Tagarchief: moestuin

Ook in de moestuin: lente in zicht!

Gisteren draaide ik (virtueel dan toch) terug aan Villa Steenschot. In ’t echt wandelde ik natuurlijk tot helemaal achteraan in de tuin, via moestuin en serre.

pluviometer
Het eerste wat ik tegenkom: de pluviometer. In de winter haal ik die binnen, vorig jaar stond er nog water in en vroor hij kapot. Op de drie dagen dat hij terug op zijn plekje hangt viel er één-entwintig liter water per vierkante meter. Amai m’n botten!
Duidelijk te zien: door mulchen en grond bedekt houden in de winter valt het hier eigenlijk nog mee, ondanks de redelijk zware grond. Geen dichtgeslempte modderpoelen.
Vandaag ben ik nog niet gaan kijken hoeveel het regende, maar aan de lucht te zien zijn we nog lang niet aan het eind van de bui.
Ik blijf erbij: zooooo content dat ik gisteren buiten vertoefde!

chinese en gewone bieslook

Dan kom ik aan de “extra” perceeltjes. Twee stukjes moestuin, links en rechts van het pad, die niet meedoen in het rotatieschema. Links staan vaste kruiden. Hier doen de Bieslook (vooraan) en Chinese bieslook hun best om als eerste voor een frisse groene toets te zorgen. Ook de Oerprei heeft zich uitgezaaid: naast de duimdikke stengels staan ook een aantal heel fijne sprietjes, in dezelfde grijsgroene kleur. Een verloren teentje Knoflook van vorig jaar zorgt mogelijk ook nog voor een mooi knolletje. ’t Staat zo’n vijftien centimeter boven de grond nu.

bloemenperkje, met vooral Nigella damascena

Aan de rechterzijde, vlak voor de serre ligt het bloemperkje. Allerlei zaden worden hier uitgestrooid: Goudsbloem, Klaproos, Zegekruid, Damastbloem, Kattensnor, Haverwortel,Korenbloem… Een bont geheel, vol leven. ’t Is altijd een beetje afwachten wat er verschijnt of verdwijnt, ik laat de dingen hier hun gangetje gaan. Eén ding is zeker: onze tuin zal nooit meer zonder Juffertje-in-het-groen zijn. Een fantastisch mooi bloempje, zowel wit als blauw, maar met het karakter van een echte veroveraar. Verbena bonariensis is ook zo eentje. Overal kom ik die dingetjes tegen. Waar ze echt niet kunnen blijven staan zijn ze gelukkig zeer makkelijk te verwijderen, maar waarom zou er geen blauw of wit of paars bloempje tussen de sla mogen groeien? Wij zijn hier redelijk tolerante mensen…

In ons glazen huisje dan. Zo proper, die raampjes! Twee weken geleden besloten we dat het tijd was om eens grondig met water en zeep te spelen daar, door het mos hadden we op sommige plekken een eerder lichtgroene lichtinval. Nefast voor de groei van al dat jong geweld.
Zeep? Ik hoor het u denken. Ja, zelfgemaakte. Heel simpel, heel effectief, milieuvriendelijk, goedkoop en met veel minder schuim dan die uit de winkel.
Je hebt alleen maar 50g klimopbladeren, 900 ml water en 100 ml azijn nodig.

50 gram klimopblad in de blender, met water naar behoeven (je moet vlot kunnen fijnmalen). Als het fijn genoeg is alles in een kookpot doen, de rest van het water even gebruiken om je blender uit te spoelen en dan mee in de pot gieten. Ook de azijn toevoegen, en alles even laten opkoken. Dat moet niet lang duren, je ziet het schuim zo naar boven komen in de kookpot.
Zeven, in een fles gieten en klaar.
Da’s natuurlijk niet zo’n stroperige vloeistof als die uit de winkel hé. En ze heeft een vies bruin kleurtje (dat kan je wel fris groen houden door een eetlepel natriumbicarbonaat mee in de kookpot te doen) en geen synthetisch geurtje. Een geur kan je met etherische olie toevoegen, maar voor serreruiten vind ik parfum niet echt een must ;). Deze zeep kan ook voor (donker !) wasgoed gebruikt worden, en dan is lavendelfris misschien wél gewenst?

Een goeie scheut in een emmer lauw water, en de klus was geklaard in geen tijd. Streeploos aftrekken deden we niet, de regen hing toch al in de lucht!

Sla Little gem in de serre

erwtjes en reukerwtjes

stekjes van Japanse wijnbesIn de serre plantte ik de sla uit die ik vorig jaar in november in bakken zaaide, en vervolgens een hele winter vergat. Het platgeduwde stuk daarachter is een goeie vierkante meter spinazie in wording. Hopelijk wat enthousiaster dan vorig jaar, toen moesten we feest houden met twee of drie gelukte plantjes… Helemaal bovenaan de eerste foto, aan de achterste ruit staat ook nog wat veldsla gezaaid. Ook snijsla, worteltjes en radijzen worden hier bijna dagelijks uit de grond gekeken.

Op de zaaiplank: twee trays erwtjes, één deel om op te eten, de anderen zijn reukerwten.
Voorgezaaid, jawel. Het kan ook rechtstreeks in de grond, maar dan spelen de duiven een venijnig spelletje: vanaf het moment dat ze ongeveer zo hoog staan als nu in de bakjes worden ze gewoon uit de grond gewipt. Niet om op te eten hoor, nee, gewoon het plezier van een erwt aan zijn staartje eens door de lucht te zwieren. Duivenkermis! Mij niet meer gezien, als ze een tiental centimeter hoog zijn plant ik alles uit. Aan zo’n stengels wagen de fladderbeesten zich niet meer.
Verder staan er zaaikistjes met koolsoorten, prei en zaaiajuin, nog wat soorten radijzen, en koolrabi.

In de zwarte potjes lopen vijf stekjes van Japanse wijnbes uit. Bij wijze van experiment vorig najaar opgepot, en zie! Ze hebben al allemaal een adoptiegezin gevonden 🙂

Vandaag kijk ik naar buiten, en bedenk dat mijn dagje gisteren wel zonniger was. Geen nood, ook binnen kan ik mij bezig houden met tuingedoe. Opkuis is voorlopig een nuloperatie, en alle beschikbare plooi- en andere tafels staan vol…Paprika’s aubergines en kruiden doen het goed, en ik heb me voorgenomen om niet voor half maart te beginnen aan de tomaten. Dat wordt nog moeilijk vrees ik, als het buiten zo nat blijft.

op de keukenvloer

Jullie hebben nog één stukje te goed, helemaal vanachter gebeurt er ook vanalles.

Zaaikoorts

Ik heb even getwijfeld om man des huizes een gastlogje te gunnen. De jongen had zoveel plezier, dat de tranen over zijn wangen liepen, hij zich haast verslikte in zijn koffietje, en zijn gezicht de kleur van een rijpe tomaat kreeg.

Dit alles na het aanschouwen van onze keuken, mijn zaaiwerkzaamheden en een opmerking van mij. Zo langs mijn neus weg, dat ik eigenlijk nu al plaats te weinig zal hebben in de serre… en dat de tomaten nog niet gezaaid zijn, zelfs nog niet geselecteerd.

De keuze van gereedschap was blijkbaar ook lachwekkend.

speciaal zaaigrondschepje

Alles wat goed schept kan volgens mij gebruikt worden om potgrond uit zakken in zaaibakjes te brengen. Een sopje (voor zoon twee thuis komt, zijn favoriete koffietas!) en er is niks gebeurd.
Er kwam een schampere opmerking dat ik misschien beter eerst de keuken wat had opgeruimd alvorens zaaibakken te willen uitwassen, plantenspuiten te vullen en heel de tafel in te palmen. Tja, ’t zou waarschijnlijk gemakkelijker werken zijn…

paprikazaden

Maar jongens, plezant dat dat was! Minizaadjes, proper geschreven labeltjes en een woonkamer met plooitafels, het hoort er allemaal bij.

gerecycleerde moestuinagenda

Ik recycleerde Wim’s moestuinagenda van vorig jaar. Alles wat ik dit jaar doe wordt op de juiste datum, maar in een andere kleur geschreven. Vorig jaar was ik goed begonnen, maar na enkele maanden neemt de drukte in de tuin toe, en de activiteit in zo’n boekske af. Hergebruiken dus, een nieuw aanschaffen vond ik er wat over.
Wel confronterend: ik lees hier net dat vorig jaar op 14 februari de narcissen al geel kleurden, maar nog niet open stonden. Nu staan ze met moeite drie centimeter boven de grond…

De Winterkamperfoelie (Lonicera purpussi “Winterbeauty”) begint eindelijk te bloeien, en op zo’n zonnig dagje als vandaag geurt die ook heerlijk. Eens proberen of ik dat geurtje kan vangen in een olie, om een crème van te maken. De Gele kornoelje (Cornus mas) is nog net niet uit de startblokken, en het Nieskruid (Helleborus oriëntalis) zal dit jaar eerder vroege lentebloeier dan winterkleur zijn. Knoppen genoeg, maar nog laag bij de grond, en ver van open.

Op 14 februari zag ik een moedig bijtje vliegen, de katten hebben de kolder, de tortels denken alleen maar aan nageslacht produceren, man des huizes lacht met mijn zaaigedrag: de lente is volgens mij echt in aantocht!

 

Nog eens over de tuin

Vorig weekend, en het stuk week tot nu toe: tuin!

Enig achterstallig zaaiwerk werd uitgevoerd. Een mens kan geen courgetten verwachten als die zaden niet in een potje met grond geraken niwaar?

Hoopjes maken met zadenzakjes per bestemming, takken van de takkenwal gaan halen om plantenlabels van te maken, ecoslakkenkorrels en knolselderplantjes kopen bij de plaatselijke middenstand, en met veel meer dan gepland thuiskomen.

Eerst een plan: wat moet er nog gezaaid of geplant worden, waar, en hoe dringend?
Zalig, onder de notelaar op een dekentje een beetje liggen doen alsof je goed bezig bent. Ha! Poes kwam er gezellig bijliggen, en de zon schoof richting avond.

Alle gekocht plantgoed geraakte voor het onweer op zijn bestemming. De berg in het midden wordt voor een deel vast kruidenperk, andere stukken zijn “experimenteerruimte” voor éénjarigen, of zaaibed voor probeersels waar ik niet echt van weet bij welke andere planten ze passen. Er is nu nog niet veel te zien, maar dat komt wel.

berg met kruiden

We zijn al enkele dagen echt aan zwaar geknetter ontsnapt: op de onweersradar zag je de intense zones eerst pal over ons passeren, en na een keer refreshen was het gevaar geweken. Zo heb ik het graag, ik hou niet van spektakel in de lucht.
Op veilige afstand wel, niks prachtiger dan bliksems tegen een paarsblauwe lucht, maar als het nadert zit ik (echt waar!) constant te tellen hoe ver het gevaar nog is.

donderwolken

Ook het blaadjesperk in de moestuin werd helemaal opnieuw gezaaid, slakken werden handmatig (jekkes!) en met ecokorrels verder bestreden, en na drie dagen zie ik al fijne groene lijntjes. Het werkt dus echt wel, die oorlogvoering.

eindelijk sla
Ook de viooltjes varen er wel bij: zowaar een ongeschonden bloemetje!

viooltje zonder slakkenvraat
In de serre had ik -voorzienige vrouw- een aantal bakjes en zaaitrays gevuld met zaai- en stekgrond, om altijd wat sla of boontjes of kruiden klaar te hebben staan als er plaats leegkomt, of bij diefstal door duiven, slakken of kippen (onze buren zijn betrouwbare individuen). De reserves op de bank, zeg maar.

De theorie was mooi, de praktijk niet. Je moet dan namelijk zaaien, in plaats van alle dagen te denken “morgen”.
Als je dat “morgen” een aantal weken volhoudt, dan zijn die trays geen fluit meer waard. Poederdroge grond, en wanneer je dan denkt om die eventjes nat te gieten komen al die blokjes aarde gewoon bovendrijven en spoelen zo uit je bakje, van je handige plank, op de serregrond. Alwaar de paprika’s en aubergines niet blij zijn met een zanddouche. Hoe zou je zelf zijn?
De tomaten aan de andere kant trokken er zich niks van aan.

tomaatjes
Niet getreurd echter: bovenstaand scenario is het perfecte excuus om als volwassene heerlijk in de weer te zijn met gieter, schopje, bakjes en zand. Zwart zand, voor de gevorderde modderspelers. Veel vijfjarigen zouden jaloers zijn.
Dat schopje, dat was alleen in het begin. Droge potgrond en water laten zich veel makkelijker broodbakgewijs mengen met de blote hand. Echt, een aanrader.
Tegen de tijd dat de jongens van school kwamen waren mijn potjes weer netjes gevuld en mijn handen gewassen, dat spreekt.

Intermezzo met zonen, ijs, aardbeien en banaan, en daarna werden eindelijk alle courgettes, pompoenen en komkommers in die versgevulde potjes gezaaid. Met deze temperaturen verwacht ik dat ze eergisteren al vijf centimeter boven staan. Ja, ik weet het. Als je dat pakje geduld in de Colruyt vindt, ge moogt het mij altijd meebrengen…

komkommers, courgetten en pompoenen gezaaid
De zieltogende andijvieplantjes kregen een portie liefde (en water en verse potgrond) en zien er na een nachtje op intensieve zorg veel beter uit. Nog even aansterken en het zijn volmaakte reserves.
Voor de boterpeultjes zijn geen reserves voorzien, die doen het voortreffelijk. Dringend te plukken.

boterpeultjes
Alle bloemen die niet uitgekomen zijn (en waar ik nog zaden van had) zijn ook opnieuw gezaaid. Waarschijnlijk was er die eerste keer ook iets mis met temperatuur, vochttoediening of hongerige vogels en slakken.
Sommigen mogen ook nu nog een keer de mist in gaan, voor anderen was het echt het laatste wat ik uit het zakje kon schudden. We zien wel. Een groot spontaan succes: Nigella damascena. Uitbundig uitgezaaid, en zo mooi!

Nigella damascena
Morgen nog te doen: basilicum die ik gisteren buiten zette herzaaien. De monsters zijn geweest, slijm is alles wat er overbleef. Wortels, pastinaken en bietjes: idem. Die zijn zelfs nooit boven de grond geraakt. Ook de pas gisteren geplante knolselder: voor de helft verdwenen.

Daarna: van uit mijn luie zetel alles uit de grond kijken, hoewel het mij een beter idee lijkt om de huishoudelijke achterstand eens in te halen. Want zaden, dat groeit wel, maar de was springt hier nog niet zelf in de machine.
Aaah, het leven van een huisvrouw is zo mooi! 🙂

 

 

Een rondje tuin

Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat ik nog eens in de tuin kwam. Wat een vies weer dan ook! Verder is het natuurlijk een feit dat de dagen gevuld zijn met vanallesennogwat, en “tuin” dus soms geschrapt wordt.

Als we deze zomer iets van “bladgewassen” de naam waardig willen eten, dan is er dringend actie nodig! Ik zaaide alles ruim op tijd, en was verwonderd dat zelfs de radijzen zo lang op zich lieten wachten. Helaas: overal glinsterende sporen, alles wat maar durfde te komen piepen werd direct weggevreten door de slijmerige monsters. Alleen rode tuinmelde en spinaziezuring overleefden deels. Juist ja: onkruid. Wel lekker, schijnt.
Alles is ondertussen opnieuw gezaaid, en onder het net (duiven, kauwen, kakkende poezebeesten) strooide ik ook wat ecologische slakkenkorrels. Oorlog!

Mijn pikante pepertjes en enkele tomaten in pot werden ook belaagd. Pepertjes: onherroepelijk verloren, ook omdat ze een beetje verzopen en verkleumd waren, en daarbij nog vol bladluizen zaten. De mezen in de buurt doen hun best, maar ze concentreren zich nu vooral op de rozenstruiken om te fourageren.
De tomaten werden grondig geïnspecteerd, en van onder de randen van de potten haalde ik soms wel tien slakken. Bweuk! Netjes de GFT-container in. