Tagarchief: sociale media

Alleen kalmte kan ons redden, denk ik dan…

Alles wat je zegt kan en zàl verkeerd geïnterpreteerd worden. Goedbedoelde vragen worden met bliksemende donkere blik keihard genegeerd. Meer nog, ostentatief als compleet ongepast gecatalogeerd.
“Eventjes” pauze moet je verstaan als “ik ga nu een halve dag voor de Playstation hangen en waag het niet om er over te zagen”, in dezelfde mate waarin met “lekker eten” iets moet begrepen worden à la “hoe vettiger, hoe prettiger”. Kom dus niet af met gezonde kost, knallende deuren zullen uw deel zijn. Ellenlange discussies ook, over “focussen”, en dat dat niet samengaat met messenger, facebook, tv, snapchat, instagram en weet ik veel wat nog allemaal.
We moeten er door. Voorlopig nog maar eentje, tegen ’t eind van de week zijn ze hier met vier gestresseerd aan ’t doen.
De deuren zien af, wie per ongeluk op het verkeerde moment op de verkeerde plaats staat ook.

En wij? Wij supporteren. Voorzien gezonde en minder gezonde (maar oh zo lekkere) tussendoortjes. Hanteren de mantel der liefde. Zeggen toch nog te dikwijls de verkeerde dingen. En tellen vooral af naar betere tijden. Aaaaaah, examens!

Advertenties

Cijfermatigheden

Bijna 100 % zeker was ik. Bijna 100% zeker dat jongste zoon het goed zou doen, die eerste examenreeks. En zie: ik had gelijk. De jongen kwam thuis met een schitterend rapport, dat nog even gesloten op mijn stoel bleef liggen, omdat ik net met derde zoon vertrok om het zijne op te halen. Ik kon gisteren ook met mijn ellebogen voelen dat de telefoon in de namiddag niet veel goeds betekende: zoon 2 kwam net vertellen dat de klastitularis al een aantal vrienden en vriendinnen verwittigd had over ondermaatse prestaties. Oei, RRRRING, RRRRING. Dju toch, so predictable!
Ik was ook 100% zeker dat ieder loon naar werken zou krijgen, en was dus niet in het minst verbaasd dat ik met de resultaten van 75% van mijn zonen een handel in buizen kan opzetten. Kleine buizen, grote buizen, zelfs één perfect rond O-model. Lanceringsoffer: Gezien ik niet heel mijn leven winkeljuffrouw in de buizenshop wil zijn krijg je bij afname van een product gratis een IPhone (3 exemplaren beschikbaar) of laptop (ook 3 stuks). De electronische toestanden van jongste zoon maken geen deel uit van het aanbod, hij verstaat als geen ander de kunst van het doseren.
De IPad van manlief moet volgende blokperiode op het werk blijven, en de sleutel van de kast waarin de Playstation staat zal op mysterieuze wijze zoek geraken. De eerste dag na de examens komt die dan wel weer uit een vergeten broekzak tevoorschijn.

Moest het daarmee opgelost zijn, ’t zou simpel zijn niewaar? Helaas vrees ik voor de zaak. School is hier voor drie van de vier een noodzakelijk kwaad, iets dat moét, maar dat eigenlijk compleet ondergeschikt lijkt aan alle belangrijke dingen in hun leven. De gemiddelde tijd die ze geconcentreerd kunnen doorbrengen achter hun boeken is schrikwekkend laag. Zelfs naar een film kijken zonder constant bezig te zijn met Facebook, Snapchat of Dubsmash lukt niet. Om de zoveel tijd de bzzz van een bericht of foto die binnenkomt, ’t maakt er de schaarse gezamenlijke filmmomenten niet gezelliger op…

Verder was ik ook 100% zeker dat ik de boter zou mogen eten, en ja hoor: 3 kwaaie zonen, die kwaad zijn op mij, omdat ik niet sta te juichen. Boos zijn over rapporten heb ik nooit gedaan, welk nut? Ik heb hun alleen gezegd dat de schuld bij hun ligt, ik kan niet studeren in hun plaats, ze moeten het zelf doen. Maar mag ik jullie daar dan na het bekijken van deze rapporten even mee confronteren liefste zoontjes? Jullie werkten niet, dus verwacht geen rode loper en loftrompetten. Dat het in jullie eigen ogen allemaal nog “çava” is, dat zal ik aan jullie puberale naïviteit wijten, maar bij deze: wees boos op jezelf, en laat mij daar buiten.

Tot zover de zekerheden.

Wat we nooit hadden kunnen vermoeden, nooit wilden geloven, werd helaas ook een pijnlijke zekerheid. Vandaag zou W* 27 kaarsjes uitblazen.
We zullen hem nooit vergeten, dat is meer dan 100% zeker.

Leven dat ophoudt,
is minder dan je denkt opgehouden.
Even misschien.
Ja, even ademloos.
En jij sprakeloos,
zoekend naar woorden.
Maar een oogwenk later al,
leeft verder wat heeft geleefd.

En kijk,
je vindt alweer woorden.
Praat alweer over hoe mooi,
hoe warm en hoe onvergetelijk.
Er is weer adem.
En dat is goed.
Moet.

Wat ophoudt,
begint altijd weer opnieuw.
En het is niet eens
een kwestie van geloof

(uit “Jariger dan wij” van Geert De Kockere)