Project van 2016, afgerond

Herinner je je deze foto nog?

knutselwerkje

Die zette ik vorig jaar in januari op deze stek, met de mededeling dat dat iets voor een lang project was.
Kijk, toen zaten er aan de bovenzijde nog drie blokjes, was het hout blank en ongeschonden, en hadden we alle vertrouwen in een gelukt project.

Sinds vorig weekend is het restje zoldertrap weg. De blokjes waren dat al eventjes langer, houtlijm en Belgisch weer, dat is niet altijd een goeie combinatie.
De vogels zochten hun extra voederplank met zonneterras, de katten moeten hun krabpaal missen. Maar daar was dat ding eigenlijk helemaal niet voor bedoeld. Ah nee.

Kenners zien direct dat dit een zeer gesofisticeerd (ahum) fotostatief is. Vooral eentje dat -in tegenstelling tot mijn Manfrotto- mag buiten blijven staan gedurende een heel jaar, zonder dat je je zorgen moet maken dat iemand er mee gaat lopen. De blokjes bovenaan waren de statiefkop, kwestie van elke keer dezelfde positie te hebben. Dat viel nog dik tegen eigenlijk, zeker toen er eentje, en daarna twee, losgeregend waren. Potloodstreepjes brachten een beetje redding.

Elke dag, of toch zo vaak als mogelijk, togen we rond het middaguur naar buiten en deden van “pickie-time”. Een jaar aan een stuk een foto van de tuin, telkens vanaf hetzelfde punt, om een heel jaar en vier seizoenen lang de groei en bloei vast te leggen. Een timelapse, met een schitterend filmpje als resultaat. Dat was het idee toch. Er zijn genoeg foto’s, telkens uit min of meer (’t gaat echt over millimeters) hetzelfde standpunt, met dezelfde lens en brandpuntsafstand. Helaas is een echt goeie timelapse niet simpel. Als ik alle foto’s achter mekaar hang verspringen de positie en de belichtingsinstellingen veel te veel om van “een mooi resultaat” te spreken.
Hier en daar figureert er een onwetend huisdier, en het valt op dat we sommige “rommeltjes” wel heel lang lieten liggen. De bloempotten op het terras, da’s ook een aandachtspuntje voor dit jaar. Veel mooier als ze gevuld zijn met uitbundige bloeiers…
Voor ons blijft het wel een leuk stukje archief, waar we vooral in kunnen terugvinden wanneer en waar we kleur en structuur te weinig hebben, en wanneer de ideale terrasmaanden waren.

Daarom een diavoorstelling, van twee foto’s per maand, eentje in het begin en eentje van rond de vijftiende, plus de allerlaatste van het hele rijtje. Niks bewerkt, niks aangepast, gewoon zoals ze uit het fototoestel kwamen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Een nieuw groot project voor dit jaar? Ik heb nog niet echt een idee. Mogelijk de “kruidenberg” in ’t midden, misschien ook een herbarium van alles wat hier aangeplant werd. Sinds vorig jaar heb ik de smaak te pakken, en nu ik ook een cursus boekbinden achter de kiezen heb kan het resultaat wel meevallen.
’t Moet in elk geval iets zijn wat combineerbaar is met keukenverbouwingen 🙂

En u? Zotte dingen in de pijplijn?

Zaaikoorts

Ik heb even getwijfeld om man des huizes een gastlogje te gunnen. De jongen had zoveel plezier, dat de tranen over zijn wangen liepen, hij zich haast verslikte in zijn koffietje, en zijn gezicht de kleur van een rijpe tomaat kreeg.

Dit alles na het aanschouwen van onze keuken, mijn zaaiwerkzaamheden en een opmerking van mij. Zo langs mijn neus weg, dat ik eigenlijk nu al plaats te weinig zal hebben in de serre… en dat de tomaten nog niet gezaaid zijn, zelfs nog niet geselecteerd.

