Tagarchief: zadenruil

Mijn zadenruillijstje: de tomaten

Wat toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Best wel een hele lijst ondertussen…en een hele hoop potjes die hier de vensterbank bevolken.

fermenterende tomatenzadenVoor uw en mijn gemak hou ik het redelijk kort, en maak ik vier groepen: kerstomaten, “gewone” tafeltomaten, coeur-de-boeuf types en romatomaten.

Kerstomaten
*Pendulina Yellow: een nieuwe generatie tomaatjes, de plant hoeft niet te worden opgebonden. In de vollegrond wordt de plant breed. Eigenlijk is ze het meest geschikt voor potten en “hanging baskets”. De trossen met kleine heldergele kerstomaatjes hangen dan over de rand. Buiten uitplanten vanaf half mei, in de kas vanaf half april. Dit zgn. struiktype (zelftopper) hoeft niet te worden gediefd. Plantafstand 60-80 cm.
Wegens plaatsgebrek zette ik die in potten, en dat is altijd nefast… Ik vergeet dat water te geven. De momenten dat ze wel goed gesoigneerd werden: superlekker.
* Black cherry: donkere, middelgrote kerstomaat . Heel productief vroeg ras met roodbruin-rode ronde vruchtjes. Rijke, zoete smaak (sappig); ook geschikt voor pot. De eigenwijze tuinier, van wie ik deze zaden ooit kreeg, waarschuwde mij: het moeilijkste aan dit tomaatje? Wachten tot het donker genoeg is, en pas dàn in je mond steken.
* Green grappe: groene, druifgrote tomaatjes. Ze beginnen donkergroen, en rijpen af naar een iets geliger groen. Geen nood, de knik in het steeltje is een perfecte barometer om ze op het ideale tijdstip te plukken. Zeer productief.
* Sweet baby: wat mij betreft de allerlekkerste kerstomaat. Foto
* Zuckertraube: rode zoete kerstomaat. Zeer krachtige groeier, produceert grote trossen met rode smaakvolle zoete kerstomaatjes die net iets groter zijn dan gewone kerstomaten. De planten zijn geschikt voor teelt in potten en bakken.

Tafeltomaten
* Heidi: Een tomaatje dat ik moest en zou hebben, ah ja! Eddy bezorgde mij enkele zaden, met de waarschuwing dat ze al wat ouder waren, dus dat succes niet gegarandeerd was. Eddy, bij deze: tomatenzaden uit jouw collectie hebben het hier nog nooit laten afweten 😉 . Een rozerood, sappig tafeltomaatje, zeer productief en ook tot laat op het seizoen oogstbaar.
* Hellfrucht: zoet, vast, sappig trostomaatje. Vroeg. Volgens sommige bronnen dezelfde als Moneymaker.
* Rose de Berne: zeer productief ras. Rozerood. Oorspronkelijk uit Zwitserland afkomstig. Mooie ronde vorm met sappig en zoet vruchtvlees. Middelgroot, lekker, een blijvertje hier. Ik vraag mij af of die -e aan Bern daar niet te veel staat. De Zwitserse hoofdstad heeft dat toch niet?
* Tournesol blanc: zotjes, een roomwitte tomaat, die toch de heerlijke smaak van zo’n rode zongerijpte heeft. Ik kreeg de zaden van een Veltster, en deelde het jaar daarna zowel zaden als plantgoed uit. Ergens is er toch een kruising gebeurd, want ik had geen roomwitte, maar lichtoranje tomaten, met een feloranje tot rood “poepke”. Ook lekker, maar waarschijnlijk niet echt zaadvast. Voor de zekerheid vroeg ik zaden aan mijn schoonzus, die wel de perfect roomwitte had. Wie ze vraagt krijgt van die oogst, in de hoop dat ze niet gekruist zijn.
* Moneymaker: in de jaren ‘50 en ‘60 was de Moneymaker één van de meest populaire variëteiten om te kweken. Deze tomaat bracht in die tijd veel geld in het laatje bij kwekers, vandaar de naam. Tot op de dag van vandaag is het een populaire tomaat, zowel door de vorm als de smaak. De tomaten zijn middelgroot, 4 / 5 cm in diameter. De forse plant is zowel geschikt om te groeien in kassen als in de open lucht. Na zo’n 80 dagen kan er geoogst worden. Deze bleef ook maar vruchten maken, in november plukte ik de laatste trossen.
* Black Zebra: bruingroen-donkerrood gestreepte, middelgrote, ronde cocktailtomaat. Heel productief laat ras. Milde aromatische smaak

Coeur de boeuf
* Coeur de Boeuf van de markt van Edegem: zaden gewonnen uit een tomaat die mijn moeder op de markt kocht, en o zo lekker vond. Geeft een ietwat rozige, grote tomaat.
* Gildo Pietroboni: eentje die er elk jaar bij moét. Dit is de lekkerste dikkerd uit mijn serre. Rode, sappige, zoete tomaten, die per stuk tussen de 600 en 800 gram kunnen wegen. Rob vond ze ook lekker, een fotootje vind je hier.
* Roze Russische: die speelt volgend jaar niet meer mee hier. Weinig opbrengst, en niet echt “wow” van smaak.
* Terhune: type coeur-de boeuf tomaat, oranjeroze kleur. Grote vrucht met een redelijk aantal zaden, en een grillige vorm. Dieprood vruchtvlees, eerder fletse smaak en weinig productief. Hier zeker geen blijver.
* Amande pink: rozige, iets kleinere vleestomaat.
* Marvel striped: 
roze-oranje gestreept vruchtvlees, voelt sponsachtig aan bij het versnijden. Mooie, diep gelobde vruchten, met een grote variatie in vruchtgrootte.
Eerder melige, zoete smaak, en weinig zaden. Goed voor saus en soep, minder om zo te eten. Een zeer productief ras, waarvan begin augustus de eerste tomaat geplukt werd.

