Categorie archief: moestuin

Mijn zadenruillijstje: de tomaten

Wat toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Best wel een hele lijst ondertussen…en een hele hoop potjes die hier de vensterbank bevolken.

fermenterende tomatenzadenVoor uw en mijn gemak hou ik het redelijk kort, en maak ik vier groepen: kerstomaten, “gewone” tafeltomaten, coeur-de-boeuf types en romatomaten.

Kerstomaten
*Pendulina Yellow: een nieuwe generatie tomaatjes, de plant hoeft niet te worden opgebonden. In de vollegrond wordt de plant breed. Eigenlijk is ze het meest geschikt voor potten en “hanging baskets”. De trossen met kleine heldergele kerstomaatjes hangen dan over de rand. Buiten uitplanten vanaf half mei, in de kas vanaf half april. Dit zgn. struiktype (zelftopper) hoeft niet te worden gediefd. Plantafstand 60-80 cm.
Wegens plaatsgebrek zette ik die in potten, en dat is altijd nefast… Ik vergeet dat water te geven. De momenten dat ze wel goed gesoigneerd werden: superlekker.
* Black cherry: donkere, middelgrote kerstomaat . Heel productief vroeg ras met roodbruin-rode ronde vruchtjes. Rijke, zoete smaak (sappig); ook geschikt voor pot. De eigenwijze tuinier, van wie ik deze zaden ooit kreeg, waarschuwde mij: het moeilijkste aan dit tomaatje? Wachten tot het donker genoeg is, en pas dàn in je mond steken.
* Green grappe: groene, druifgrote tomaatjes. Ze beginnen donkergroen, en rijpen af naar een iets geliger groen. Geen nood, de knik in het steeltje is een perfecte barometer om ze op het ideale tijdstip te plukken. Zeer productief.
* Sweet baby: wat mij betreft de allerlekkerste kerstomaat. Foto
* Zuckertraube: rode zoete kerstomaat. Zeer krachtige groeier, produceert grote trossen met rode smaakvolle zoete kerstomaatjes die net iets groter zijn dan gewone kerstomaten. De planten zijn geschikt voor teelt in potten en bakken.

Tafeltomaten
* Heidi: Een tomaatje dat ik moest en zou hebben, ah ja! Eddy bezorgde mij enkele zaden, met de waarschuwing dat ze al wat ouder waren, dus dat succes niet gegarandeerd was. Eddy, bij deze: tomatenzaden uit jouw collectie hebben het hier nog nooit laten afweten ;). Eer rozerood, sappig tafeltomaatje, zeer productief en ook tot laat op het seizoen oogstbaar.
* Hellfrucht: zoet, vast, sappig trostomaatje. Vroeg. Volgens sommige bronnen dezelfde als Moneymaker.
* Rose de Berne: zeer productief ras. Rozerood. Oorspronkelijk uit Zwitserland afkomstig. Mooie ronde vorm met sappig en zoet vruchtvlees. Middelgroot, lekker, een blijvertje hier. Ik vraag mij af of die -e aan Bern daar niet te veel staat. De Zwitserse hoofdstad heeft dat toch niet?
* Tournesol blanc: zotjes, een roomwitte tomaat, die toch de heerlijke smaak van zo’n rode zongerijpte heeft. Ik kreeg de zaden van een Veltster, en deelde het jaar daarna zowel zaden als plantgoed uit. Ergens is er toch een kruising gebeurd, want ik had geen roomwitte, maar lichtoranje tomaten, met een feloranje tot rood “poepke”. Ook lekker, maar waarschijnlijk niet echt zaadvast. Voor de zekerheid vroeg ik zaden aan mijn schoonzus, die wel de perfect roomwitte had. Wie ze vraagt krijgt van die oogst, in de hoop dat ze niet gekruist zijn.
* Moneymaker: in de jaren ‘50 en ‘60 was de Moneymaker één van de meest populaire variëteiten om te kweken. Deze tomaat bracht in die tijd veel geld in het laatje bij kwekers, vandaar de naam. Tot op de dag van vandaag is het een populaire tomaat, zowel door de vorm als de smaak. De tomaten zijn middelgroot, 4 / 5 cm in diameter. De forse plant is zowel geschikt om te groeien in kassen als in de open lucht. Na zo’n 80 dagen kan er geoogst worden. Deze bleef ook maar vruchten maken, in november plukte ik de laatste trossen.
* Black Zebra: bruingroen-donkerrood gestreepte, middelgrote, ronde cocktailtomaat. Heel productief laat ras. Milde aromatische smaak

Coeur de boeuf
* Coeur de Boeuf van de markt van Edegem: zaden gewonnen uit een tomaat die mijn moeder op de markt kocht, en o zo lekker vond. Geeft een ietwat rozige, grote tomaat.
* Gildo Pietroboni: eentje die er elk jaar bij moét. Dit is de lekkerste dikkerd uit mijn serre. Rode, sappige, zoete tomaten, die per stuk tussen de 600 en 800 gram kunnen wegen. Rob vond ze ook lekker, een fotootje vind je hier.
* Roze Russische: die speelt volgend jaar niet meer mee hier. Weinig opbrengst, en niet echt “wow” van smaak.
* Terhune: type coeur-de boeuf tomaat, oranjeroze kleur. Grote vrucht met een redelijk aantal zaden, en een grillige vorm. Dieprood vruchtvlees, eerder fletse smaak en weinig productief. Hier zeker geen blijver.
* Amande pink: rozige, iets kleinere vleestomaat.
* Marvel striped: 
roze-oranje gestreept vruchtvlees, voelt sponsachtig aan bij het versnijden. Mooie, diep gelobde vruchten, met een grote variatie in vruchtgrootte.
Eerder melige, zoete smaak, en weinig zaden. Goed voor saus en soep, minder om zo te eten. Een zeer productief ras, waarvan begin augustus de eerste tomaat geplukt werd.

Marvel striped, klaar voor in de kookpotMarvel striped

* Russian persimmom:
abrikooskleurige vleestomaat, overheerlijk en zeer productief. Als ik mij niet vergis was dit één van de eerste die ik kon oogsten, en ook een plant die tot in oktober bleef gaan. 
* Marmande Franske:
 Katelijnse dikke vleestomaat. Deze werd nogal bejubeld op de zadenlijst van Velt, maar ik vond die wat tegenvallen, vooral qua opbrengst. Die komt in onze serre alleen als ik plaats teveel heb.
* Yubileyni tarasenko: een Oekraïense topper ontwikkeld in 1987 door de Sovjet-Unie tomatenkweker Fedor Tarasenko die zijn 75e verjaardag vierde in 1987 en de tomaat vernoemde naar deze viering: “Tarasenko’s Jubileum”. Krachtige, grote planten dragen grote clusters met ei-vormige vruchten van 100-150 g. De vruchten hebben een grappig spits uiteinde, het zogenaamde tepeltje. Ze hebben een zeer uitgesproken, evenwichtige, complexe en heerlijke smaak. Deze beschrijving haalde ik van ’t internet, bij mij overleefden de plantjes de transfer naar de serre niet. Ik kreeg vorig jaar echter zaden genoeg, ik kan delen.
* Burgess stuffing: Een tomaat om te vullen. Meer kan ik er niet over zeggen, ook deze overleefde de reis van warme keuken naar koele serre niet. Dat had vooral te maken met de ruwe behandeling onderweg. Krak, zei dat steeltje… Ik kreeg genoeg zaden om te uit te delen.
* Turks muts:
Een rare. Heel veel lobben en insnijdingen, gekke vorm, maar helaas snel geplaagd door ik weet niet wat. Amper vier tomaten heb ik daar van geoogst, en die verdwenen in de saus. Eerlijk is eerlijk: die krijgt volgend jaar een nieuwe kans.

tomatensaus

Roma
* San Marzano: de alombekende donkerrode saustomaat. Ik had gezegd dat ik ze nooit, echt nooit meer zou zetten, want die plant had altijd iets. Tot ik de zaden van Velt bestelde: geen omzien naar, en lekkere tomaatjes. Niet echt veel, dus misschien zal hij er volgend jaar toch nog uitgebonjourd worden.
* Amish paste: 
afkomstig uit de Amish gemeenschap in Amerika, waar deze tomaat sinds 1885 wordt geteeld. Hartvormig-ronde roma-tomaat. Zowel geschikt voor saus als om vers te eten. Middenlange rijptijd.
* Andine noire: donker, langwerpig, zeer productief. Prima voor saus.

 

 

 

Advertenties

Mijn zadenruillijstje: de blaadjes

Wat toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Omdat sla niet per definitie saai konijnenvoer moet zijn: een assortimentje fris groen om creatief uw bord te vullen. Gewoon laten in bloei komen kan natuurlijk ook, zo heb je weer zaden om volgend jaar te ruilen.