De keuze van gereedschap was blijkbaar ook lachwekkend.

speciaal zaaigrondschepje

Alles wat goed schept kan volgens mij gebruikt worden om potgrond uit zakken in zaaibakjes te brengen. Een sopje (voor zoon twee thuis komt, zijn favoriete koffietas!) en er is niks gebeurd.
Er kwam een schampere opmerking dat ik misschien beter eerst de keuken wat had opgeruimd alvorens zaaibakken te willen uitwassen, plantenspuiten te vullen en heel de tafel in te palmen. Tja, ’t zou waarschijnlijk gemakkelijker werken zijn…

paprikazaden

Maar jongens, plezant dat dat was! Minizaadjes, proper geschreven labeltjes en een woonkamer met plooitafels, het hoort er allemaal bij.

gerecycleerde moestuinagenda

Ik recycleerde Wim’s moestuinagenda van vorig jaar. Alles wat ik dit jaar doe wordt op de juiste datum, maar in een andere kleur geschreven. Vorig jaar was ik goed begonnen, maar na enkele maanden neemt de drukte in de tuin toe, en de activiteit in zo’n boekske af. Hergebruiken dus, een nieuw aanschaffen vond ik er wat over.
Wel confronterend: ik lees hier net dat vorig jaar op 14 februari de narcissen al geel kleurden, maar nog niet open stonden. Nu staan ze met moeite drie centimeter boven de grond…

De Winterkamperfoelie (Lonicera purpussi “Winterbeauty”) begint eindelijk te bloeien, en op zo’n zonnig dagje als vandaag geurt die ook heerlijk. Eens proberen of ik dat geurtje kan vangen in een olie, om een crème van te maken. De Gele kornoelje (Cornus mas) is nog net niet uit de startblokken, en het Nieskruid (Helleborus oriëntalis) zal dit jaar eerder vroege lentebloeier dan winterkleur zijn. Knoppen genoeg, maar nog laag bij de grond, en ver van open.

Op 14 februari zag ik een moedig bijtje vliegen, de katten hebben de kolder, de tortels denken alleen maar aan nageslacht produceren, man des huizes lacht met mijn zaaigedrag: de lente is volgens mij echt in aantocht!

 

PANG! of het startschot van moestuinseizoen 2017

Het was mijn mantra zo’n beetje, na nieuwjaar: niet beginnen, nog niet, echt niet, te vroeg. En dat zo heel veel keer, vooral als er stomme huishoudklussen op het programma stonden. Een keuken opruimen na een dag, serieus, da’s toch elke keer weer een nul-operatie? Ge hebt uw schotelvod nog niet goed en wel uitgewrongen of er staat daar al weer eentje met “een hongerke”. Die dan de koelkast doorploegt, op zoek naar lekkers, heel de tafel onderkruimelt en bij voorkeur nog alles achter zijn gat laat staan ook. Ja, “zijn”. Ik ben het enige vrouwelijke exemplaar hier in huis.

Maar enfin, daar ging het niet over. Zaaikoorts dus. Niet vóór 7 februari. Man des huizes verjaart dan, maar dat heeft er niks mee te maken.
Nee, les van the one and only Jos, de Velt-lesgever die ongelooflijk gepassioneerd kan vertellen over zijn vreselijk uit de hand gelopen hobby: groenten kweken, en vroeg beginnen onder glas.
Ik kan niet blijven hopen op beginnersgeluk, en ging luisteren naar alle details over pepers, paprika’s en aubergines. Haha, zo veel fouten die ik maak, en toch zo’n goeie oogst…met wat ik nu weet kan het niet meer stuk.
Ik vroeg hem ook om mij te mailen, elke keer als hij iets in zijn serre gezaaid of geplant heeft, kwestie van mee te zijn. Tot hiertoe: radijzen, spinazie, zaaiajuin en kolen. Ook zijn zaaitafel is in orde gemaakt. Me dunkt dat ik hier al een inhaalmanoeuver zal mogen maken.

Verder mag ik rustig beginnen om er in te komen. Zaai- en stekgrond naar binnen halen om op te warmen, zo’n dagje of drie moet wel volstaan.
Ondertussen heb ik tijd om de zaden uit te kiezen, labels te schrijven, potjes en kweekbakjes te zoeken en uit te wassen, en een lading cocopeat te halen. Dat, vermengd met stekgrond en eventueel wat lavagruis zou een veel groter vochtabsorberend vermogen hebben volgens Jos. En gezien mijn stiptheid (ahum) met de gieter kan dat hier alleen maar in het voordeel van ontkiemend plantgoed werken.
Verder mag er een kampeertafel in de keuken gezet worden om al die dingen rustig te laten  groot worden, en zoek ik best ook de plantenspuit in plaats van alle zaden met de gieter weer op een hoopje te spoelen.

