hé!

stenen doolhof, gekapt door Vake

Laat de nazomer maar komen, wij zijn er helemaal klaar voor.

gerestaureerd bankje
Deze post is op geen enkele manier gesponsord, maar Colora Aalst krijgt hier gewoon gratis reclame. Frank en zijn team zijn kanjers!

 

 

Recycleer nog ne keer

Vorig jaar was er de bouw van het steenschottentuinhuis. (steenschot is ondertussen de zoekterm waarmee heel veel volk hier op dit blogje terechtkomt)

Zoals met zoveel doe-het-zelf-projecten schiet daar altijd wel een beetje materiaal van over. Geen nood, we vonden een paar toepassingen.

Een plank van hetzelfde materiaal als de wanden deed een tijd dienst als extra zitplaats, stevig (ahum) neergelegd op een grote bloempot.
We verzaagden ze en maakten er twee vensterbankjes van. Ideaal om een bloempot met fragiele zaailingen op te zetten. Of versgeplukte aperitieftomaatjes op te leggen 😉
De grootste spleten in de wand van het tuinhuis worden zo ook een beetje weggestopt.

plantenrekjes
Het laatste grote stuk douglassteenschot werd in drie gezaagd, de planken dienen als gewicht en basis voor de voorste afsluiting van de compostbakken. Daarop spijkerden we met krammen stukken op maat geknipt draadgaas (dat vroeger aan de boomhut hing, maar nu al een paar jaar overal in de weg stond).

voorzijde compostbakken afgewerkt met draadgaas
Haakjes werden in de opstaande panelen gevezen, en we kunnen de bakken ten volle benutten nu, zonder dat alles over het paadje valt of uitgespreid wordt door de vogels en katten.

haakjes om alles vast te houden
Nog een ander stuk, in azobé, was tijdelijk salontafel. Gewoon op een omgekeerde plastieken box was dat goed genoeg voor ons. Toen metekindje zich op het uitstekende stukje neerzette en bijna (net niet dankzij een bliksemsnelle reactie van schone zus) alle mojito’s katapulteerde besloten we om er toch eens “iets” mee te doen.

geïmproviseerde tuintafel
Bij het opruimen van de garage kwamen we nog resten van onze rozenboog tegen, stukjes ijzer in H vorm. Handjes en brains werkten een plan uit, en voila: een stevige (en loodzware) salontafel.

afgewerkt tafeltje van resten
Het kleine stukje werd afgezaagd, gaten geboord in het hout, ijzers in de gaten gestoken, de uitstekende stukken ijzer afgezaagd en bijgevijld, klaar.

ijzers door de gaten
Door de dikte en stevigheid van het hout is er geen kans dat de poten scheef komen te zitten, en door de H-vorm worden alle planken ook bij mekaar gehouden.

H-ijzer houdt planken bij mekaar
We vonden ook nog plastiek houdertjes om tentpalen in te zetten, maar die werden zonder pardon naar de vuilnisbak verbannen. Geen zicht, die witte plastiek op ons schoon terras!

Tentpalen zei u? Jawel. Van twee partytenten, die bijna verpulverden toen we ze uit de dozen haalden. Die palen, samen met hout van de boomhut (te gevaarlijk om nog in te klimmen, de steunpalen zijn net op de grond bijna volledig doorgerot) werden omgetoverd tot een draagsysteem voor de aardbeibakken.

aardbeistelling voor bato bakken
Beetje vijgen na Pasen, maar goed voor volgend seizoen. De hoeksteunen zijn hoog genoeg, zodat we er indien nodig een net kunnen over hangen.

tentpalen als steun voor aardbeibakken
Er is nog materiaal genoeg om 16 extra bakken te kunnen ophangen, dat is een projectje voor één dezer dagen.

