Tagarchief: pubers

Al een hele week 2017!

Vooreerst: een gelukkig nieuwjaar!
Ik weet niet wat dat voor ieder van jullie betekent, maar ik heb één suggestie. Droom.

Een paar dromen wemelen hier onder mijn vel, als de tijd er is vertel ik er misschien wel wat meer over.

Verder gaat alles hier zijn gangetje, precies zoals dat altijd de eerste week van januari gaat. Na een gezellig feestje is de eerste dag van ’t jaar er eentje van hangen en rondsloffen, en ’s avonds van de resten gourmetgroenten een lekkere soep maken. De vleesjes worden in één grote pan gebakken, en ieder kiest wat hij wil.

De dag daarna kreeg ik last van dadendrang. Zoiets van “genoeg gesuft, ik wil iets doen”. We sliepen een klein gaatje in de dag, en boomhut slopen was geen optie meer. Tegen dat we goed en wel bezig zouden zijn zou de zon alweer zakken. Uitgesteld, tot nader order.

Diepvrieskuis! Jochei (not!). Jongste was secretaris en noteerde nauwgezet wat we allemaal aan ingevroren goederen bijeenspaarden. Man ontruimde de kist en droeg alles in manden naar buiten, lekker koud, en ik waste af en waste uit. Snel gepiept, en nadien werd alles overzichtelijk weer teruggestopt.

Aan de hand van de inventaris werd ons eerste weekmenu opgesteld, met als thema “maak plaats”. Leutig, zo een kleurprentje, getekend door Mme Zsazsa. Er is zelfs een hele facebookgroep om inspiratie op te doen. Deze week is het geweldig goed gelukt (ja, ook het kleuren 🙂 ), maar aangezien we niet van goeie voornemens doen weet ik niet of het een blijvertje is. Gemakkelijk, dat wel. Niet meer de dagelijkse “vraag”.

Solden scoren, moest ook gebeuren. Moest, want schoenen en broeken en een jas voor jongens die er uit groeien terwijl ik er naar kijk, daar krijgt de portemonnee anorexia van.
De twee oudsten waren al gaan kijken in de tweedehandswinkel, maar je moet daar wel wat geluk hebben. Deze keer was de buit bescheiden.

De dag daarna op schok met Moeke in Antwerpen. Voor de jongens. Als ze weer op de schoolbanken zitten maken wij er met ons tweetjes nog eens een gezellig dagje voor ons van, want eerlijk, lingerie passen met drie zonen mee, daar begin ik niet aan!
Iedereen was tevreden.

Woensdag was een rondrijdag voor man en de twee oudsten, donderdag en vrijdag was het hier wat stiller, zoon twee was naar zee met wat vrienden. ’t Deed deugd, de jongen heeft een beetje last van zijn hormonen, en dat kan voor onverwachte uitbarstingen zorgen. De zeewind kon eens goed tussen zijn oren blazen…

Gisteren mocht hij nog mee om schoenen, en gezien mijn oude gsm er nu echt wel de brui aan gegeven heeft zet ik mijn eerste stappen in smartphoneland. Met een abonnement zonder internet! Lukt perfect, ik kan nog steeds bellen en berichten sturen. Ook veel meer, waar ik waarschijnlijk nooit toe kom wegens veel te weinig interesse in het medium.

Tegen ’t avondeten was iedereen thuis, en nadien ploften we in de zetel voor een paar films. Eéntje met, en eentje zonder de boys. De bedoeling was dat ze toch wel weer een beetje een normaal ritme zouden hebben, maar helaas…pindakaas.

Typisch voor deze week: bioritme compleet om zeep. Gaan slapen tussen twee en drie is een gewoonte geworden. Dat zal heel hard pikken maandag!
De katten hebben het er ook van genomen. Baasjes laat op, dat betekent voor die twee ook dat ze heel lang binnen mogen liggen.

Deze middag was de werking van de zilte zeelucht al weer helemaal over (of de nood aan nicotine zeer hoog, dat kan ook) en blafte zoon twee zich een weg naar de scouts. Ik hoop dat hij de welpjes waar hij vandaag leiding bij speelt een beetje vriendelijker behandelt dan ons.
Wij ruimen ons slagveld op: strijken, kleren in de kasten, verloren gewaaide cadeaupapiertjes weg, de maakboom en zijn versiersels een jaartje in de berging. Zonen worden aangemaand om minstens één goed voornemen ten uitvoer te brengen: boekentas op voorhand klaar.