Volgende week zaai ik, waarschijnlijk zeer zeker weer veel te veel voor onze beschikbare grond. Een moestuin in verdiepingen, wie wil dat eens uitvinden?

Voila, mooie vooruitzichten. Wroeten in de grond, niks leukers dan dat toch?
En weet ge wat? Jos vertelde mij met blinkende oogjes van trots dat hij aan een boek schrijft. Voor Velt. Over serreteelt. Of hoe schoon een moestuinjaar kan beginnen.

 

Jieeeeehaaaaa!

Gelukt!
We zijn hier met zijn allen eventjes even hyperkinetisch blij als de man waar we binnen drie maanden min twee dagen naar gaan kijken.
Kaartjes voor Bart Peeters: check!

Al van september proberen we, en nu, bij het laatste CC dat zijn verkoop start zijn we bij de gelukkigen.
Kinders op de eerste twee rijen (dat hoort bij deze voorstelling), wij ergens wat verder naar achter.

schermafbeelding-2017-02-06-om-23-17-29

Met dank aan man des huizes die de ‘ollandse werkplek op tijd verliet om in Ternat in de rij te gaan staan vanaf half zes.

Keukenverbouwingen – 2. We weten wat we willen

Of toch al een beetje…
We weten goed welke toestellen we willen, van sommige dingen kennen we zelfs ook al een merk en type.
Er is duidelijkheid waar werkzone en leefruimte komen.
De architect gaf een duidelijke “JA” op onze vraag of de muur helemaal weg mocht (vreugdedansje).
Een spoelbak waar een ovenplaat in afgewassen kan worden, en een ruime tweede. Mét afgeronde hoekjes, strak design is mooi maar niet onderhoudsvriendelijk.
Een inductiekookplaat. Gas is supertof om op te koken, maar ik ben het afkuisen van fornuizen zo beu als kouwe pap.
Een werkblad in warmgewalst inox alstublieft. Nog nooit eerder van gehoord, maar nu ik het gezien heb: instant verliefd. Ik ben bereid om andere dingen te schrappen, maar dat wil ik. Echt.

We lieten bij twee mensen ontwerpen maken. Onze achterbuur, Jo, omdat we daar al veel keukens van zagen, bij ongeveer iedereen hier in ’t dorp die een keuken wil. Overal dezelfde commentaar: fijne mens, en alles tot in de puntjes en tot op de millimeter afgewerkt. Ook na enkele jaren intensief gebruik zijn ze nog steeds top.
Een interieurfirma die er wat ons betreft met kop en schouders bovenuit stak op de BIS-beurs mocht ook ontwerpen. Daar hadden we het voordeel van een grote toonzaal, waar alle mogelijkheden aan de hand van de opstellingen uitgelegd konden worden.

Beiden zijn vergelijkbaar, ze leveren allebei maatwerk als dat nodig en interessanter is, maar plaatsen net zo goed standaardmeubels.
Grote verwachtingen natuurlijk, als je de voorontwerpen mag gaan bespreken.
Achterbuurman kent ons huis, kwam in onze keuken zitten, kijken en plannen. Op dat moment was er nog geen consensus over een grote oven (90 cm breed) of niet, moeilijk om concreet te tekenen dus. Een kast van 90 cm waar een XL toestel in past is nogal dominant, merkten we.

Terug naar de andere partij, die drie plannetjes had, waar telkens onze grootste eis over het hoofd gezien was: wij willen naar buiten kunnen kijken als we werken. Werken gebeurt meestal aan een werkblad, of aan een spoelbak, iets minder aan een kookplaat.
Hadden ze toch wel weer elke werkzone dwars op het uitzicht naar buiten georiënteerd zeker!?
Huiswerk herdoen, we gaven ondertussen een paar dingen mee die nu voor ons een must zijn, en wachten in spanning tot 20 februari. Dan komt er een uitgewerkt plan (mét prijsofferte) onze kant op.

Gisteren zaten we opnieuw bij Jo, die ons vorig schetsje en onze mail netjes naast zich had liggen, en samen met ons het puzzeltje deed passen. Een paar krabbels later hadden we drie mogelijkheden qua opstelling, die in de loop van deze week uitgewerkt zullen worden.
Na 20 februari beslissen we met wie we in zee gaan, en welke utopiën we aan de hand van het prijskaartje zullen schrappen of toch uitvoeren. Spannend!

Voor beiden is zomer 2017 nog haalbaar.
Daarom deden we deze week met de jongens niet van “Kuis je huis”, maar eerder van ruim een hele woonruimte leeg om voorbereidingen te kunnen treffen.
Heel onze benedenverdieping is nog nooit geverfd, behangen of wat dan ook. Niet ideaal natuurlijk om daaraan te beginnen als er een nagelnieuwe keuken geplaçeerd is. Nee, stof eten moet op voorhand gebeuren.

Kasten werden gedemonteerd en elders weer opgebouwd, er werd een hele zak voor de kringwinkel klaargezet, en ons bureau is in plaats van smijt-maar-daar plek nu netjes ingedeeld in een stuk jongensdressing en een stuk werkruimte.

Een plafond uitvullen en opschuren (x3), of toch verlagen wegens te grote barsten, muren egaliseren, vliesbehang en grondlagen verf: allemaal voor de komende weken. Eerst moeten we nog grote kaders met plastiek maken om de ruimten toch min of meer af te sluiten, en dan beginnen we er aan.
Jeuj, contenter dan een kind dat op Sinterklaas wacht, ikke.

Als afsluiter van de dag staken we de voetjes onder tafel in een fantastisch tapas-restaurant. Samen met Moeke en  Vake, die dat als nieuwjaarscadeau van hun petekinderen veel meer kunnen waarderen dan een zoveelste overbodig paar kousen of setje zakdoeken. Lekker en gezellig, meer moet dat niet zijn.

 

De Verbeelding Book Challenge 2017 – januari

Een voornemen van vorig jaar: een overzicht van wat ik las, met de kaft van het boek, (een stukje van) de achterflaptekst, en voorzien van een klein beetje commentaar. Wie weet inspireert het je ook, of behoedt het je voor een foute aankoop.
Januari, alstublieft.

3. Een boek geschreven door meerdere auteurs: Drift – Luc Deflo en Sormaria Marchan (229p)

Drift

In de Hasseltse kanaalkom komt een verhakkeld lijk bovendrijven. Masha Kirilenko en de rest van het team staan voor een raadsel. In Hasselt loopt een gestoorde gek rond en de flikken slagen er zelfs niet in om het slachtoffer te identificeren. Als bovendien ervaren rot Felix Debie moet afhaken wegens persoonlijke beslommeringen, ziet Masha geen andere oplossing meer dan raad te vragen aan Joris Bokstael, ooit een gerenommeerd profiler, maar aan lager wal geraakt wegens een teveel aan testosteron. Masha vindt hem in… de gevangenis.
Ik las al eerder boeken van Deflo, en vond ze altijd wel een leuk tussendoortje, maar zou nu begot niet meer kunnen zeggen welke ik al las en waarover ze nu ook weer gingen…
Deze schreef hij samen met zijn vrouw, en pakt mee vanaf de eerste bladzijde. Het verhaal flitst van hier naar daar, en ook deze was snel uit.  Een eerder boek over Masha Kirilenko schreef Deflo samen met Aloka Liefrink. Vermoedelijk haal ik het ook nog in de bib, het leest vlot, maar ik vrees dat ook hier de verhalen nogal op mekaar lijken, en ik geen finesses zal onthouden.

4. Een boek geschreven door iemand die jonger is dan jou: Mevrouw Verona daalt de heuvel af – Dimitri Verhulst (112p)

Mevrouw Verona daalt de heuvel af

Op een gure winterdag daalt Mevrouw Verona de heuvel van Oucwègne af, in de wetenschap dat de terugtocht voor haar fysiek niet meer haalbaar is. In het dal gaat ze bij de rivier zitten, in afwachting van haar laatste moment, aan haar voeten een trouwe hond.
Het verhaal op zich is zeer mooi, maar voor mij kwam het té “bewerkt” over. Het lijkt wel of het verhaal geschreven werd, en daarna tien of meer keer herlezen en herwerkt met als enige doel om er zo veel mogelijk gekunstelde woorden in te proppen. Soms moest ik echt mijn aandacht te veel bij het boek houden om er echt van te kunnen genieten. Ik las al eerder boeken van Verhulst, ’t is de eerste keer dat mij dat opvalt.