Marvel striped, klaar voor in de kookpotMarvel striped

* Russian persimmom:
abrikooskleurige vleestomaat, overheerlijk en zeer productief. Als ik mij niet vergis was dit één van de eerste die ik kon oogsten, en ook een plant die tot in oktober bleef gaan. 
* Marmande Franske:
 Katelijnse dikke vleestomaat. Deze werd nogal bejubeld op de zadenlijst van Velt, maar ik vond die wat tegenvallen, vooral qua opbrengst. Die komt in onze serre alleen als ik plaats teveel heb.
* Yubileyni tarasenko: een Oekraïense topper ontwikkeld in 1987 door de Sovjet-Unie tomatenkweker Fedor Tarasenko die zijn 75e verjaardag vierde in 1987 en de tomaat vernoemde naar deze viering: “Tarasenko’s Jubileum”. Krachtige, grote planten dragen grote clusters met ei-vormige vruchten van 100-150 g. De vruchten hebben een grappig spits uiteinde, het zogenaamde tepeltje. Ze hebben een zeer uitgesproken, evenwichtige, complexe en heerlijke smaak. Deze beschrijving haalde ik van ’t internet, bij mij overleefden de plantjes de transfer naar de serre niet. Ik kreeg vorig jaar echter zaden genoeg, ik kan delen.
* Burgess stuffing: Een tomaat om te vullen. Meer kan ik er niet over zeggen, ook deze overleefde de reis van warme keuken naar koele serre niet. Dat had vooral te maken met de ruwe behandeling onderweg. Krak, zei dat steeltje… Ik kreeg genoeg zaden om te uit te delen.
* Turks muts:
Een rare. Heel veel lobben en insnijdingen, gekke vorm, maar helaas snel geplaagd door ik weet niet wat. Amper vier tomaten heb ik daar van geoogst, en die verdwenen in de saus. Eerlijk is eerlijk: die krijgt volgend jaar een nieuwe kans.

tomatensaus

Roma
* San Marzano: de alombekende donkerrode saustomaat. Ik had gezegd dat ik ze nooit, echt nooit meer zou zetten, want die plant had altijd iets. Tot ik de zaden van Velt bestelde: geen omzien naar, en lekkere tomaatjes. Niet echt veel, dus misschien zal hij er volgend jaar toch nog uitgebonjourd worden.
* Amish paste: 
afkomstig uit de Amish gemeenschap in Amerika, waar deze tomaat sinds 1885 wordt geteeld. Hartvormig-ronde roma-tomaat. Zowel geschikt voor saus als om vers te eten. Middenlange rijptijd.
* Andine noire: donker, langwerpig, zeer productief. Prima voor saus.

 

 

 

Advertenties

Mijn zadenruillijstje: de blaadjes

Wat toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Omdat sla niet per definitie saai konijnenvoer moet zijn: een assortimentje fris groen om creatief uw bord te vullen. Gewoon laten in bloei komen kan natuurlijk ook, zo heb je weer zaden om volgend jaar te ruilen.

Spinaziezuring kreeg ik enkele jaren geleden via deze ruil. Ik zaaide een rijtje, en er gebeurde niet veel. Bij een tweede poging wel. Dit is een vaste plant, steeds weer het eerste frisse groen dat komt piepen, en ik zaaide het aan de rand van een moestuinperk waar ik nogal last heb van oprukkende legers slakken. Die vinden die spinaziezuring wel ok, maar kunnen het gewoon niet bijhouden, dus ze blijven meestal daar in de buurt hun buikjes rond eten.
Door de forse groei kunnen wij het ook niet bijhouden, en krijgen de kippen regelmatig wat oogst toegestopt. Ze steken zelf ook hun kop door het hekje om te “grazen”, dus ’t valt in de smaak. Iets waar je geen werk aan hebt, en dat ook niet woekert (hier toch niet). Ik zou het ook in de siertuin durven gebruiken, alles staat er nu in november nog steeds fris bij. Na aanhoudende vorst verdwijnt het blad, om dan in de vroege lente terug te komen.

Nieuw-Zeelandse spinazie: een soort die hier ook nooit wilde ontkiemen, tot die ene keer. En toen vergat ik te oogsten… Ik kan niks zinnigs vertellen over de smaak, maar het is wel een toffe plant die veel zaden produceert. Blijft groeien, en je kan er van blijven plukken. Ik probeer hem zeker opnieuw, deze keer om op te eten.