Spinaziezuring kreeg ik enkele jaren geleden via deze ruil. Ik zaaide een rijtje, en er gebeurde niet veel. Bij een tweede poging wel. Dit is een vaste plant, steeds weer het eerste frisse groen dat komt piepen, en ik zaaide het aan de rand van een moestuinperk waar ik nogal last heb van oprukkende legers slakken. Die vinden die spinaziezuring wel ok, maar kunnen het gewoon niet bijhouden, dus ze blijven meestal daar in de buurt hun buikjes rond eten.
Door de forse groei kunnen wij het ook niet bijhouden, en krijgen de kippen regelmatig wat oogst toegestopt. Ze steken zelf ook hun kop door het hekje om te “grazen”, dus ’t valt in de smaak. Iets waar je geen werk aan hebt, en dat ook niet woekert (hier toch niet). Ik zou het ook in de siertuin durven gebruiken, alles staat er nu in november nog steeds fris bij. Na aanhoudende vorst verdwijnt het blad, om dan in de vroege lente terug te komen.

Nieuw-Zeelandse spinazie: een soort die hier ook nooit wilde ontkiemen, tot die ene keer. En toen vergat ik te oogsten… Ik kan niks zinnigs vertellen over de smaak, maar het is wel een toffe plant die veel zaden produceert. Blijft groeien, en je kan er van blijven plukken. Ik probeer hem zeker opnieuw, deze keer om op te eten.

Rode tuinmelde is een éénjarige, waarvan de jonge blaadjes rauw gegeten kunnen worden. Zeer mooie donkerrood-paarse kleur, die ook perfect in een siertuinborder kan. Alleen is dat voor mij te veel werk om elk jaar opnieuw een eenjarige te voorzien. In de moestuin, op kale grond, zaait de plant zich iet of wat spontaan uit, maar niet in die mate dat het vervelend wordt (hier toch niet). Waar hij niet gewenst is is hij overigens zeer makkelijk uit te trekken. Ik gooide een massa zaden in een hoekje waar ik nog wat kleur wilde, maar daar kwam niks boven. de rijtjes die ik in de moestuin zaai kiemen wel altijd. De plant wordt zo’n anderhalve meter hoog, en produceert heel veel zaden. Ook hier deel ik met de kippen.

Oost-Indische kers groeit hier in een kleurenwaaier van roomwit over geel en oranje tot rozerood. Ik vind de roomwitte en de donkere het mooist, maar welke er uit de gemengde zaden die ik heb zullen komen is niet te voorspellen. Alles kruist met mekaar, en palmt tegen het einde van het moestuinseizoen zowat alles in.
Nu liggen de verlepte blaadjes als een dekentje over de moestuin, en daar mogen ze blijven tot in het voorjaar, Zo beschermen ze de grond, en vogels vinden onder dat dekentje zowel zaden als insecten. De grond eronder is lekker kruimelig in de lente.
Bloemen, blaadjes én zaden zijn eetbaar (en lekker pittig). De zaden kan je ook inmaken als kappertjes. Project voor volgend jaar.
Ik zaai ondertussen geen Oost-Indische kers meer, die komt overal spontaan op. Wat teveel is haal ik snel weg, in de lente zit ik meestal knabbelend in de moestuin. Heerlijk, die blaadjes.
Als er niet genoeg in de buurt van de boontjes staan, dan verplant ik ze even, want luizen zijn gek op dit plantje (en zo hou ik ze weg van de bonen)
Mogelijk besteed ik ooit nog eens een logje aan de heilzame werking van dit plantje, dat zou mij nu te ver voeren. Op mijn to-do lijstje voor volgend jaar staat tinctuur maken, hier vooral voor de reinigende werking op (puber)huid.
Echt, een toppertje! De zaden van “Milkmaid” zijn wel bijna 100% zeker alleen roomwit.

Chinese bieslook is ook zo’n veelzijdig ding. Blad, bloem en zaden kunnen gegeten worden, ook bij deze plant kunnen de onrijpe zaden als kappertjes gebruikt worden.
Een iets breder blad dan bieslook, afgeplatter en wat bleker groen. De bloemen zijn grote witte bollen die bestaan uit allemaal kleine bloempjes. Perfect winterhard, de zaden zijn koudekiemers. Na enkele jaren kan je zeker de plant delen, en hij zaait zich ook spontaan uit (in de directe omgeving van de moederplant).

De oerprei is ook eentje uit de alliumfamilie. Een lichtgroen, winterhard preitje, dat groeit uit een bol. Je kan er van snijden zoals bieslook, hij groeit wel terug. In augustus verlept het blad, en kan je de bollen opgraven om uit te delen. Ik ben daar veel te lui voor, en kijk, ik kreeg nog een tweede kans: prachtige witte bloemen, die ook voor veel kleine zaden zorgden. Ik heb zelf geen ervaring met het zaaien van deze oerprei, maar hoorde al van veel andere mensen dat het perfect lukt.
Verplanten en teeltwissel hoeft niet echt, bij mij doet hij het al jaren goed in de vaste kruidenborder. Dicht genoeg bij mijn wandelpad, zodat ik in de winter vlot kan oogsten. Heeft (hier toch) geen last van roest of preimineermot.

Wie foto’s wil zien moet misschien eens de zoekfunctie op mijn blog proberen, en anders vriend Google. Zoals de planten er nu bij staan zijn ze niet echt fotogeniek, ik heb geen sokken aan dus buiten lopen wordt te koud, en er roept een plafond heel hard “schilder mij! schilder mij!”. Dus als u mij wil excuseren nu?

 

 

 

Mijn zadenruillijstje: de pepers en paprika’s

Een eerste toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Pepers en paprika’s, een mens kan daar nooit genoeg van hebben, vinden wij hier. Omdat onze serre maar een beperkte oppervlakte heeft moet ik elk jaar hartverscheurende (nu ja) keuzes maken, woekeren met beschikbare oppervlakte, en toch ook altijd een aantal planten buiten zetten.

Dit jaar loste ik het op met een trucje van Diana: 3 planten op de plaats van eentje. Dat ging behoorlijk goed. Een steunpaal in de grond, en drie plantjes er rond planten. In het begin liet ik ze wat doen, maar eens de planten blad genoeg hadden verwijderde ik alles tot een hoogte van ongeveer 25 cm. Blote stammetjes, en behoorlijk wat opbrengst.

De zoete puntpaprika’s (zaden van Rob) deden het buiten beduidend beter dan in de serre. Ze rijpten buiten veel vlugger af, en hadden ook veel meer vruchten per plant. In de serre stonden ze dan wel tot vandaag, terwijl de buitenplanten al zo’n maand niks meer doen.
Ook Lipstick was zo eentje. Mooie rode vruchten, veel vroeger rijp buiten dan binnen, en ook veel productiever. Ze bleven in de serre wel tot na het eerste vorstprikje hangen. Vandaag werd de plant verwijderd, en oogstte ik de laatste paprika.

paprika Lipstick
Carribean red, daar is voorlopig niet veel rood aan. Te laat gezaaid? Te weinig licht en/of warmte? De plant werd vandaag ook uit de serre gehaald, nadat ik nog een massa grote, mooi groene vruchten oogstte. ’t Schijnt dat paprika’s niet narijpen, we zien wel.

paprika Carribean red
De lekkerste dit jaar was ongetwijfeld Doe Hill, een afgeplat geel blokpaprikaatje, met sappig, zoet vruchtvlees. Het exemplaar op de foto is van vandaag, en heeft nog een klein groen stukje, maar eind augustus tot zowat half oktober aten we veel van die lekkere geeltjes. Ze waren toen ook iets groter.

gele blokpaprika Doe HillAlma zette ik dit jaar niet zelf, de zaden zijn van vorig jaar. Een roomwit afrijpende buitensoort, maar niet echt waw vinden wij hier. De struik groeit ook nogal chaotisch, en geeft zo nogal wat kans aan slakken. Ik herinner mij dat die paprika’s altijd pas heel laat rijp waren, en dat ik ze dan eerder aan de kippen gaf dan er zelf nog iets mee te doen. Nu ja, misschien kunnen jullie beter 😉

Sweet Choco, da’s eentje die hier volgens mij nog nooit al zijn troeven heeft uitgespeeld. Weinig opbrengst, dun vruchtvlees, maar wel lekker zoet, en met die speciale donkerrood- tot echt chocoladebruine kleur. In de serre geen enkele vrucht, en buiten waren de slakken mij meestal voor. Ik geef hem volgend jaar nog een kans, maar als er niet meer opbrengst is vliegt hij onverbiddelijk uit mijn collectie.

De mini oranje paprika’s zette ik met drie in een pot. Ooit gekocht als een leuk hebbedingetje, bij Ecoflora, maar uiteindelijk is dat niks voor een groot gezin. Er zijn nooit genoeg paprika’s samen rijp om eens iets deftig mee te doen, en het is veel te veel prutswerk voor mij voor wat het maar opbrengt.
Ik vond ze ook niet echt fantastisch van smaak. Je hoeft ze natuurlijk niet op te eten, een plantje met kleine oranje paprika’s is ook wel gewoon mooi op een balkon of terras. Ik zet ze niet meer, dus heel mijn voorraad zaadjes mag weg.
Om een idee te geven van het formaat legde ik er eentje op een dessertlepel. Ze zijn wat verrimpeld omdat ze louter voor zadenoogst gebruikt worden.

mini paprika oranjePepertjes, da’s altijd een succes: een beetje tot heel veel hot is hier altijd welkom.
Red Fire geeft een massa leuke vruchtjes die omhoog staan aan de plant, en kleine kaboutermutsjes lijken. Deed het zowel in de serre (in een pot) als buiten in volle grond uitstekend. Omdat we zoveel pepertjes niet zomaar eventjes opeten droog ik ze, en zo zijn ze enkele jaren houdbaar. Heerlijk om een spaghettisaus of soep mee te pimpen.