Morgen begint de ratrace weer, en tegelijkertijd de rust.
2017 is gelanceerd.

 

Betaalde poetshulp

Al heel dikwijls is dat onderwerp hier ter sprake gekomen. Wel of niet?
’t Is namelijk niet omdat ik niet buitenshuis ga werken dat ik graag kuis hé…maar àls ik er aan vlieg is het wel zeer grondig gedaan. Zou zo’n poetsvrouw (of man, maakt niet uit) dat wel even goed doen? Of zouden we het achteraf weggesmeten geld vinden?

Veel verder dan dat kwamen we meestal niet.
Ondertussen wel: de tweede keer (sinds een maand) zit er sinds gisteren op. Mijn hulpje werkte op drie uur af waar de vorige keer nog vier uur voor nodig waren, en beloofde om morgen het vierde uur te presteren. Ik kon zo niet dadelijk iets verzinnen dat nog moest gebeuren.

De eerste keer liep zeer vlot, de tweede keer was het herfstvakantie en kon ik het als vanouds alleen doen, de derde keer was er iets onverwacht tussen gekomen, en gisteren stond het horloge van hulpje niet gelijk met het mijne: een uur later dan afgesproken.

Ik hoor u tot hier denken dat het bij u misschien al wel “buiten” zou zijn.
Wel, hier niet.
Oudste ligt normaal op lesvrije dagen een gat in de dag te slapen, maar woensdag staat hij vroeg op, om samen met mij te poetsen. Win-win: hij zakgeld, ik een proper huis met veel minder moeite dan voorheen. Nadien blijft het ook netter, er is er eentje die nu de uitdrukking “Ej seg, ik heb hier net gekuist hé” zonder veel oefenen van mij overgenomen heeft.

Overdreven? Ik denk het niet. De dingen die hier normaal van hem verwacht worden worden niet in die vier uur gedaan. Kamer onderhouden, vuile kleren naar beneden brengen, een week per maand assistent van de week zijn, kleine dingen tussendoor: dat alles loopt  onbezoldigd door.

poetsen in de keuken
Maar als de negentienjarige hier met een ongekende grondigheid helpt opruimen, stofzuigt, emmers zeult en kasten helpt uit- en afwassen ben ik daar heel blij mee. Om de twee uur vijf minuten bezoldigde koffiepauze hoort daar ook bij, al werd die gisteren niet opgenomen. Enige beroepseer is hem ook niet vreemd: wat begonnen werd, wordt afgewerkt, ook al loopt het dan eventjes langer uit. Dat daar dan een zakcent tegenover staat, daar hebben we (man en ik) geen moeite mee.

Maximaal vier uur per week, het contrast met voorheen moet nu ook niet té groot worden 😉

Chantage!

Oudste zou zelfstandig zijn dit jaar. Dat uitte zich in de eis om een kot (bananne, zegden wij) en regelmatig ook andere eisen.

Dat hij eerst mocht bewijzen dat hij zelfstandig kàn zijn en iets wil maken van zijn toekomst, was ons argument. Zoals een financieel plan, eens iets koken thuis, beetje huishoudelijke dingen, eigen agenda bijhouden, niks moeilijk eigenlijk.
Nog een ding: zelfstandig opstaan en zelf bokes klaarmaken.
Af en toe ne keer ferm met zijn kopke tegen de muur laten lopen, dat zouden we ook doen.

Met dat opstaan ging het deze morgen mis. Mijn schuld weeral natuurlijk, ik had gezegd (nee hoor!) dat ik hem zou wakker maken.
Uiteindelijk heb ik dan toch maar geroepen dat het tijd was, en vond meneer het zeer evident om de auto te eisen. Eisen ja, vragen was er in de verste verte niet bij.

“Nee”, was mijn reactie, “je hebt nog tijd genoeg om het openbaar vervoer te nemen, zoals gewoonlijk”. Hij zou dan te laat zijn voor zijn eerste les, en in het kader van “loop eens tegen de muur” vond ik dat wel kunnen.
Hij niet. “Ah, dan ga ik niet naar school en kruip ik terug in mijn bed.”
Vond ik niet kunnen.

In plaats van te vertrekken belde hij met man des huizes, en ondertussen is hij met MIJN auto weg. “Of moest hij misschien zijn lessen missen?” (wat mij betreft: JA! En zelf bellen naar school om te verwittigen of zich te verontschuldigen ’t zal wel zijn!)
Balen.
Kop tegen de muur? Nee hoor. Eiers onder zijn gat.

Pubers: het beste middel om echtelijke onenigheden te bewerkstelligen.

 

 

Typisch 1 september

Zoon 1 (zevende jaar kunstonderwijs)
– moest volgens de mail pas maandag naar school
– kreeg in de loop van de dag telefoon of hij die mail wel gelezen had
– kreeg een uur later (we waren net aan “onze” extra dag begonnen) weer telefoon om te zeggen dat er eigenlijk toch al twee lesuren gepland stonden
– mobiliseerde de pa, en geraakte er op tijd
– is al helemaal ingeburgerd blijkbaar, want is met heel zijn klas nu naar Jazz in het park

Zoon 2 (zesde middelbaar)
– loopt al drie dagen te fulmineren over hoe bekrompen wij als ouders wel zijn. En dat hij in februari achttien is, wacht maar, dan doet hij puur zijn eigen goesting. Waarvan akte.
– zal nog een tweetal weken ongenietbaar blijven
– heeft bijna een binnendeur om zeep geholpen toen we hem nog eens gezegd hebben dat hij zijn boterhammen op school moet opeten in plaats van in een café op de markt
– bleef koppig lang weg na school. Tja, als hij ’s middags niet naar de markt mag, dan ’s avonds toch wel zeker!?

Zoon 3 (vierde middelbaar)
– geraakte deze morgen weer niet uit zijn warme knusse bed
– vond zijn boekentas niet, en zijn gerief natuurlijk ook niet. Hoe verder de wijzer van de klok opschoof, hoe meer decibels om dat verlies kenbaar te maken
– vond hem uiteindelijk, en scheurde onderweg zijn broek nog maar eens aan zijn fietszadel
– kwam vrolijk en vol verhalen weer thuis

Zoon 4 (derde middelbaar)
– maakte weer een half uur van zijn oren over schoenen
– stond ruim op voorhand op, maar verprutste massa’s tijd met heen en weer lopen, vergeten wat hij ging doen, nog iets halen, nog wat scherm kijken, en was bijna te laat vertrokken
– kwam netjes op tijd thuis en kroop weer achter zijn Ipad. Honderd keer “ja” antwoorden op de vraag om zijn gerief voor morgen in orde te maken, maar elke keer “neen” doen.

Ik
– had een déjà-vu. Ze schuiven elke eerste september een jaartje op, maar ze blijven o zo voorspelbaar…
– kreeg tijdens het typen van dit logje een sms van Zoon 1 dat ook zijn broek gescheurd is

Juli

Juli is alweer bijna voorbij. Een stille maand hier, vooral blogsgewijs dan.

Oudste deed zijn ingangsexamen aan het conservatorium in Gent. Niet geslaagd. Zucht.
Geen herkansing mogelijk, want het was het praktijkgedeelte waar hij nipt onvoldoende voor haalde. Een ruwe diamant, waar nog veel werk aan is, waar veel mogelijkheden voor zijn…ze kunnen dat altijd zo schoon zeggen, juryleden.

Ondertussen is hij er van overtuigd dat de jury van daar “wel gelijk zal hebben”, en schuift hij zijn grote droom – ingangsproef Antwerpen en op kot gaan – helemaal opzij. Massa’s mensen die springen voor hem en hem willen bijspijkeren en helpen waar nodig, maar elke inspanning is hem nu te veel. Een zevende jaar aan de muziekhumaniora, als voorbereiding, dat lijkt hem helemaal de max. En alleen wonen, en fuiven, en vanalles. Hoe dat praktische en financiële plaatje ineengepuzzeld moet worden, dat zijn zijn zorgen niet. Leven en laten leven, en af en toe ne keer keihard tegen de muur laten lopen zeker?

Zoon twee heeft zijn eerste kamp als monitor er op zitten. Hij deed dat goed, en ’t smaakt naar nog, ik kan dat alleen maar toejuichen. Hij heeft de vakantie van zijn leven. Thuiskomen en weer vertrekken, dat is het zo’n beetje.

Ze zeggen dan dat het “stillekes is waar het nooit ni waait”. Euh…het heeft hier gewaaid. Gestormd zelfs. Meermaals.

Pubers die er vanonder zijn en geen teken van leven geven, alleen als ze honger hebben of nood aan een douche, het doet wat met een mens. Gentse Feesten ook, zo blijkt.
Het warme nest dat je ze probeert te bieden blijkt plots niet meer goed genoeg, te bekrompen, te dit, te dat. Het gras was groener aan de overkant.
Een aantal mensen met oudere kinderen verzekerden mij dat alles altijd goed komt. Tja, ik wil dat best geloven, maar aangenaam is anders. Plots gaan alle gesprekken alleen maar over de afwezige(n), hoe het zou kunnen, hoe het misliep, hoe het verder moet. Ik blijf erbij: hét onderwerp om fameuze ruzies over te hebben: kinderen. Slopend, maar (voorlopig toch) weer verleden tijd.
Met dank aan alle sms-ers en mailers en bellers. ’t Doet deugd om een beetje stoom te kunnen aflaten soms.

Op een bepaald moment neem je een aantal keuzes. Deur op slot als wij gingen slapen was er één van. Eén van de betere, al zeg ik het zelf. Niet gewekt worden door nachtelijk gestommel en daarna blijven wakker liggen koekeloeren is aangenamer dan doorwaakte uren vol gepieker. Ook eten werd niet voorzien. Waaiden ze toevallig binnen en waren er restjes: ok dan, anders zeer jammer.

Tussendoor, op een half uur thuis-tijd, wilde oudste zoon leren strijken.
Hij had bijna een nieuw design-vestje uitgevonden terwijl hij eigenlijk gewoon een jeansbroek binnenstebuiten wilde draaien.

designvest van jeansbroek
Ondertussen lijken ze te beseffen dat het hier zo slecht nog niet is. Zoon twee loopt al een hele week mooi tussen de lijntjes en zag (bij wijze van tegemoetkoming langs onze kant) toch nog Hans Teeuwen, oudste kwam pas gisteren thuis met de boodschap dat blijven zwerven toch niet echt zo super is als hij gedacht had en miste wegens afwezigheid de cabaretier waar hij al zo lang naar uit keek.

Die Hans dus. De zonen en echtgenoot zijn zwaar fan, en kunnen hele stukken uit zijn oeuvre met gepaste intonatie en Nederlandse tongval op alle gewenste en ongewenste momenten beginnen naspelen. Ik was dan eigenlijk ook verbaasd dat ze niet veel enthousiaster terugkwamen van de Stadsschouwburg. ’t Moest allemaal nog een beetje bezinken en doordringen was hun commentaar. En ook: Teeuwen is een geniale gek. Ok, dat weten we dan ook weeral.

Verder was er in juli nog een super gezellig feestje met alle familie van de twee kanten (en bijna zonder onze oudste, die zich weer eens niet aan afspraken hield). Drie jarigen die hun feestje alsmaar uitgesteld zagen kregen eindelijk hun keuzemenu (vol-au-vent of stoofvlees met frietjes, of zarzuela, ze zijn hier nogal gastronomisch aangelegd…) kaartjes, cadeautjes, wensen.
Leuk als je merkt dat iedereen moeite doet om er bij te zijn, en het achteraf ook nog dikwijls gezegd wordt: ’t was weer leuk, ’t was weer lekker, we komen graag.

Juli was ook al dikwijls genieten van Villa Steenschot. Het beste terras ever! Zomeravonden worden nog een stuk leuker als er onverwacht bezoek op dat terras belandt, of mee aan tafel schuift wanneer je net veel te veel moussaka gemaakt hebt. Heerlijk.