Rode tuinmelde is een éénjarige, waarvan de jonge blaadjes rauw gegeten kunnen worden. Zeer mooie donkerrood-paarse kleur, die ook perfect in een siertuinborder kan. Alleen is dat voor mij te veel werk om elk jaar opnieuw een eenjarige te voorzien. In de moestuin, op kale grond, zaait de plant zich iet of wat spontaan uit, maar niet in die mate dat het vervelend wordt (hier toch niet). Waar hij niet gewenst is is hij overigens zeer makkelijk uit te trekken. Ik gooide een massa zaden in een hoekje waar ik nog wat kleur wilde, maar daar kwam niks boven. de rijtjes die ik in de moestuin zaai kiemen wel altijd. De plant wordt zo’n anderhalve meter hoog, en produceert heel veel zaden. Ook hier deel ik met de kippen.

Oost-Indische kers groeit hier in een kleurenwaaier van roomwit over geel en oranje tot rozerood. Ik vind de roomwitte en de donkere het mooist, maar welke er uit de gemengde zaden die ik heb zullen komen is niet te voorspellen. Alles kruist met mekaar, en palmt tegen het einde van het moestuinseizoen zowat alles in.
Nu liggen de verlepte blaadjes als een dekentje over de moestuin, en daar mogen ze blijven tot in het voorjaar, Zo beschermen ze de grond, en vogels vinden onder dat dekentje zowel zaden als insecten. De grond eronder is lekker kruimelig in de lente.
Bloemen, blaadjes én zaden zijn eetbaar (en lekker pittig). De zaden kan je ook inmaken als kappertjes. Project voor volgend jaar.
Ik zaai ondertussen geen Oost-Indische kers meer, die komt overal spontaan op. Wat teveel is haal ik snel weg, in de lente zit ik meestal knabbelend in de moestuin. Heerlijk, die blaadjes.
Als er niet genoeg in de buurt van de boontjes staan, dan verplant ik ze even, want luizen zijn gek op dit plantje (en zo hou ik ze weg van de bonen)
Mogelijk besteed ik ooit nog eens een logje aan de heilzame werking van dit plantje, dat zou mij nu te ver voeren. Op mijn to-do lijstje voor volgend jaar staat tinctuur maken, hier vooral voor de reinigende werking op (puber)huid.
Echt, een toppertje! De zaden van “Milkmaid” zijn wel bijna 100% zeker alleen roomwit.

Chinese bieslook is ook zo’n veelzijdig ding. Blad, bloem en zaden kunnen gegeten worden, ook bij deze plant kunnen de onrijpe zaden als kappertjes gebruikt worden.
Een iets breder blad dan bieslook, afgeplatter en wat bleker groen. De bloemen zijn grote witte bollen die bestaan uit allemaal kleine bloempjes. Perfect winterhard, de zaden zijn koudekiemers. Na enkele jaren kan je zeker de plant delen, en hij zaait zich ook spontaan uit (in de directe omgeving van de moederplant).

De oerprei is ook eentje uit de alliumfamilie. Een lichtgroen, winterhard preitje, dat groeit uit een bol. Je kan er van snijden zoals bieslook, hij groeit wel terug. In augustus verlept het blad, en kan je de bollen opgraven om uit te delen. Ik ben daar veel te lui voor, en kijk, ik kreeg nog een tweede kans: prachtige witte bloemen, die ook voor veel kleine zaden zorgden. Ik heb zelf geen ervaring met het zaaien van deze oerprei, maar hoorde al van veel andere mensen dat het perfect lukt.
Verplanten en teeltwissel hoeft niet echt, bij mij doet hij het al jaren goed in de vaste kruidenborder. Dicht genoeg bij mijn wandelpad, zodat ik in de winter vlot kan oogsten. Heeft (hier toch) geen last van roest of preimineermot.

Wie foto’s wil zien moet misschien eens de zoekfunctie op mijn blog proberen, en anders vriend Google. Zoals de planten er nu bij staan zijn ze niet echt fotogeniek, ik heb geen sokken aan dus buiten lopen wordt te koud, en er roept een plafond heel hard “schilder mij! schilder mij!”. Dus als u mij wil excuseren nu?

 

 

 

Mijn zadenruillijstje: de pepers en paprika’s

Een eerste toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Pepers en paprika’s, een mens kan daar nooit genoeg van hebben, vinden wij hier. Omdat onze serre maar een beperkte oppervlakte heeft moet ik elk jaar hartverscheurende (nu ja) keuzes maken, woekeren met beschikbare oppervlakte, en toch ook altijd een aantal planten buiten zetten.

Dit jaar loste ik het op met een trucje van Diana: 3 planten op de plaats van eentje. Dat ging behoorlijk goed. Een steunpaal in de grond, en drie plantjes er rond planten. In het begin liet ik ze wat doen, maar eens de planten blad genoeg hadden verwijderde ik alles tot een hoogte van ongeveer 25 cm. Blote stammetjes, en behoorlijk wat opbrengst.

De zoete puntpaprika’s (zaden van Rob) deden het buiten beduidend beter dan in de serre. Ze rijpten buiten veel vlugger af, en hadden ook veel meer vruchten per plant. In de serre stonden ze dan wel tot vandaag, terwijl de buitenplanten al zo’n maand niks meer doen.
Ook Lipstick was zo eentje. Mooie rode vruchten, veel vroeger rijp buiten dan binnen, en ook veel productiever. Ze bleven in de serre wel tot na het eerste vorstprikje hangen. Vandaag werd de plant verwijderd, en oogstte ik de laatste paprika.

paprika Lipstick
Carribean red, daar is voorlopig niet veel rood aan. Te laat gezaaid? Te weinig licht en/of warmte? De plant werd vandaag ook uit de serre gehaald, nadat ik nog een massa grote, mooi groene vruchten oogstte. ’t Schijnt dat paprika’s niet narijpen, we zien wel.

paprika Carribean red
De lekkerste dit jaar was ongetwijfeld Doe Hill, een afgeplat geel blokpaprikaatje, met sappig, zoet vruchtvlees. Het exemplaar op de foto is van vandaag, en heeft nog een klein groen stukje, maar eind augustus tot zowat half oktober aten we veel van die lekkere geeltjes. Ze waren toen ook iets groter.

gele blokpaprika Doe HillAlma zette ik dit jaar niet zelf, de zaden zijn van vorig jaar. Een roomwit afrijpende buitensoort, maar niet echt waw vinden wij hier. De struik groeit ook nogal chaotisch, en geeft zo nogal wat kans aan slakken. Ik herinner mij dat die paprika’s altijd pas heel laat rijp waren, en dat ik ze dan eerder aan de kippen gaf dan er zelf nog iets mee te doen. Nu ja, misschien kunnen jullie beter 😉

Sweet Choco, da’s eentje die hier volgens mij nog nooit al zijn troeven heeft uitgespeeld. Weinig opbrengst, dun vruchtvlees, maar wel lekker zoet, en met die speciale donkerrood- tot echt chocoladebruine kleur. In de serre geen enkele vrucht, en buiten waren de slakken mij meestal voor. Ik geef hem volgend jaar nog een kans, maar als er niet meer opbrengst is vliegt hij onverbiddelijk uit mijn collectie.

De mini oranje paprika’s zette ik met drie in een pot. Ooit gekocht als een leuk hebbedingetje, bij Ecoflora, maar uiteindelijk is dat niks voor een groot gezin. Er zijn nooit genoeg paprika’s samen rijp om eens iets deftig mee te doen, en het is veel te veel prutswerk voor mij voor wat het maar opbrengt.
Ik vond ze ook niet echt fantastisch van smaak. Je hoeft ze natuurlijk niet op te eten, een plantje met kleine oranje paprika’s is ook wel gewoon mooi op een balkon of terras. Ik zet ze niet meer, dus heel mijn voorraad zaadjes mag weg.
Om een idee te geven van het formaat legde ik er eentje op een dessertlepel. Ze zijn wat verrimpeld omdat ze louter voor zadenoogst gebruikt worden.

mini paprika oranjePepertjes, da’s altijd een succes: een beetje tot heel veel hot is hier altijd welkom.
Red Fire geeft een massa leuke vruchtjes die omhoog staan aan de plant, en kleine kaboutermutsjes lijken. Deed het zowel in de serre (in een pot) als buiten in volle grond uitstekend. Omdat we zoveel pepertjes niet zomaar eventjes opeten droog ik ze, en zo zijn ze enkele jaren houdbaar. Heerlijk om een spaghettisaus of soep mee te pimpen.

Ook de Rode cayenne is zo eentje. Heet, productief en makkelijk te drogen. Die stond dit jaar ook in pot in de serre, en buiten in volle grond.

Nog een heet dingske: Aji white fantasy. Al was dat niet altijd even duidelijk. Sommige vruchtjes kon ik eten als een paprika, terwijl oudste zoon (die echt wel veel pikanter eet dan ik) mij met een vuurrood hoofd beschuldigde van foute informatie.
Groter dan de vorige twee, roomwit afrijpend, en niet echt geschikt om als geheel te drogen. Misschien wel als je ze in stukjes snijdt, maar dat is dan weer te veel moeite voor mij. Ik denk dat ik ze verwerk tot een witte sambal, of invries. Wordt vervolgd.
Onderstaande foto nam ik vandaag, net voor de plant plaats moest maken voor spinazie. Zoals je ziet: nog behoorlijk fris. De verlepte blaadjes die je rechtsboven ziet zijn van de Smartmatplant. Als je goed kijkt zie je daar ook nog een groen pepertje aan hangen.

plant vol witte pepertjes Aji white fantasy
pepertje Aji white fantasy

Zowel Smartmat als Hellofresh hebben hier een aantal dozen geleverd, ooit. in elk van die dozen zat eens een pepertje, en ik vond dat de moeite om te proberen daar iets meer mee te doen dan gewoon in de saus te draaien. De zaden werden geoogst, en elk jaar heb ik hete Hellofresh pepertjes, en milde Smartmat pepertjes. Misschien kan een echte kenner er wel een ras op plakken, maar ik vind ze gewoon lekker. Ze zijn merkelijk groter dan de twee andere soorten.
Ze zijn perfect te drogen, maar dat vraagt meer tijd dan de Rode cayenne of Red fire.
Die van Smartmat (de milde) oogst ik ook groen. Vandaag werden de laatste geplukt.

Hieronder van klein naar groot: Red fire, Aji white fantasy, Rode cayenne, Hellofresh en Smartmat, allemaal vanop het droogrek.

pepertjes van klein naar groot
Voor wie niet meedoet met de zadenruil bij Rob: je mag het steeds laten weten als je zaden van iets zou willen proberen. Als er nog over is stuur ik met veel plezier een pakje op.

Tot slot nog een prentje van de oogst van de dag. Ik ben heel blij dat ik een groentenhofke heb dat een beetje zelfredzaam is.

oogst van de dag

 

 

 

Een schop onder mijn gat

Voila, Dat had ik nodig om hier weer eens iets te schrijven, en die kreeg ik.

Van zonen en man, want “die nieuwe computer, heb je die nu eigenlijk al gebruikt?” en van Rob van Natuurlijk Rijk, want de lijstjes voor de zadenruil moesten dringend binnen. Die actie waar ik eerst niet ging aan meedoen.

zadenruil

©foto: natuurlijk-rijk

Mijn excuus: ik heb de tuin gewoon de tuin laten zijn dit seizoen, en nauwelijks tijd gehad om aan iets anders te denken dan “keuken”. Gelukkig gaat de natuur zijn gangetje, en komen zaden vanzelf aan de planten. Een rondje oogsten, wat peuter- en prutswerk, stinkende potjes fermenterende tomatenzaden, en kijk, ik ben er weer helemaal klaar voor. Het is altijd weer plezant om al die zakjes in de bus te vinden, en elk jaar weer zijn er fantastische tomaten, paprika’s en mooie bloemen en planten die ik zomaar bijeen geruild heb. Een beetje moeite doen geeft elke keer veel resultaat. Mijn volledige lijstje zaden schreef ik eerst netjes op, en vind je (binnenkort) op de blog van Rob. Foto’s worden nog steeds GSM-gewijs genomen.

lijst te ruilen zadenOmdat een lijstje ook maar gewoon een lijstje is had ik zo het idee om hier in een paar afleveringen wat meer uitleg te geven, en eventueel wat fotootjes bij te voegen. Zo weet je wat je in huis haalt 😉 .
Als er na de ruil bij Rob nog zakjes overblijven zijn ze voor mijn lezers. Ik laat het jullie weten.

Ik kan alvast vertellen dat de zadenruil mij eindelijk weer in gang heeft gezet. Zaden sorteren, kijken waar ik veel van heb en wat dus geruild kan worden, weggooien wat nu ondertussen al 4 of 5 keer niet kiemde/niet lekker was/wel kiemde maar niks opbracht, een verlanglijstje maken voor volgend jaar, al eens snuisteren in de zadenlijst van Velt, oplijsten welke tomaten en paprika’s blijvertjes zijn, de mentale aantekening maken dat ik niet voor vijf jaar ver hete pepertjes moet zaaien, enzovoort, enzoverder. Zelfs mijn blog geraakt op die manier weer gelanceerd.

IMG_20171111_181137.jpg
Kijk, mijn bakjes zijn weer opgekuist en staan klaar voor het nieuwe seizoen. Als de serre opgeruimd is start ik daar alvast weer met wat kervel, spinazie en winterpostelein. Veldsla lukte vorig jaar in december ook nog, dat wordt zeker nog gezaaid. De grond wordt beter gebruikt in plaats van kaal gelaten, zei Jos mij, en hij kan het weten, want hij schreef zowaar een boek over alles wat met de serre te maken heeft. Voor Sint Maarten zal het al te laat zijn, maar wie weet gooit Sinterklaas dat boek wel in mijn schoentje? Ik ga er anders met plezier zelf om, dan krijg ik wellicht een gesigneerde versie.

Zoals dat dikwijls gaat met voornemens, kan het zijn dat dat hier ook weer verwatert na een paar keer… ik beloof dat ik mijn best doe, maar hier wordt nog steeds druk behangen, geverfd, geschuurd, geretoucheerd, en van keukenverbouwing gedaan.
’t Zijn de laatste prutsen, we vinden het nog altijd plezant, maar we kijken wel uit naar terug wat orde en rust (in hoofd en huis) en minder stof overal. Ook over het keukenproject: een update volgt wellicht.

 

 

 

Zadenruil 2016

zadenruil©foto: natuurlijk-rijk

Alle info over de zadenruil 2016 vind je daar. Mijn aanbod hieronder.

Moestuin:
*Nieuw-Zeelandse spinazie (Tetragonia tetragonioides): lukte mij nooit om te zaaien, dit jaar kocht ik een plantje (en vergat het). Bij het opruimen van de moestuin vond ik heel wat zaden. Geen idee of het daar wel een keer mee zou lukken, maar ik heb er nog over. Blaadjes en toppen oogst je het hele seizoen, en worden klaargemaakt als spinazie.

*Oost-Indische kers Milkmaid: roomwitte bloemen, laagblijvende plant. Bloeit zeer enthousiast tot de eerste vorst.

*Oost-Indische kers gemengd: mogelijk is het overgrote deel ook roomwit, maar ik heb geen idee hoe enthousiast ze kruisen, en er stond hier en daar oranje en rood ook.
oostindische kers

*Tomaten: veel verschillende soorten, eigenlijk veel te veel… maar het blijft leuk om nieuwe soorten te ontdekken en te proeven, ondanks het plaatsgebrek.
Kerstomaatjes: Black Cherry, Sweet Baby, Pendulina Yellow
Een beetje groter: Green grappe (rijpt geelgroen af), Black Zebra, Hellfrucht
Romatomaten: Amish Paste, Andine Noire
Coeur de boeuf: Gildo Pietroboni, Marmande “Franske”, Roze russische
Een speciale: Tournesol Blanc. Rijpt roomwit af, smaakt heerlijk, formaat ligt ergens tussen een gewone tafeltomaat en een kleine coeur de boeuf.
Nog andere soorten: deze zaden zijn van vorig jaar. Er ging dit jaar iets mis tussen zaaien en oogsten, (niet ontkiemen, omvergewaaid toen ze verhuisden naar de tuin, uitgedroogd, vroegtijdig geoogst door de kippen enz). Ik weet helaas niet bij welke categorie ze thuishoren, Google is uw vriend! Yubileynyi Tarasenko, Moneymaker, Rose de Berne, Amande Pink

*Koriander (Coriandrum sativum)

*Rode tuinmelde (Atriplex hortensis “Rubra”): Mooie rode eenjarige, waarvan de jonge bladeren eetbaar zijn. Ik vergat dat ik hem zaaide, en ik denk dat ik hem nu in heel mijn leven nooit meer zal moeten zaaien… De plant wordt 1,5m hoog, en is -wel euh- zeer op nakomelingen gericht. ’t Schijnt wel dat ze indien ongewenst zeer makkelijk te verwijderen zijn 😉

*Komkommer Marketmore: op onderstaande foto vooraan in ’t midden. Hij ziet er stekelig uit, maar smaakt voortreffelijk. Buitenteelt, zeer productief ras.
oogst van de dag

*Aubergine Purple Blush: de linkse op de foto, met het vage zweempje lila. purple blush aubergine

*Erwt Charmette: 
Struikerwtjes die al heel vroeg op het seizoen gezaaid kunnen worden in volle grond. Meestal vergeet ik ze daarna te oogsten, gelukkig voor wie er zaden van wil!

*Sluimererwt Mrs Lei: een zeer productieve klimmer, die nog lekker is ook.
bloei Mrs Lei

*Chinees bieslook (Allium tuberosum): heeft hoge en stevige bloeistengels, die later komen dan bij gewone bieslook. Smaakt iets sterker door, zaait zich hier ook makkelijk uit.
landkaartje

Eénjarigen:
*Dropplant (Agastache foeniculum): ’t is een éénjarige, maar hij zaait zichzelf hier elk jaar opnieuw. Ik help soms wel een handje, en zet ook in de serre elk jaar wat in potjes om zeker deze beauty te hebben. Fantastische kleuren, en een enorme insectenlokker.

*Reukerwt “Lilac Ripple”: een fijne lila-witte reukerwt, die hier een moeilijke start had door vocht en slakken, maar daarna uitbundig bloeide. Vorig jaar van de Biodiverse Tuinier gekregen, dit jaar zijn er al een (beperkt) aantal zaden om door te geven.

*Juffertje-in-het-groen, wit en blauw (Nigella damascena): hier is iets geks aan de hand. Ik had witte en blauwe bloemen, zoals op de foto hieronder. Na één jaar merk ik dat ze zich zeer vlotjes uitzaaien, maar dat het nu bijna allemaal gevulde bloemen zijn. Veel meer dan 6 kroonblaadjes. Staat hier in de buurt een dominante cultivar? Geen idee. Jammer, ik vond de eenvoudige mooier. Gelukkig gaan de bloemen ver open, voor bijen en co blijft het feest. De zaaddozen zijn ook een lust voor het oog, en zeer bruikbaar voor bloemschikken.
Nigella damascena

Vaste planten:
*Sint-Janskruid (Hypericum perforatum): Ik kreeg enkele zaailingen, en hoewel het een gele is mag deze plant toch blijven. De verse bloemen in olie zorgen namelijk voor een zeer interessante rode olie. Als ik ze in eigen tuin heb weet ik zeker dat daar geen -iciden aan te pas gekomen zijn. De enkele kleine stekjes zijn ondertussen een forse struik, en die zorgde voor heel wat zaden.

*Rode zonnehoed (Echinacea purpurea): Ik hou mij nooit bezig met deze schoonheid, ze zaait zichzelf uit in onze tuin. De zaden zouden wel een koudeperiode nodig hebben. Jonge planten hebben het wat lastig als er veel slakken in de buurt zijn. Na een drietal jaren is het ook mogelijk om wortelstekken te nemen. Dat lukt goed, en is vrij eenvoudig.echinacea purpurea

*Look-zonder-look (Alliaria petiolata): bosrandplant met een typische lookgeur als je de blaadjes kneust, en waardplant voor oranjetipje. Is nu volledig weg, maar komt in de lente weer piepen.

*Akelei (Aquilegia vulgaris): een donkerpaarse schoonheid. Ze zou ook zeer makkelijk kruisen, en de buren hebben een aantal gevuldere en blauw-wit-roze soorten staan, dus je kan iets heel anders krijgen dan de bijna zwartpaarse die hier in de tuin staat. Ook deze zaden houden van een koudeperiode.

