Tagarchief: graanklander

Gedaan met verstoppertje spelen!

Oef, kleine zucht van opluchting. Wie hier soms een beetje tussen de regels meeleest weet wel dat ik geen kuismaniak ben. Hygienisch verantwoord is dik oké, té werkt alleen maar allergieën in de hand.
Het stond mij dan ook geen beetje aan toen ik bij de grote keukenopkuis hier en daar kleine zwarte kevertjes zag rondkruipen. Met een lange snuit, maar helaas was dat verhaaltje nog niet uit…
Ik dacht dat ze toevallig met een mand oogst mee binnen gesukkeld waren, veegde ze bijeen met een vod of deed de grote truc met de stofzuiger, en dacht dat het wel goed zou komen.

Nee. Meer en meer zwart gespuis teisterde de vloeren, het aanrecht, donderde soms uit de kast, omarmde liefdevol elke gevallen kruimel en maakte de meest moordzuchtige gevoelens in mij wakker. De snoodaards doen soms ook alsof ze dood zijn, en kruipen vrolijk weer verder als je eventjes niet kijkt.
Ik stapte van vod en stofzuiger over naar pletten onder mijn schoen, of gewoon tussen duim en wijsvinger. Stoere meid hoor, ikke! (gelukkig stelt zo’n kevertje niet veel voor, anders had ik de zonentroepen wel ingeschakeld, stoerdoenerij heeft zo zijn grenzen)

Een determinatietje drong zich op. Een snuitkever, meer bepaald de graanklander (Sitophilus granarius). Houdt zich op in graanvoorraden, en bij gebrek daaraan in zetmeelproducten. Rijst, spaghetti, havermout, dat soort dingen.
Bestrijding is niet moeilijk, de aangetaste voorraad verpakken in plastiek, goed toebinden en bij het huisvuil zetten.
Tja… niks aangetaste voorraad te vinden. Niet in de kast, niet in de kelder, (daar zat wel een kikkertje) niet in de zakken bloem, niet bij de koekjes. En dan beweren ze dat bestrijden makkelijk is? Ahum.

Stofzuigen dan maar weer, en hopen dat de beestjes verdwijnen op den duur. Jammer genoeg hebben snuitkevers niet genoeg hersens om te begrijpen dat wanneer de vrouw des huizes elke dag stofzuigt ze verondersteld worden weg te blijven.

De bevolking bleef maar aangroeien, en ik zag al voor mij hoe ik gebrandmerkt zou worden als slechte huisvrouw. Binnenkort zijn hier weer luisterhuizen, veel volk over de vloer dan, en als die allemaal naar hun tenen kijken terwijl hier muziek gemaakt wordt is er achteraf maar één gespreksonderwerp mogelijk. Iets in de stijl van “hoeveel hebt gij er doodgetrapt?” of “kraakvers gekuist hier”. Gruwel.

Bestrijdingsfirma’s geven geen advies op hun website, en kosten waarschijnlijk meer dan heel het probleem snuitkever waard is. Laatste hoop: de lokale boerenbond. En ja hoor, Anneke had de gouden tip. Heb je nog vogelvoer staan misschien? Ha! daar zit graan in eh! Luister eens aan de zak, ge hoort ze knagen.

Bingo!
’t Vogelvoer is weggegooid (beschimmeld van de uitwerpselen van de beestjes), de stofzuiger zal straks nog een keer overuren draaien, en de voorraden worden deze week nauwgezet gecontroleerd. Kevertjes die zonder eten gezet worden zoeken hun geluk elders, en we willen niet dat er nieuw gebied gekoloniseerd wordt.

Het doosje verdelgingsmiddel dat in een zwak moment gekocht werd blijft netjes gesloten. Kleine beestjes kunnen zotte dingen doen met een mens…