Boeken, nog zoiets voor de zomer. Massa’s gelezen bladzijden hier, en gelukkig nog lectuur genoeg om niet in “het zwarte gat” te vallen. Een dikke (letterlijk, maar ook figuurlijk) aanrader (dankjewel voor de tip Marthy): Ik ben pelgrim. Meer dan 700 bladzijden weggelezen in geen week. Ik verwacht dat daar ooit een verfilming van komt, of een HBO-reeks. Ondertussen is man des huizes er aan begonnen, en ik zie het bladwijzertje toch ook sprongsgewijs opschuiven.

Boek Ik ben Pelgrim van Terry Hayes

De moestuin is niet om over naar huis te schrijven. Zeer weinig opbrengst, in tegenstelling tot het kleinfruit. Echt, de massa frambozen, aardbeien, japanse wijnbes, moerbei en rabarber die hier al in confituur, siroop of sap gedraaid zijn, ’t is niet te geloven.
In de serre lijkt het ook goed te gaan: tomaten, tomaten en tomaten. Mmmmmm-tomaten. Ook eindelijk een aubergine in wording, en één hele echte paprika.

Juli is traditioneel ook klussen. Vorig jaar bouwden we een tuinhuis, nu ruimden we de garage op (echt, da’s zwaarder werk!), verkochten al een paar dingen die hier al jààààren stof liggen te verzamelen online, en recupereerden weer een paar spullen om andere dingen mee af te werken. Knutselen met weinig geld, we blijven dat hier leuk vinden. Daarover mogelijks een volgende keer meer.

Voila, nu zijn we beland aan het moment waarop de kamprugzakken gevuld moeten worden. Dat zou in principe op weinig tijd kunnen gebeuren, ware het niet dat diegenen die de valiezen moeten vullen altijd afgeleid worden als ze iets moeten gaan halen. Een sms, een Pokémon die gevangen moet worden, een airelke gitaar of piano spelen, ruzie maken over welke zaklamp van wie is, enfin, een zeer ontspannende bezigheid die nog wel even zal duren. Man was sneller klaar met het in orde maken van de “kampfietsen” dan de zonen met wat kleren en een slaapzak verzamelen.

Daarna is het rijk even voor ons alleen, zo’n dag of tien. Augustus zal nog sneller vliegen, ik voel het nu al aankomen.

 

 

 

Een zeer hoog “oef”- gehalte

’t Is gelukt! De deadlines zijn gehaald. Wat zeg ik? Hij stond er naar te zwaaien, twee dagen  voor ze er was, die deadline.

Oudste heeft het gefikst. Een hele GIP bijeengeschreven en dan nog eens creatief aan de slag gegaan met alle gegevens.
Zijn paper moest het weekend voor de inleverdatum nog naar de kopieerwinkel om netjes afgedrukt en ingebonden te worden op vijf exemplaren. Lichte paniekaanval toen bleek dat één of ander programma heel de lay-out veranderd had. Gelukkig was cool mum mee, en toverde ik zowaar mijn gmail tevoorschijn, mét zijn – voor de zekerheid ook naar mij doorgestuurde – tekst en foto’s.
De dame van Alkopie, ze is goud waard zeg ik u! Een ongelooflijk talent wat betreft papierkeuze, kleurinstellingen, dpi, tussenblaadjes, eindafwerking. Met de glimlach, en als ik vergelijk met prijskaartjes van medestudenten zeer betaalbaar. Morgen af!? Ze verpinkte niet, en beloofde ons tegen zaterdag 11u vijf mooie boekjes.

GIP boekje

Ze waren mooi. Oudste was de enige van zijn jaar die een aangepaste lay-out voorzien had. Niet de standaard A4, maar een liggend, iets afwijkend formaat.
Al die dingen samen leverden hem een goeie beoordeling op. Een A voor vormgeving en taal, met grote dank aan de proeflezer van dienst.
Halfweg. Eigenlijk nog niet, want toen pas begon het échte werk.

Beetje zwart-wit schetsen, beetje wit tekenen op overwegend zwarte foto’s, beetje doelloos kunstig koekeloeren en uiteindelijk toch volop gegaan voor nachtfotografie.
Een ware uitdaging, als je nachtblind bent…

Een zoon die “GIPT”, dat betekent regelmatig wat duwtjes in de rug geven, pittig verhitte conversaties over prioriteiten, kennis en handen en handigheid ter beschikking stellen, altijd een pakje geduld in reserve houden, en rijlessen combineren met fotosafari in de Gentse haven.
De eerste keer werden zoon en man prompt aangehouden door de politie. De haven is privéterrein, strikt verboden toegang voor onbevoegden.