*Brandkruid (Phlomis russeliana): een gele, die ik niet graag zie. Voor ik de planten weggaf oogstte ik voor jullie nog wat zaden. Vinken komen in de winter de zaden uit de verdroogde pomponnetjes halen, een leuk schouwspel. Zorg dus dat hij in het zicht staat, en in de zon.
Op drie jaar tijd hadden de enkele iele plantjes die hier stonden zeker een vierkante meter volledig ingenomen.
bloemen van Phlomis russeliana

*Kleine pimpernel (Sanguisorba minor): Ik ritste eens langs enkele uitgebloeide aren, en heb nu één zakje piepkleine zaadjes. Geen idee of het wat wordt, de plant schijnt zich hier nogal gedeisd te houden (en als je zo ziet hoeveel zaadjes die produceert vind ik dat verwonderlijk).

Tot hier mijn lijst. Paprika’s en pepers zijn er deze keer niet bij, compleet mislukt dit jaar. Wat ik mij eigenlijk afvraag: zijn de zadenruilers van vorige edities tevreden met “mijn” aanbod? Zijn de opgestuurde zaden uitgekomen, of bleef het een lege plek in de tuin/ serre/bloembak?
Van de tomatenplanten weet ik dat (hier) bijna 100% is uitgekomen, maar siertuinplanten test ik zelf niet, vandaar de vraag.

Ik probeer iedereen die iets vraagt tevreden te stellen, maar het moet natuurlijk nog wel de moeite blijven. Het aantal tomatenzaden in een zakje is minstens tien, voor andere zaden is het een beetje afhankelijk van de vraag. Op is op…

Ik kuis mijn schup af

Letterlijk.
Alles wat ik nog wilde planten dit jaar zit in de grond.

Dankzij overbuur kwam er eindelijk wat vaart in project bloembak. Hij had een hele bak siergrassen te geef, zonde om die te laten verpieteren. ’t Zouden kleine bolletjes worden, iets van een 30 centimeter. Het proberen waard. Als ze toch zouden tegenvallen geef ik ze volgend jaar weg ;). Ik moet nog wel proberen uit te vissen om welke soort het gaat, ik weet graag wat hier groeit en bloeit. Zo op het eerste zicht denk ik Festuca gautieri. Geen idee eigenlijk of dat samen kan met voorjaarsbloeiers. Kenners, help! Zullen de krokussen, narcissen en tulpen zich binnen enkele jaren nog een weg naar boven kunnen banen, of zet ik die grasjes beter ergens anders?
bak siergrasjes van overbuur
De herfstverkoop bij zoon drie op school zorgde voor een zeer gunstig geprijsde verdere aanvulling. Gaura lindheimeri stond al lang op het verlanglijstje, 12 planten wiebelen in de bloembakken nu. Absoluut een fragiel geheel, maar met een beetje geluk hebben we volgend jaar een mooie wolk witte vlindertjes. Van de takken die tijdens het transport sneuvelden nam ik wat stekjes, je weet maar nooit dat het lukt.

Ook van andere planten nam ik stekken: de salie (Salvia officinalis “Berggarten”) en rozemarijn (Rosmarinus officinalis) die we verplantten omdat ze toch echt veel te groot werden voor het hun toebemeten plekje zorgden voor heel wat nakomelingetjes. De resten van het snoeisel werden gedroogd en  wachten nu op verwerking.
Oregano wortelde ook op verschillende plekken, en enkele van die kleintjes werden apart gezet. Citroenverbena (Lippia citriodora) schijnt niet (tot een heel klein beetje) winterhard te zijn, maar daar was ook genoeg stekmateriaal te oogsten.
Verder werd die al meermaals gekortwiekt, en de gedroogde blaadjes zijn nu een heerlijk voorraadje thee voor lange winteravonden. Idem met citroenkruid (Artemisia abrotanum).
bak met plantenstekjes

Als dat alles evengoed lukt als de paar “tutjes” sedum (Sedum telephium “Herbstfreude”) die ik vorig jaar in de grond duwde ben ik heel blij!
goedgelukte sedumstek
Nog uitgegraven en ingepot: Japanse wijnbes. Eén afhangende tak zorgde voor maar liefst zeven goed bewortelde miniplantjes. Mmmm, dat belooft voor volgende jaren. Een heerlijk, mooi, fris zuurzoet besje, waar bijna niks van de oogst verloren gaat. Geen insectenaantasting, geen vogels die ermee vandoor gaan, niks overrijpe afvallers.

Terug naar de plantenverkoop: Cyclamen hederifolium “Amazing white” siert sinds zondag het stukje aan het terras van Villa Steenschot, Campanula persicifolia “Alba” staat eindelijk in het achterste stukje, bij het bankje, maar ook in de plantenbak aan de Villa.
Cyclamen hederifolium "Amaze me white"

De Phlomis russeliana werd uit de border gewipt. ’t Was geen liefde op ’t eerste zicht, ook niet op het tweede, en ’t zal nooit liefde voor dat geel worden. Wél voor het wintersilhouet, maar daar zijn waardige vervangers voor…
Hier werden Eryngium x zabelii “Big Blue” en Echinacea purpurea “Virgin” geplant, beiden van kwekerij Bastin. Oh, zo’n mooie, gezellige plek!
Wie Phlomis wil adopteren: ze staan op u te wachten op ons terras, voorzien van een laagje grond en genoeg water om te overleven. En als ge hier dan toch zijt, pakt dan wat van die grasjes mee ook!
bakken met Phlomis russeliana
Er is nog plaats voor mee plantgoed, maar eerst willen we bekijken hoe het geheel oogt, en dan aanvullen, met nog wat van hetzelfde, of iets heel anders, dat is niet te voorspellen. Als je dat zieltogende Echinaceaplantje ziet is het moeilijk te geloven dat gelijkaardige roze plantjes na twee jaar stevige volle bossen zijn geworden.
Echinacea purpurea "Virgin"
Nog schupwerk: alle doorgeschoten sla werd aan de kippen gevoerd, rode tuinmelde van twee meter hoog gerooid en welig uitgezaaid in de groententuin (collateral damage noemen ze zoiets), iets gecontroleerder in de ruige border. Wie wil: ik heb zaden genoeg.

