Tagarchief: bloemetjes

Geel

Dit jaar besloten we om de binnenafwerkingen van ons huis eventjes zo te laten. De tuin had ook een beetje aandacht nodig. Buiten een stukje moestuin, een kruidentuintje, wat speeltuigen en een grote lap gazon was er tot voor enkele maanden niet echt sprake van een gezellige tuin.

We kennen wel een paar planten, we weten ongeveer wel wat we zeker wel en absoluut niet willen, maar om nu alles zomaar in mekaar te doen passen, daar ontbreekt toch echt wel de nodige kennis en ervaring.

Opnieuw was Google onze vriend. Deze keer zochten we op “ecologische tuinarchitect”. Een aantal mails werden verstuurd, en bedroevend genoeg kregen we maar twee reacties. Zelf kenden we ook nog de tuinarchitect van Oma, die tijdens een gesprekje tussen de soep en de patatten eigenlijk de tuin-aanleg-bal aan het rollen bracht, dus hadden we drie kandidaten.

We nodigden ze alle drie uit voor een verkennend gesprek. Bij twee van hen was dat gratis, de derde vroeg verplaatsings- en advieskosten. Bij alle drie hadden we “een goed gevoel”, en omdat wij écht leken zijn wat tuinaanleg betreft, vroegen we na de kennismaking aan alledrie een voorstel. Gebaseerd op streekeigen planten, en liefst met veel wit en blauw-roze-paars tinten. Absoluut geen geel.

Echt, als ik aan die kleur denk in verband met bloemen, dan krullen mijn tenen. Ik associeer het met bombastische cultivars, net het soort planten dat ik liever niet wil. Tulpen, rozen, krokussen, viooltjes, ik zie ze graag, maar niet in ’t geel. Forsythia? Nee, dankjewel! In een boeket vind ik geel dan wél weer mooi, je haalt er de lente echt mee in huis.

En toch… ze mochten niet op het tuinplan, maar sommige gele bloemen zijn hier al een aantal jaren thuis. De paardenbloemen, die elk jaar opnieuw en met massa’s meer dan het vorige jaar in het gazon verschijnen: prachtig vind ik ze.

paardenbloem
Net als de boterbloemen, daar was ik als kind al verzot op. Geen enkel probleem, laat die gele zonnetjes maar bloeien. Ook narcissen (narcissus pseudonarcissus) mogen er zijn, en mogen zelfs naar hartelust verwilderen.

Nu komt aan het terras ook voorzichtig geel tevoorschijn. Ook van een prachtige plant, ik zou er niet over denken om die weg te doen. Vrouwenmantel (Alchemillia Mollis). Boeiend hoe die telkens weer schuilplaats blijkt te zijn voor lieveheersbeestjes, en hoe in de lente het mooie blad na enkele dagen alle dorre stengels weer verstopt. De druppels die zo mooi parelend liggen te blinken, en nu, die fijne bloempjes, subtiel geel…ja, ze mogen blijven!

blad van vrouwenmantel

bloem vrouwenmantel

Ook Hugo schreef de gele bloeiers niet helemaal af. Hier en daar sluipt er toch wel eentje in de borders. Met de garantie dat we ze zé-ker! mooi gaan vinden (anders komt hij ze eigenhandig vervangen). De gele kornoelje (Cornus mas)

gele kornoelje in bloei

valt al in de smaak, en volgens mij zullen de elfenbloem (epimedium pinnatum “Colchicum”) en het brandkruid (Phlomis Russeliana) dat ook doen. Nu ja, hij mag gerust zijn, ik ging op de plantenkwekerij hier in de buurt mijn licht al opsteken, en zag eenzelfde subtiel groen-gele tint. I like!

Hoe het verder ging met de tuinvoorstellen, daarover vertel ik jullie een andere keer.

Zoveel te doen…

…Ik heb nog zoveel te doen… Dat was een populair liedje in mijn jeugd. En nu is dat gewoon écht waar…

In onze tuin lopen misschien wel tijgers rond, zonder dat we het weten. Het gras kan een kortere snit zeker verdragen, maar dat is niet evident als de grasmachine kapot is. Stiekem vind ik het helemaal niet erg, want dat gras, daar staan schone bloemekes in! Echte juweeltjes. Je moet het alleen willen zien. En naar die bloemekes komen beestjes. Ook schoon! Zolang het gras dus niet afgereden wordt, heb ik moois om naar te kijken en hebben al die kriebelbeestjes een reden om te blijven komen.

madeliefjes in't gras

roze bloemetjes

witte dovenetel

In de serre is ook veel te doen. De tomaten zijn geplant, maar hebben ondertussen waarschijnlijk dieven die groot genoeg zijn om uit te pitsen. Na een weekendje weg hebben ze ook nood aan wat water, stel ik mij zo voor. In de zaaitafel mag nog één en ander gezaaid worden, en de groenten die daar nu nog staan te blinken moeten dringend in volle grond. Ik wil dit jaar ook paprika’s en aubergines oogsten, dus ik zal toch wel eens plantjes aanschaffen. Bio, dat spreekt, maar dat vind ik niet direct naast de deur. De kruiden mogen buiten, de radijzen krijgen de allures van rode bietjes, en de rucola schiet in bloei. Werk genoeg! De bijenmengsels liggen hier nog op de keukenkast, en zonnebloemen, en nog héél veel.

Gelukkig heb ik toffe helpsters die het onkruid en de slakken onder de duim helpen houden. Drie zilverbrakels, die nogal eigenwijs en op hun vrijheid gesteld zijn. Ze slapen in de moerbeiboom, winter en zomer, en zijn de hele dag op zwier. Eéntje legt plichtsbewust dagelijks een mooi wit ei in het legnest. De twee anderen doen dat waarschijnlijk ook, op een tot op heden niet nader bepaalde plaats. De kakelbende moet dus geknipt worden, en enkele dagen een doorgedreven ik-leg-mijn-ei-thuis-training krijgen. Eigenlijk zonde, want ze komen ’s morgens aangekoerst als ze beweging zien in de keuken, en drie koerskiekens, ik verzeker u, daar wordt een mens goedgezind van!

zilverbrakelhennen in moerbeiboom

De rabarber groeit aan een snelheid die aangepaste menu’s en desserten vereist, de pas aangeplante struiken en bomen zijn zo’n lust voor het oog dat ik nog foto’s wil nemen van wat er groeit en bloeit, de af te plaggen vaste plantenborders liggen nog steeds onder een grastapijt en de takkenwal moet wat steviger tegengehouden worden. Dat wat betreft het to-do lijstje voor buiten.

Dat voor binnen, laat ons daar kort over zijn. Alles schrappen van het lijstje, wat echt nodig is komt vanzelf wel weer boven 😉