10. Een boek met een titel die bestaat uit één woord: Cécile – Ish Ait Hamou (368p)

Cecile

Djibril is elf en droomt van de wereld buiten zijn kleine dorp in het diepe zuiden van Marokko. Door zijn nieuwsgierigheid en zijn kinderlijk enthousiasme krijgt zijn leven een onverwachte wending. Het enige wat Djibril nog verbindt met zijn zonovergoten geboorteplaats zijn de kleren die hij droeg en een verhakkelde foto die toebehoorde aan zijn oudere broer Kareem. Een onduidelijke krabbel op die foto leidt hem naar een adres in Parijs, waar hij kennismaakt met de jonge vrouw Cécile. Hoe meer hij Cécile bezoekt, hoe meer Djibril verwikkeld raakt in haar duistere kwellingen.

Mag mijn oordeel ook uit één woord bestaan? Ooooooooooooooh!
Da’s zo’n boek dat je ruikt, proeft, voelt, helemaal mee beleeft. Prachtig.

11. Een boek met een kleur in de titel : Nachtblauw – Simone van der Vlugt (304p)

Nachtblauw

 Na de dood van haar man wordt Catrijn huishoudster bij de familie Van Nulandt. Ze is er op haar plek en kan de vrouw des huizes ondersteunen tijdens haar schilderlessen.
Catrijns verleden achtervolgt haar echter en ze moet op zoek naar een andere betrekking. Ze komt terecht bij Evert van Nulandt in zijn plateelfabriek in Delft, waar haar schildertalent op waarde wordt geschat.
Er breken woelige tijden aan. Catrijn overleeft in 1654 de Delftse donderslag die de binnenstad in puin legt ternauwernood en daarna staat ze voor een levensbepalende keuze tussen haar hart en haar hoofd. Wacht ze op haar grote liefde, die voor jaren de zee op gaat, of kiest ze voor de man die haar zekerheid kan bieden?
Simone van der Vlugt verweeft het meeslepende verhaal van Catrijn met een intrigerende periode uit de Nederlandse geschiedenis: de Gouden Eeuw, waarin handel, wetenschap en kunsten een enorme vlucht namen.
Ik kan een boek met een mooie kaft onmogelijk laten staan…de kleur van het kleed deed het.  Een meeslepende roman over de ontstaansgeschiedenis van Delfts blauw. Op twee avonden was hij uit (ik moet misschien wel even zeggen dat ik heel graag historische romans lees…en meermaals mijn nachtrust niet zo belangrijk vind). Het boek deed mij een beetje denken aan “Het meisje met de parel” van Tracy Chevalier. Schilder Johannes Vermeer komt er ook in voor, het gaat over dezelfde tijdsperiode.

 14. Een non-fictie boek: Eet als een expert – Jolien Klamer, José van Riele, Liesbeth Smit, Gaby Herweijer  (176p)

Eet als een expert

Over voedselhypes en wat je daarvan mag geloven.  In het boek leggen de auteurs op een toegankelijke wijze uit hoe voedingswetenschap werkt (en wanneer het niet werkt) en geven ze praktische adviezen over voeding. Met handige weekschema’s en smakelijke recepten van ontbijt tot diner.
Een heerlijk no-nonsense book, dat ik als onverwacht cadeautje kreeg op oudejaarsavond, en waar na twee dagen al grondig in gegrasduind was. Ondertussen nam ik het dikwijls vast, en is het zeker al meerdere keren helemaal uitgelezen. In stukjes, want daar leent het zich uitstekend voor. Een absolute aanrader!
De auteurs zijn 4 dames die ook meewerken aan de website I am a foodie.

19. Een boek waarin meerdere generaties van één familie aan bod komen: Wat voorafging – Diane Broeckhoven (240p)
Wat voorafging

Berthe Moreels (1919-2014) wilde eigenlijk geen kinderen. Haar huwelijk met Jan Broeckhoven bracht evenwel een verbintenis van meer dan zestig jaar, twee dochters en een zoon met zich. Kind nummer één, een dochter, was bijzonder omdat het haar tot moeder maakte. Kind nummer drie, eerste en enige zoon, was haar afgod. Daar tussenin zat kind nummer twee, alweer een dochter en de nagel aan haar doodskist. Diane werkte vanaf het prille begin op moeders zenuwen en kreeg een hele reeks bijnamen, met Mater Dolorosa als een van de opmerkelijkste. Het verlangen naar liefde van deze dochter en de afwijzing van de moeder liepen een leven lang parallel.
Waw. Wat een boek. Diane Broeckhoven schrijft het zonder sentimenteel te zijn, zonder medelijden te vragen. Mooie taal, een vleugje humor, maar het gaat recht naar het moederhart. In dit autobiografisch verhaal werd ik ook terug in de tijd gevoerd: het speelt zich af in de buurt waar ik opgroeide, en ook wij noemden Antwerpen “de koekenstad”, hoewel ik tot op vandaag niet weet waar die benaming vandaan komt. Iemand?
Een boek dat nog dikwijls door mijn gedachten zal gaan, en verplichte lectuur mag zijn voor elke moeder (of vader, dat spreekt).