Ook de Rode cayenne is zo eentje. Heet, productief en makkelijk te drogen. Die stond dit jaar ook in pot in de serre, en buiten in volle grond.

Nog een heet dingske: Aji white fantasy. Al was dat niet altijd even duidelijk. Sommige vruchtjes kon ik eten als een paprika, terwijl oudste zoon (die echt wel veel pikanter eet dan ik) mij met een vuurrood hoofd beschuldigde van foute informatie.
Groter dan de vorige twee, roomwit afrijpend, en niet echt geschikt om als geheel te drogen. Misschien wel als je ze in stukjes snijdt, maar dat is dan weer te veel moeite voor mij. Ik denk dat ik ze verwerk tot een witte sambal, of invries. Wordt vervolgd.
Onderstaande foto nam ik vandaag, net voor de plant plaats moest maken voor spinazie. Zoals je ziet: nog behoorlijk fris. De verlepte blaadjes die je rechtsboven ziet zijn van de Smartmatplant. Als je goed kijkt zie je daar ook nog een groen pepertje aan hangen.

plant vol witte pepertjes Aji white fantasy
pepertje Aji white fantasy

Zowel Smartmat als Hellofresh hebben hier een aantal dozen geleverd, ooit. in elk van die dozen zat eens een pepertje, en ik vond dat de moeite om te proberen daar iets meer mee te doen dan gewoon in de saus te draaien. De zaden werden geoogst, en elk jaar heb ik hete Hellofresh pepertjes, en milde Smartmat pepertjes. Misschien kan een echte kenner er wel een ras op plakken, maar ik vind ze gewoon lekker. Ze zijn merkelijk groter dan de twee andere soorten.
Ze zijn perfect te drogen, maar dat vraagt meer tijd dan de Rode cayenne of Red fire.
Die van Smartmat (de milde) oogst ik ook groen. Vandaag werden de laatste geplukt.

Hieronder van klein naar groot: Red fire, Aji white fantasy, Rode cayenne, Hellofresh en Smartmat, allemaal vanop het droogrek.

pepertjes van klein naar groot
Voor wie niet meedoet met de zadenruil bij Rob: je mag het steeds laten weten als je zaden van iets zou willen proberen. Als er nog over is stuur ik met veel plezier een pakje op.

Tot slot nog een prentje van de oogst van de dag. Ik ben heel blij dat ik een groentenhofke heb dat een beetje zelfredzaam is.

oogst van de dag

 

 

 

Een schop onder mijn gat

Voila, Dat had ik nodig om hier weer eens iets te schrijven, en die kreeg ik.

Van zonen en man, want “die nieuwe computer, heb je die nu eigenlijk al gebruikt?” en van Rob van Natuurlijk Rijk, want de lijstjes voor de zadenruil moesten dringend binnen. Die actie waar ik eerst niet ging aan meedoen.

zadenruil

©foto: natuurlijk-rijk

Mijn excuus: ik heb de tuin gewoon de tuin laten zijn dit seizoen, en nauwelijks tijd gehad om aan iets anders te denken dan “keuken”. Gelukkig gaat de natuur zijn gangetje, en komen zaden vanzelf aan de planten. Een rondje oogsten, wat peuter- en prutswerk, stinkende potjes fermenterende tomatenzaden, en kijk, ik ben er weer helemaal klaar voor. Het is altijd weer plezant om al die zakjes in de bus te vinden, en elk jaar weer zijn er fantastische tomaten, paprika’s en mooie bloemen en planten die ik zomaar bijeen geruild heb. Een beetje moeite doen geeft elke keer veel resultaat. Mijn volledige lijstje zaden schreef ik eerst netjes op, en vind je (binnenkort) op de blog van Rob. Foto’s worden nog steeds GSM-gewijs genomen.

lijst te ruilen zadenOmdat een lijstje ook maar gewoon een lijstje is had ik zo het idee om hier in een paar afleveringen wat meer uitleg te geven, en eventueel wat fotootjes bij te voegen. Zo weet je wat je in huis haalt 😉 .
Als er na de ruil bij Rob nog zakjes overblijven zijn ze voor mijn lezers. Ik laat het jullie weten.

Ik kan alvast vertellen dat de zadenruil mij eindelijk weer in gang heeft gezet. Zaden sorteren, kijken waar ik veel van heb en wat dus geruild kan worden, weggooien wat nu ondertussen al 4 of 5 keer niet kiemde/niet lekker was/wel kiemde maar niks opbracht, een verlanglijstje maken voor volgend jaar, al eens snuisteren in de zadenlijst van Velt, oplijsten welke tomaten en paprika’s blijvertjes zijn, de mentale aantekening maken dat ik niet voor vijf jaar ver hete pepertjes moet zaaien, enzovoort, enzoverder. Zelfs mijn blog geraakt op die manier weer gelanceerd.

IMG_20171111_181137.jpg
Kijk, mijn bakjes zijn weer opgekuist en staan klaar voor het nieuwe seizoen. Als de serre opgeruimd is start ik daar alvast weer met wat kervel, spinazie en winterpostelein. Veldsla lukte vorig jaar in december ook nog, dat wordt zeker nog gezaaid. De grond wordt beter gebruikt in plaats van kaal gelaten, zei Jos mij, en hij kan het weten, want hij schreef zowaar een boek over alles wat met de serre te maken heeft. Voor Sint Maarten zal het al te laat zijn, maar wie weet gooit Sinterklaas dat boek wel in mijn schoentje? Ik ga er anders met plezier zelf om, dan krijg ik wellicht een gesigneerde versie.

Zoals dat dikwijls gaat met voornemens, kan het zijn dat dat hier ook weer verwatert na een paar keer… ik beloof dat ik mijn best doe, maar hier wordt nog steeds druk behangen, geverfd, geschuurd, geretoucheerd, en van keukenverbouwing gedaan.
’t Zijn de laatste prutsen, we vinden het nog altijd plezant, maar we kijken wel uit naar terug wat orde en rust (in hoofd en huis) en minder stof overal. Ook over het keukenproject: een update volgt wellicht.

 

 

 

Ook in de moestuin: lente in zicht!

Gisteren draaide ik (virtueel dan toch) terug aan Villa Steenschot. In ’t echt wandelde ik natuurlijk tot helemaal achteraan in de tuin, via moestuin en serre.

pluviometer
Het eerste wat ik tegenkom: de pluviometer. In de winter haal ik die binnen, vorig jaar stond er nog water in en vroor hij kapot. Op de drie dagen dat hij terug op zijn plekje hangt viel er één-entwintig liter water per vierkante meter. Amai m’n botten!
Duidelijk te zien: door mulchen en grond bedekt houden in de winter valt het hier eigenlijk nog mee, ondanks de redelijk zware grond. Geen dichtgeslempte modderpoelen.
Vandaag ben ik nog niet gaan kijken hoeveel het regende, maar aan de lucht te zien zijn we nog lang niet aan het eind van de bui.
Ik blijf erbij: zooooo content dat ik gisteren buiten vertoefde!

chinese en gewone bieslook

Dan kom ik aan de “extra” perceeltjes. Twee stukjes moestuin, links en rechts van het pad, die niet meedoen in het rotatieschema. Links staan vaste kruiden. Hier doen de Bieslook (vooraan) en Chinese bieslook hun best om als eerste voor een frisse groene toets te zorgen. Ook de Oerprei heeft zich uitgezaaid: naast de duimdikke stengels staan ook een aantal heel fijne sprietjes, in dezelfde grijsgroene kleur. Een verloren teentje Knoflook van vorig jaar zorgt mogelijk ook nog voor een mooi knolletje. ’t Staat zo’n vijftien centimeter boven de grond nu.

bloemenperkje, met vooral Nigella damascena

Aan de rechterzijde, vlak voor de serre ligt het bloemperkje. Allerlei zaden worden hier uitgestrooid: Goudsbloem, Klaproos, Zegekruid, Damastbloem, Kattensnor, Haverwortel,Korenbloem… Een bont geheel, vol leven. ’t Is altijd een beetje afwachten wat er verschijnt of verdwijnt, ik laat de dingen hier hun gangetje gaan. Eén ding is zeker: onze tuin zal nooit meer zonder Juffertje-in-het-groen zijn. Een fantastisch mooi bloempje, zowel wit als blauw, maar met het karakter van een echte veroveraar. Verbena bonariensis is ook zo eentje. Overal kom ik die dingetjes tegen. Waar ze echt niet kunnen blijven staan zijn ze gelukkig zeer makkelijk te verwijderen, maar waarom zou er geen blauw of wit of paars bloempje tussen de sla mogen groeien? Wij zijn hier redelijk tolerante mensen…

In ons glazen huisje dan. Zo proper, die raampjes! Twee weken geleden besloten we dat het tijd was om eens grondig met water en zeep te spelen daar, door het mos hadden we op sommige plekken een eerder lichtgroene lichtinval. Nefast voor de groei van al dat jong geweld.
Zeep? Ik hoor het u denken. Ja, zelfgemaakte. Heel simpel, heel effectief, milieuvriendelijk, goedkoop en met veel minder schuim dan die uit de winkel.
Je hebt alleen maar 50g klimopbladeren, 900 ml water en 100 ml azijn nodig.