Verder werd de herfst gewoon genegeerd. Ik vulde potten en bakken alsof het lente was, zaaide blaadjes, kruiden en wortels zoals in maart, en plantte patatten in de serre. Haha, ge gaat mij zien blinken met mijn lenteprimeurs!
Ik hoop van harte dat de slakken of de regen deze keer minder spelbrekers zijn, en ontmoedig de slijmjurken alvast met een extra hindernis. Van resten steenschot die onder plantenbakken lagen in de zomer fabriceerden we dit weekend nog twee “schabbekes”.  Genoeg om zaailingen hoog en buiten slakkenbereik te zetten.
zaailingen staan hoog en ver van slakken
Alle zaden die interessant kunnen zijn voor anderen werden geoogst. Nu mogen ze nog even nadrogen, en wie weet verzamel ik dan genoeg moed om mij ne keer echt aan het “schonen” te zetten. Als excuus om heel uw huishouden een dag compleet te negeren moet dat wel mogelijk zijn denk ik. Amai, daar kruipt tijd in!
Het resultaat vind ik altijd wel tof: een hele hoop zakjes om te ruilen of weg te geven.

Maar nu? Nu kuis ik mijn schup af, zet mij op ons bankje en geniet van de geuren, kleuren en het gouden licht van de herfst.
Colchicum autumnale

Zadenruil

Nu kan je nog eventjes genieten buiten, ’t is er het weertje nog altijd voor, maar binnenkort is het weer tijd voor het plannen van volgend tuinseizoen.

De zadengids van Velt is al aangekomen, binnenkort staan er nog wel anderen on line, maar het leukst vind ik toch het onderling uitwisselen van zaden of plantjes (en de ervaringen daarmee).

De zadenruil van Natuurlijk-rijk bijvoorbeeld. Vorig jaar de eerste keer, en nu organiseert hij dat opnieuw. Dankzij de gulle gevers die volle envelopjes opstuurden had ik dit jaar een fantastisch mooi bloemperk vol eenjarigen in de moestuin. Met een beetje geluk zaaiden ze zichzelf voldoende uit om volgend jaar weer een blikvanger (en insectenlokker) te zijn.
Ook tomaten-, peper- en paprikazaden vonden via de post hun weg naar onze serre.
Ook meedoen? Alle info vind je hier

Hieronder alvast mijn lijstje:

EENJARIGEN
– Nigella damascena ( Juffertje in ’t groen, wit en blauw door mekaar)
– Calendula officinalis (Goudsbloem)
– Papaver (Klaproos, een hoge, tamelijk felroze met zeer mooie zaaddozen)
– Phacelia tanacetifolia (facelia, bijenlokker bij uitstek, vooral ook in het najaar)
– Nicandra physalodes (zegekruid)
– Centaurea cyanus (blauwe korenbloem)

TWEEJARIGEN
– Lunaria annua (Judaspenning)
– Digitalis purpurea (Vingerhoedskruid)

VASTE PLANTEN
– Aquilegia vulgaris (Akelei, mogelijks donkerpaars, maar even goed mogelijk een kruising van alles wat in onze tuin en die van de buren staat…)
– Echinacea purpurea (Rode zonnehoed)
– Verbena bonariensis (Ijzerhard)

GROENTEN EN KRUIDEN
– Agastache foeniculum (dropplant)
– Coriandrum sativum (koriander)
– Peterselie (ik denk platte, maar voor ’t zelfde geld krijg je gekrulde)
– Hyssopus officinalis (Hyssop)
– Allium ursinum (Daslook)
– Allium tuberosum (Chinese bieslook)
– Paprika „Sweet choco”
– Paprika mini, oranje
– Pepertje „Cayenne” (rood, heet en zeer productief)
– Tomaat „Gildo Pietroboni”
– Tomaat „Hellfrucht”
– Tomaat „ Ananas noire”
– Tomaat „Cherokee purple”
– Tomaat „Terhune”
– Tomaat „Marvel Striped”
– Tomaat „KBX”
– Olijftomaatje
– Aubergine „Applegreen”
– Erwtjes „Charmette” (zeer vroege struikerwtjes, mogen al vanaf begin februari gezaaid worden)
– Erwtjes „Mechelse Krombek” (klimmers)
– Sluimererwtjes „Mrs Lei”
– Boterpeultjes

Van de tomaten werden foto’s genomen en commentaren genoteerd door secretaris jongste zoon, met een gedrevenheid die een geïllustreerde blogpost verdient. Ooit. Een keer. Echt.