De zelfgemaakte tweede vliegenhor voor onze extra-large terrasdeuren bleek na enkele jaren toch niet zo handig als we gehoopt hadden. Een systeem waarbij je binnen en buiten kan via de hor bestaat niet in die maat, of is onbetaalbaar duur, dus wordt hier het compromis van één vast zelfgemaakt paneel en één deur zonder hor waarlangs je binnen en buiten kan gebruikt. Als er iemand wel een handig systeem kent, laat het dan zeker weten.
Het niet-gebruikte deel lag/stond/slingerde rond/versperde de weg in de garage. Demonteren en recycleren!

zelfgemaakte vaste hor
We keken, dachten en deden, en even later had ik een stapelbaar kruidendroogrek, waar meteen al gebruik van gemaakt werd om salie te drogen.

droogrekje

Op de foto zie je maar een deel, in totaal zijn er vier zo’n tafeltjes die perfect op een toren kunnen gestapeld worden. Een afgedankt voilegordijn ligt nog klaar om verknipt en op maat gestikt te worden als hoes en bescherming tegen insecten. Ooit. Ne keer.

Met de rest van het hout begonnen we aan een afdekking voor de compostbakken. Zonder iets blijkt het toch meestal “kleffe drets”. We maakten een kader dat zichzelf vasthoudt op de middelste bak, en bevestigden daar een heidemat (dubbel) op. Aan de twee andere kanten ligt ook een panlat geklemd, waar de heidemat aan vasthangt.

met één kant open geklapt

Je kan dus links en rechts makkelijk open leggen, en als je de twee kanten allebei op het middenste deel legt kan alles er in één keer afgehaald worden zonder al te veel moeite. ’t Ziet er aangenamer uit dan tevoren: toen lag er een restje van het dakprofiel van de villa op één deel van de bak. Soms wel, soms niet, soms half, dat hing een beetje af van de wind en of de katten pogingen hadden gedaan om er op te liggen zonnen (en er dan prompt door te zakken). ’t Is niet perfect waterdicht natuurlijk, maar het zal alleszins al heel wat liters water per jaar schelen.

afgedekte compostbakken
Een beschilderde unalitplaat die vroeger ondergrond was voor complete lego-landschappen werd een beetje ingekort. Eén stukje is nu achterwand voor een rekje van de Zweed, waar anders strips vooraan ingelegd worden en achteraan weer uitvallen. Gedaan miserie, nette stapels nu (efkes toch, nu alles juist weer gezet is).

Het simpelste van alles: Een latje steenschot op twee klinkers om een plantenbak van de grond te houden, en drie kleine blokje azobé die hetzelfde doen met een grote bloempot.

Kostprijs van dit alles: 30 euro voor de heidemat, wat vijzen en haakjes en een hele dag plezier. Dat laatste moet je niet cynisch lezen, ik kan/we kunnen er echt van genieten om van niets iets te maken. Missie geslaagd zou ik zo denken.

Schaduw in de serre

Soms kan de zon fel zijn, en zeker voor plantjes die nog nooit echte zon gezien en gevoeld hebben.

De paprika’s, tomaten en aubergines die lang gekoesterd werden in huis staan ondertussen in de serre, maar na vorig jaar heb ik mijn lesje wel geleerd. Ook plantjes kunnen verbranden!
Ideaal is om ze in een bewolkte periode buiten of in de serre te zetten, zodat ze wat kunnen wennen aan zonlicht, maar het weer doet nogal een keer zijn goesting in onze contreien, niwaar?
Zonnecrème smeren lijkt mij ook niet je dat, en de schaduwdoeken die verkocht worden zijn op zijn minst “prijzig” te noemen.

Gelukkig brengt mijne meneer af en toe iets mee naar huis, van op ’t werk. Monsters, heet dat. Monsterlijke proporties nemen die aan, daar in onze garage. Als daar een hele zak zakken staat te staan, en uiteindelijk de weg naar de klant niet vindt, dan durf ik mij soms iets toe-eigenen. Na beleefde vraag, dat spreekt.

