Tagarchief: druivelaar

Cadeautjes

Zoon 3 kwam woensdag weer zeer enthousiast thuis. Dat is niet zo verwonderlijk, gezien het woensdag maar een halve dag school is, en hij die halve dag veel praktijk heeft.
Deze keer zat in zijn rugzakje (praktijkgerief blijft op school, dus is de zware dagelijkse boekentas niet voor woensdag) een extra plastiekzakje vol met “een cadeautje voor mama”. Druivelaarstekjes, die nog over waren uit de praktijkles.
Het enige wat ik nog moest doen: in potjes stekgrond stoppen. Tof hé!

Hetgeen hij nog moet doen: navragen welk ras het is, en bedenken dat we in onze tuin geen plaats hebben voor 100+ druivelaars. Voor de rest mag hij nog dikwijls cadeautjes uit de klas meebrengen 😉

Klimmers

Heb je er ook al eens op gelet op hoeveel verschillende manieren planten kunnen klimmen? Ik keek vandaag of ik erwtjes kon oogsten, en was verrast bij het zien van zoveel stevige fijne wirwarrige draadjes. Onze erwten doen daar niet moeilijk over, die wiegen een beetje in de wind, en op het moment dat ze iets stevigs voelen beginnen die klimrankjes daar rond te draaien. Of het nu de draad is die daarvoor bedoeld is, of een andere erwtenplant, of zelfs zichzelf, ze houden stevig vast.
erwten houden zich stevig vast

Over de boontjes kan ik u niks vertellen, de kippen waren sneller dan ik. Er staan wel een aantal lege staken in de moestuin nu. Schone constructie, al zeg ik het zelf.
Tegen de boomhut groeit een andere klimmer, de schijnaugurk (Akebia Quinata). Die moest langs een touw of bamboestok omhooggeleid worden tot daar waar er genoeg klimmogelijkheden zijn om rond te draaien. Met een regelmatig slagje van de stengel, tegen wijzerzin, windt ze zich rond alles wat tot steun kan dienen.

akebia quinata draait rond stok

De clematis (Clematis Armandii) doet het nog anders. De hoofdstengel groeit, en met zijn bladeren klampt de plant zich vast. Als je het van dichtbij bekijkt doet het een beetje denken aan een mastworp.
clematis maakt een soort mastworp

Vlak bij de clematis staat hier een druivelaar, van onbekend ras, ooit gekregen van een nonkel. Die heeft op regelmatige afstanden een soort van antennetjes, telkens aan twee zijden van de stengel. Daar grijpt hij zich dan ook mee vast. Eigenlijk is de bedoeling dat die druivelaar netjes geleid wordt langs een paar kabels, maar hij staat absoluut op een verkeerde plaats. In het najaar (of wanneer doe je dat eigenlijk het best?) verhuist hij naar de zuidkant. Hier gaat hij dus dit jaar een beetje zijn gangetje, en behalve de kabels neemt hij ook andere planten als steun. Het vingerhoedskruid is daar een mooi voorbeeld van.
druivelaar

druif aan vingerhoedskruid

druif aan kabel

Tegen de muur van de buren groeit een wilde wingerd (Parthenocissus). Die vormt aan de takken kleine zuignapjes, en hecht zich daarmee aan de muur. Zelfs het oude hout is een lust voor het oog, en in de herfst zorgen de bladeren voor vuurwerk in allerlei tinten rood.
wilde wingerd met zuignapjes

Ook nog tegen de muur van de buren: hop (Humulus lupulus). Een mooie plant, daar niet van…maar hij groeit enorm, en in een trage weg (die loopt naast ons huis) van amper een meter breed is dat niet de beste keuze geweest. Nietsvermoedende fietsers durven er wel eens met hun stuur in blijven hangen, en als zo’n hoprank liefelijk langs je gezicht streelt kan dat fameus branden en jeuken. Al die kleine haartjes… De takken wiegen in de wind, en kronkelen zich overal rond. Blijkbaar zaait die hop zich lustig uit, ik kom hem ook in onze tuin overal tegen.
hop

De blauwe regen (Wisteria, variëteit onbekend) draait zich rond een stevige paal. Als hij goesting heeft tenminste. Anders doet hij pogingen om de haagbeuken (Carpinus betulus) zachtjes te omarmen, maar’t schijnt dat dat op den duur een echte wurggreep wordt. Wij dirigeren dus geregeld de jonge scheuten in de juiste richting. De bedoeling is dat de blauwe regen richting terras geleid wordt, zodat er een natuurlijke poort naar de buurtweg ontstaat. Nog eventjes te gaan.
wisteria

Op de speelberg: klimop. Ooit een kamerplantje dat op sterven na dood was, nu een hangend en kruipend gordijn dat de toegang tot de berg verstopt. Dwars door de berg zitten twee betonnen buizen, waar onze jongens bijna nooit in gespeeld hebben. Te pijnlijk voor de knieën, te hard tegen hun hoofd, te veel spinnen. Enfin, niet echt een succes dus. Nu liggen er in die buis resten steenpuin en bladeren, en ik vermoed dat daar een egel zijn onderkomen heeft.
De klimop groeit, en maakt aan de stengels nieuwe wortels waar hij zich dan definitief mee vastzet. Gelukkig is dat een stevige plant, want op de berg spelen ze nog wel. Met fietsen er over, met de slee er af, of op hun buik naast één van de poezen.
klimop

De klimroos (welke variëteit het is ben ik vergeten) is pas dit jaar geplant, en strekt zich dus voorlopig alleen maar uit in de richting van de lijsterbes (Sorbus), waar ze haar ding mag doen. Ik liet mij vertellen dat bij klimrozen de doorns naar beneden gericht zijn, zodat die door het gewicht van de plant dieper in de gastheer grijpen. Zelfs aan de bladeren zie je zo’n doornen. Aan onze andere rozen (Rosa Smarty) zie ik dat ook, dus misschien is dat niet zo typisch?
klimroos

De laatste klimmer in het rijtje hier ten huize is de klimhortensia (Hydrangea Petiolaris). We plantten ze dicht tegen de muur van het terras, en ik ben benieuwd wat er bedoeld wordt met “zelfhechtend”. Onderaan rechts verschijnen er nieuwe scheuten, ons kleintje doet zijn best. Wordt vervolgd…
klimhortensia

Ja, als je rondkijkt zie je de fantastische details die tuinieren zo boeiend maken. Ik weet niet of alles wat ik hier schreef ook zo in de boekskes staat, ’t is louter gebaseerd op wat ik zag vandaag.