50 gram klimopblad in de blender, met water naar behoeven (je moet vlot kunnen fijnmalen). Als het fijn genoeg is alles in een kookpot doen, de rest van het water even gebruiken om je blender uit te spoelen en dan mee in de pot gieten. Ook de azijn toevoegen, en alles even laten opkoken. Dat moet niet lang duren, je ziet het schuim zo naar boven komen in de kookpot.
Zeven, in een fles gieten en klaar.
Da’s natuurlijk niet zo’n stroperige vloeistof als die uit de winkel hé. En ze heeft een vies bruin kleurtje (dat kan je wel fris groen houden door een eetlepel natriumbicarbonaat mee in de kookpot te doen) en geen synthetisch geurtje. Een geur kan je met etherische olie toevoegen, maar voor serreruiten vind ik parfum niet echt een must ;). Deze zeep kan ook voor (donker !) wasgoed gebruikt worden, en dan is lavendelfris misschien wél gewenst?

Een goeie scheut in een emmer lauw water, en de klus was geklaard in geen tijd. Streeploos aftrekken deden we niet, de regen hing toch al in de lucht!

Sla Little gem in de serre

erwtjes en reukerwtjes

stekjes van Japanse wijnbesIn de serre plantte ik de sla uit die ik vorig jaar in november in bakken zaaide, en vervolgens een hele winter vergat. Het platgeduwde stuk daarachter is een goeie vierkante meter spinazie in wording. Hopelijk wat enthousiaster dan vorig jaar, toen moesten we feest houden met twee of drie gelukte plantjes… Helemaal bovenaan de eerste foto, aan de achterste ruit staat ook nog wat veldsla gezaaid. Ook snijsla, worteltjes en radijzen worden hier bijna dagelijks uit de grond gekeken.

Op de zaaiplank: twee trays erwtjes, één deel om op te eten, de anderen zijn reukerwten.
Voorgezaaid, jawel. Het kan ook rechtstreeks in de grond, maar dan spelen de duiven een venijnig spelletje: vanaf het moment dat ze ongeveer zo hoog staan als nu in de bakjes worden ze gewoon uit de grond gewipt. Niet om op te eten hoor, nee, gewoon het plezier van een erwt aan zijn staartje eens door de lucht te zwieren. Duivenkermis! Mij niet meer gezien, als ze een tiental centimeter hoog zijn plant ik alles uit. Aan zo’n stengels wagen de fladderbeesten zich niet meer.
Verder staan er zaaikistjes met koolsoorten, prei en zaaiajuin, nog wat soorten radijzen, en koolrabi.

In de zwarte potjes lopen vijf stekjes van Japanse wijnbes uit. Bij wijze van experiment vorig najaar opgepot, en zie! Ze hebben al allemaal een adoptiegezin gevonden 🙂

Vandaag kijk ik naar buiten, en bedenk dat mijn dagje gisteren wel zonniger was. Geen nood, ook binnen kan ik mij bezig houden met tuingedoe. Opkuis is voorlopig een nuloperatie, en alle beschikbare plooi- en andere tafels staan vol…Paprika’s aubergines en kruiden doen het goed, en ik heb me voorgenomen om niet voor half maart te beginnen aan de tomaten. Dat wordt nog moeilijk vrees ik, als het buiten zo nat blijft.

op de keukenvloer

Jullie hebben nog één stukje te goed, helemaal vanachter gebeurt er ook vanalles.

Zaaikoorts

Ik heb even getwijfeld om man des huizes een gastlogje te gunnen. De jongen had zoveel plezier, dat de tranen over zijn wangen liepen, hij zich haast verslikte in zijn koffietje, en zijn gezicht de kleur van een rijpe tomaat kreeg.

Dit alles na het aanschouwen van onze keuken, mijn zaaiwerkzaamheden en een opmerking van mij. Zo langs mijn neus weg, dat ik eigenlijk nu al plaats te weinig zal hebben in de serre… en dat de tomaten nog niet gezaaid zijn, zelfs nog niet geselecteerd.