Recept voor een goedkope versie van een beschaduwde serre:
* een grote monsterzak uit pp-non-woven langs beide zijden openscheuren;  dit met nog drie zakken herhalen.
* vier serrevijsjes (die zijn wel gekocht, speciale T-vijsjes die je in een serreprofiel kan schuiven en vastklemmen) en vier haakjes bevestigen; twee aan de nok, twee aan de zonnigste zijkant.
haakjes bevestigen
* de rol metaalkabel die ooit gekocht werd om druiven en clematis te leiden even zoeken, twee stukken afmeten en bevestigen in de achterste haakjes.
* spanvijs aan de voorste haakjes hangen, kabeltje bevestigen en opspannen. Aan het geplooide haakje op bovenstaande foto weet je wel wanneer je daarmee moet stoppen.
spanvijs tussen haakje en kabel
* de opengescheurde zakken aan de nokkabel hangen met wasknijpers die voor de rest geen fluit waard zijn en zelfs geen zakdoek kunnen tegenhouden. Mijn oog wil niet te veel opvallend plastiek in de serre, dus ik zocht de grijze knijpers bijeen voor dit doel.
gordijntjes draperen
* zakken over de zijkabel zwieren, en open of toe schuiven, geheel en al volgens de behoefte van uw plantgoed.
schuifsysteem met wasknijpers
* ondertussen de serredans doen en bedenken dat het wellicht handiger geweest was als die dingen vóór de tomaten en paprika’s daar waren gemonteerd.  Als een 46 en een 39 neergeplant worden tussen die kwetsbare plantjes is dat soms een beetje spannend.

Af en toe kan rommel uit de garage geweldig interessante toepassingen hebben…

Een kinderhand…

…is gauw gevuld. Mijn hand soms ook. Ik kan heel content rondlopen als we weer eens slimmer dan “de commerce” zijn geweest.

Een tijd geleden gingen we een serre afbreken in Limburg, en terug opbouwen in de tuin van schone broer en schone zus. Het is des mensen (denk ik toch) dat je dan met je eigen gerief vergelijkt. Nu hing er daar in die serre een zeer gerieflijk schap. Zo een schoon aluminium dink, van 20 cm breed, over de hele lengte van die serre. Aan twee kanten, en aan de achterwand ook nog , maar dan korter. Heel handig leek mij. Ik had het al op mijn kerstlijstje gezet, maar blijkbaar sleurt niemand graag aan een cadeau van 3,80 meter. Het zou ook kunnen dat ik lichtjes boven het budget gevraagd had…

Informeren bij de fabrikant leerde ons immers dat dat schap 80 euro kost. Amaimijnefrak. Voor een veredelde plank!
Op zo’n momenten begint mijn creatieve brein op volle toeren te draaien. Overschotten van planken, afgedankte fietshaken, plastieken schoteltjes, een houten inzet van het eerste Ikea-ladenkastje dat ik met mijn eigen geld kocht, het passeerde allemaal voor mijn geestesoog. Ik zag mijn extra zaairekje al helemaal voor me.

De fietshaken bleken te dik voor de speciale serrevijzen, maar met wat L-profieltjes werd dat opgelost.

L-profiel en rest steigerhout als serreschapGeschikte planken maakten we van wat resten van Villa Steenschot, en van een overschot MDF die al jaren in de garage staat. Zelfs mijn stukje ladenkast is functioneel ingezet: materiaal- en zadenbakje.
Om het hout te behoeden voor waterschade staan er overal plastiek schotels (nieuw, allemaal dezelfde kleur, het oog wil ook wat) onder de planten, ik kan naar hartelust water geven aan al dat jong geweld.

De Ijsheiligen hebben nog niet geantwoord op mijn beleefd verzoek, ik ga er van uit dat zwijgen toestemmen is en ze wegblijven dit jaar. Daarom riskeerde ik het al eens om één en ander op die nieuwe rekjes te zetten.