24. Een boek uit de bibliotheek: De hondenman – Toni Coppers (304p)De hondenman

Een vrouw wordt gevonden in het Galgenweel, het uitgestrekte zeilmeer op de Antwerpse Linkeroever. Ze is gewurgd en misbruikt. De zaak wordt nog gruwelijker wanneer de politie ontdekt dat haar hart koelbloedig is verwijderd. Vergelijkbare misdaden duiken op in Spanje en Duitsland. De moordenaar lijkt ongrijpbaar. Het enige wat hij telkens achterlaat is een sneeuwwitte veer die geheimzinnig naast het lichaam ligt.
Leuk tussendoortje, ik lees wel graag een thriller. Bij dit boek kregen de personages gezichten, omdat er een reeks liep op tv, met Hilde De Baerdemaeker in de rol van Liese.
De relatie tussen de personages wordt in de verhalen ook verder uitgediept, waardoor het wel leuker is om de “juiste” volgorde te respecteren, al kan elk verhaal perfect op zichzelf gelezen worden.
Staat hier als “boek uit de bibliotheek”, maar eigenlijk komen bijna al mijn boeken uit de bib.

Tot hiertoe zijn dat 7 boeken, goed voor 1744 pagina’s en ettelijke uren gemiste nachtrust 🙂

Verder begon ik ook in “Er gebeurde dit, er gebeurde dat”, van Kristien Hemmerechts. Een bundeling van autobiografische verhalen. Sommigen lezen als een trein, voor anderen moet ik mezelf dan weer wat forceren. Ik weet nog niet of ik het helemaal uit zal lezen, en  nog minder of het voor de Challenge in aanmerking komt. Misschien past het wel bij één van de niet-indevulde puntjes van edities 2015 of 2016.
Op mijn nachtkastje ligt “Heilzame kruidenrecepten van Broeder Guy”, een boekje dat geschreven werd door Guy van Leemput, broeder in de abdij van Postel. Vooral veel basisrecepten voor tincturen staan er in, handig om de verhoudingen kruiden/alcohol/alcoholpercentage op te zoeken, maar elke keer met dezelfde theoretische uitleg er bij. Zo krijg je natuurlijk heel snel je bladzijden vol…
Op de e-reader ben ik bezig in een tweede Coppers, In naam van de vader, en ondertussen halfweg. Ontknoping voorzien deze nacht 🙂

Bron afbeeldingen en flapteksten: Bib Wetteren en Bol.com

 

 

Vrijdag de dertiende

Ik geloof daar niet in, en dacht dat mijn geboortedag (zondag de dertiende) dat altijd genoeg zou compenseren.

Tot vandaag. Jongste thuis van school, mankend: drie tenen verstuikt in de turnles.
’t Viel nogal mee, geen reden tot bijgeloof.

Beetje later op de avond telefoon van tweede, dat derde met een kap in zijn hoofd en helemaal onder ’t bloed op de info-avond van de CM zat. Monitoren in spé. Zoon drie groggy, op het moment dat zoon twee net aan zijn presentatie moest beginnen.
Enfin, ik heb nen helen avond ge-appt (ah ja, nieuwe smartphone, dat ding kan dat!) met de echtgenoot die met zoon drie op spoed zat, en met zoon twee die op een andere manier thuis moest geraken. Eenzaam in de zetel, arme ik 😉

Zoon drie heeft nu 6 nietjes in zijn hoofd, en weet dat de Martelaarslaan zijn naam niet gestolen heeft. Donker, dichtbijpasserende auto’s, voetganger zijnde en werken in uitvoer: een droomscenario voor deze dag.

Gelukkig is oudste tijdens het gamen niet van zijn bureaustoel gevallen, anders zou ik beginnen twijfelen!

Toeval zeker? Toch?