De keuze van gereedschap was blijkbaar ook lachwekkend.

speciaal zaaigrondschepje

Alles wat goed schept kan volgens mij gebruikt worden om potgrond uit zakken in zaaibakjes te brengen. Een sopje (voor zoon twee thuis komt, zijn favoriete koffietas!) en er is niks gebeurd.
Er kwam een schampere opmerking dat ik misschien beter eerst de keuken wat had opgeruimd alvorens zaaibakken te willen uitwassen, plantenspuiten te vullen en heel de tafel in te palmen. Tja, ’t zou waarschijnlijk gemakkelijker werken zijn…

paprikazaden

Maar jongens, plezant dat dat was! Minizaadjes, proper geschreven labeltjes en een woonkamer met plooitafels, het hoort er allemaal bij.

gerecycleerde moestuinagenda

Ik recycleerde Wim’s moestuinagenda van vorig jaar. Alles wat ik dit jaar doe wordt op de juiste datum, maar in een andere kleur geschreven. Vorig jaar was ik goed begonnen, maar na enkele maanden neemt de drukte in de tuin toe, en de activiteit in zo’n boekske af. Hergebruiken dus, een nieuw aanschaffen vond ik er wat over.
Wel confronterend: ik lees hier net dat vorig jaar op 14 februari de narcissen al geel kleurden, maar nog niet open stonden. Nu staan ze met moeite drie centimeter boven de grond…

De Winterkamperfoelie (Lonicera purpussi “Winterbeauty”) begint eindelijk te bloeien, en op zo’n zonnig dagje als vandaag geurt die ook heerlijk. Eens proberen of ik dat geurtje kan vangen in een olie, om een crème van te maken. De Gele kornoelje (Cornus mas) is nog net niet uit de startblokken, en het Nieskruid (Helleborus oriëntalis) zal dit jaar eerder vroege lentebloeier dan winterkleur zijn. Knoppen genoeg, maar nog laag bij de grond, en ver van open.

Op 14 februari zag ik een moedig bijtje vliegen, de katten hebben de kolder, de tortels denken alleen maar aan nageslacht produceren, man des huizes lacht met mijn zaaigedrag: de lente is volgens mij echt in aantocht!

 

PANG! of het startschot van moestuinseizoen 2017

Het was mijn mantra zo’n beetje, na nieuwjaar: niet beginnen, nog niet, echt niet, te vroeg. En dat zo heel veel keer, vooral als er stomme huishoudklussen op het programma stonden. Een keuken opruimen na een dag, serieus, da’s toch elke keer weer een nul-operatie? Ge hebt uw schotelvod nog niet goed en wel uitgewrongen of er staat daar al weer eentje met “een hongerke”. Die dan de koelkast doorploegt, op zoek naar lekkers, heel de tafel onderkruimelt en bij voorkeur nog alles achter zijn gat laat staan ook. Ja, “zijn”. Ik ben het enige vrouwelijke exemplaar hier in huis.

Maar enfin, daar ging het niet over. Zaaikoorts dus. Niet vóór 7 februari. Man des huizes verjaart dan, maar dat heeft er niks mee te maken.
Nee, les van the one and only Jos, de Velt-lesgever die ongelooflijk gepassioneerd kan vertellen over zijn vreselijk uit de hand gelopen hobby: groenten kweken, en vroeg beginnen onder glas.
Ik kan niet blijven hopen op beginnersgeluk, en ging luisteren naar alle details over pepers, paprika’s en aubergines. Haha, zo veel fouten die ik maak, en toch zo’n goeie oogst…met wat ik nu weet kan het niet meer stuk.
Ik vroeg hem ook om mij te mailen, elke keer als hij iets in zijn serre gezaaid of geplant heeft, kwestie van mee te zijn. Tot hiertoe: radijzen, spinazie, zaaiajuin en kolen. Ook zijn zaaitafel is in orde gemaakt. Me dunkt dat ik hier al een inhaalmanoeuver zal mogen maken.

Verder mag ik rustig beginnen om er in te komen. Zaai- en stekgrond naar binnen halen om op te warmen, zo’n dagje of drie moet wel volstaan.
Ondertussen heb ik tijd om de zaden uit te kiezen, labels te schrijven, potjes en kweekbakjes te zoeken en uit te wassen, en een lading cocopeat te halen. Dat, vermengd met stekgrond en eventueel wat lavagruis zou een veel groter vochtabsorberend vermogen hebben volgens Jos. En gezien mijn stiptheid (ahum) met de gieter kan dat hier alleen maar in het voordeel van ontkiemend plantgoed werken.
Verder mag er een kampeertafel in de keuken gezet worden om al die dingen rustig te laten  groot worden, en zoek ik best ook de plantenspuit in plaats van alle zaden met de gieter weer op een hoopje te spoelen.

Volgende week zaai ik, waarschijnlijk zeer zeker weer veel te veel voor onze beschikbare grond. Een moestuin in verdiepingen, wie wil dat eens uitvinden?

Voila, mooie vooruitzichten. Wroeten in de grond, niks leukers dan dat toch?
En weet ge wat? Jos vertelde mij met blinkende oogjes van trots dat hij aan een boek schrijft. Voor Velt. Over serreteelt. Of hoe schoon een moestuinjaar kan beginnen.