Jonge planten en zaailingen op serreschapHandjes en brains hebben dat weer goed gedaan, en we zijn gesteld voor een fractie van de winkelprijs. Love it!

 

 

Pasen

Het wordt hier ten huize een gewoonte, volk aan tafel vragen en denken dat alles op een half dagje geregeld geraakt…
Gelukkig heb ik hier wat nuchtere mannenmensen rondlopen die mij af en toe tips influisteren 😉

De donderdagmarkt was goed voor potplantjes (witte viooltjes), de zondagmarkt voor snijbloemen (tulpen, ranonkels en rozen, allemaal wit)
Het menu geraakte ongeveer wel af (ik improviseer graag nog een beetje), de bestelling werd geplaatst, het huis min of meer aan kant, de tuintafel werd binnengehaald, drank gekoeld, en dan kwam het leuke stuk: decoreren.
Bij Dille en Kamille verkopen ze tafellinnen in grote maten aan redelijke prijzen. Dat, aangevuld met wat stoffen en papieren servietten, leuke kaarsjes en zelfgemaakte naamkaartjes zorgde voor een mooie tafel (al zeg ik het zelf). Ook voor een vrijdagnamiddag knutselplezier, want die inspiratie komt meestal pas op ’t laatste nippertje.

Met wat zelfdrogende boetseerpasta, soeplettertjes, verf en een uitsteekvormpje ging ik aan de slag.

paashaasjes met namen als tafeldecoratie

Fijn detail: de verf voor de hall blijkt qua kleur perfect te passen bij het tafellinnen. Papieren lintje er door, bloempje er bij: goedgekeurd.

paashaasje met ranonkel
Op het menu ook deze keer weer uitdagingen: elk van ons gaf een ingrediënt dat terug te vinden moest zijn. Deze keer waren dat appel, pijnboompitjes, geitenkaas, avocado, fruit in ’t algemeen (dat was van een zoon die geen zin had in nadenken) en drie dingen uit eigen tuin (dat kwam van mij).
Verder leg ik mezelf op dat er minstens twee gerechten moeten bij zijn die ik nooit eerder maakte. Geen nood deze keer, heel het menu was een gok. Schitteren als keukenprinses of mij met het schaamrood op de wangen verstoppen achter een berg afwas, beiden behoorden tot de mogelijkheden.

Tegen ’s noens liep het hier aardig vol, en aperitiefden we met hapjes. Op zo’n dagen zijn “makkelijke” chips, nootjes en koekjes uit den boze. Wij presenteerden een glaasje rauwe groenten met dipsaus, een trio van gevulde tomaatjes (met pesto-roomkaas, met garnaaltjes en met roerei en spekjes) en mini-wraps met kip. nadien werden de restjes tomatenvulling en wat toastjes nog op tafel gezet. Tot dan lag het fototoestel op de kast, ondanks het voornemen om deze keer alle hapjes op de gevoelige plaat te hebben…

Pauze! De paashaas was ondertussen toch wel in de tuin geweest zeker!? Kleine kabouter deed zijn best om alles te verzamelen.

paaseitjes rapen

Daarna mocht ieder zijn naam nemen en een plaatsje aan tafel kiezen. Alleen mijn stoel was voorbehouden (dicht bij de keuken), voor de rest deed ik deze keer niet aan tafelschikking. Te voorziene conflicten tussen disgenoten waren er niet, enige sturing was dus totaal overbodig.

Nadien: aardappelschijfje met zalmtartaar (ingrediënt avocado zit er bij). Oudste zoon vond het niet lekker…

aardappelschijfje met zalmtartaar

Posteleinsoep (eigen kweek, ook de prei die er bij zat) met een toefje room en garnaaltjes. Daar ontdekte Oma dat ze een ware entertainer was: de simpele vraag wat iedereen zag in de room leverde hilarische antwoorden op.

posteleinsoep

Gegrilde peer met geitenkaas (of brie voor wie geen geitenkaas apprecieert) en gehakte nootjes, op een bedje van sla (uit eigen serre), met snippers daslook en een toefje peterselie (ook beiden uit eigen tuin).

gegrilde peer

Sorbet van vlierbloesem en champagne, met een blaadje munt. De sorbet was ik eigenlijk vergeten, dus iedereen kon live “the making of” meemaken. ’t Was wel een verademing toen de machine weer uit mocht, zo’n extra decibels heb je echt niet nodig op zo’n dag.

vlier-champagnesorbet

En dan, dé uitdaging van de dag. Tajine met groenten en geconfijte citroen, opgediend met couscous. Er moeten er twee zijn, want mijn traditionele kokshartje wil met Pasen iets met lam op tafel, maar sommigen lusten dat niet. Die kregen dus een kiptajine. De kippeneters (4) waren in de minderheid, die kregen hun gerecht uit de traditionele aardewerken pot, de lamstajine (voor 10) werd in een gietijzeren pot van de buren bereid. Die citroen daarbij, da’s een must. De geur alleen al… Gelukkig heeft “onze” donderdagsmarkt een kraampje waar al zo’n oosterse ingrediënten te vinden zijn. De verkoper vond het fantastisch dat ik op een traditioneel feest van bij ons een traditioneel gerecht uit zijn cultuur maak.
Het vlees kwam van Bioplanet. Geen gesponsorde post, maar oprecht veel lof over zoveel kwaliteit. Mals, smaakvol, heerlijk. Bij het lamsvlees zaten paarse en gele wortels, venkel, courgette en aubergine, bij de kip koos ik witte selder ipv venkel. Terecht, bleek achteraf. Ik begin mijn tafelgasten te kennen 😉

tajine, stoofpot en couscous

Ook twee porties couscous: één mét en één zonder rozijnen en pijnboompitjes, waarbij die mét gemaakt werd met de bouillon uit de lamstajine, die zonder met een “blokjesbouillon”. En dat allemaal zonder stress. En oef! ’t Was heerlijk. De vrees voor taai vlees was ongegrond, plan B (de frituur) niet nodig. nog een leuke bijkomstigheid: op twee liter soep en drie miniwraps na was alles op.

Het dessert: een simpel Pinterest-idee, dat gelukkig de avond op voorhand gemaakt werd. Appelroosjes, die nog even terug opgewarmd werden in de oven, bestrooid met poedersuiker en in het gezelschap van heerlijk hoeve-ijs. Die van ons zagen er minstens even mooi en lekker uit, maar de fotograaf die het dessert hier fotografeerde had geen vaste hand.
Slagroom? Vergeten. Net als de koriander op de couscous trouwens, waarvoor man des huizes die ochtend twee keer naar de winkel gestuurd was…

Daarna was er koffie, met paaseitjes natuurlijk.

Jarige schoonzus kreeg achteraf alle snijbloemetjes mee, iedereen die wilde mocht een potje viooltjes meepakken voor in de tuin, en de ranonkeltjes die op de borden lagen staan hier nu in een speciaal (ook zelf gedecoreerd) vaasje.

vlindervaasje, voor S* en W* en al die anderen...

’t Is veel werk, veel plannen en goed voorbereiden, maar eigenlijk doe ik dat graag. Gelukkig vindt man des huizes het ook plezant om mee in de keuken en achter de stofzuiger te staan, en anderen een leuke dag en een gemeende “dankjewel voor wat je voor ons betekent” te bezorgen.
Kijk, die zachte vormen op de achtergrond: mijn rots in de branding.

rots in de branding

’s Avonds in de zetel dronken we nog een pintje, en zagen we dat iedereen zijn naampaashaasje liet liggen. Dat was de vereiste als ze er volgend jaar opnieuw wilden bij zijn. ’t Zal zijn dat het goed was zeker?