Zoon moest meermaals aangespoord worden om contact op te nemen met de havenmeester en een toestemming los te peuteren, maar allé, de avond voor de eerste ontwerpen moesten voorgelegd worden was dat toch in orde. Die tussentijdse jury was niet zo schitterend lijkt mij (het evaluatiesysteem op hun school werkt met letters en is en blijft iets wat hij altijd in zijn voordeel weet uit te leggen, volkomen Chinees voor mij).

Hij heeft er (naar mijn bescheiden mening) een oog voor. Dat het nog geen Gilbert Fastenaekens is, is hem vergeven. Proberen, bekijken, afkeuren, opnieuw, andere (betere) lens, eens lief lachen naar mij en daarna met mijn toestel en statief aan de haal gaan, gaandeweg verbeteren en daarna nog eens opnieuw gaan fotograferen. Bewerken, printen en na overleg toch kiezen voor passe-partouts in plaats van “een moeske achterplakken”.

Als de bestanden met bewerkte foto’s gevonden zijn, post ik hier mijn twee favorieten nog. Voorlopig blijven ze vermist, en begint er eentje toch wel lichte tekens van stress te vertonen.

Gisteren gingen we alles ophangen op school. Hij had een kelder uitgekozen, voor de donkere sfeer. (echt, je kunt je niet voorstellen hoeveel verborgen hoekjes en kantjes SKI heeft). Wij zagen dat niet echt haalbaar: nergens een droge muur om foto’s op te hangen, plassen water op de grond van lekken in het plafond, en meer dan vochtig genoeg om alle foto’s na een paar uur helemaal naar de knoppen te helpen.

Gelukkig was er nog een droog duister gangetje, en daar hangen ze nu. Te wachten tot morgen.
GIP-tentoonstelling
Juryverdediging. Waarvoor hij nu toch al alles (wat niet zoek geraakte) aan het verzamelen is en daarbij een uitspraak deed die ik eventjes vereeuwig. ’t Is dat we ze misschien ooit nog nodig zullen hebben.
“Amai, ne volgende keer ga ik dat toch allemaal wel een beetje beter organiseren zulle, zeker weten.”

Een beetje duimen zal geen kwaad kunnen, hij moet de link tussen zijn paper en zijn werk nog “verzinnen”. Blijkbaar zijn er al traantjes gevloeid bij andere laatstejaars, en gul met D’s (onvoldoendes) gesmeten door de jury. Iedereen die morgenmiddag om 12.20u een duimpje vrijheeft: omhoog please.

Aaaaah, het leven kan soms spannend zijn!

Puberhumor

Vandaag was ’t examendag op de muziekschool. Drie van de vier zonen wandelen dan vijf minuutjes, doen hun ding, en wandelen terug.

De twee oudsten moesten ongeveer op ’t zelfde uur naar daar. Zoon 1 speelde zijn examen, maar ondervond al enige tijd moeite met hoge noten. Meestal gaat hij er van uit dat dat op ’t moment zelf wel zal lukken, en meestal is dat ook zo.
Behalve vandaag blijkbaar.
Terwijl zoon twee op trombone aantrad voor de jury wachtte zoon één buiten en besloot om toch eens te kijken wat er schortte aan zijn instrument. Ventielen losgevezen: niks. Condens er uit geblazen: nog steeds geen hoge noten.
Instrument eens schudden en omdraaien: check. Viel er daar toch wel een snicker uit zeker?

Mopje van zijn broer. “Zieklache!”
Hoe lang dat ding daar intussen al in zat is onduidelijk, maar ze kwamen allebei gierend van ’t lachen terug thuis. Blijkbaar was oudste nog even het examenlokaal binnen gegaan, en had aan zijn leraar getoond hoe het kwam dat het niet allemaal perfect klonk.
Gezien er nog een ander jurylid bijzat, moest die mens zijn gezicht in de plooi houden.
Dat dat instrument stukken van mensen kost, en niet als snoepdoos gebruikt moet worden, was eventjes bijzaak…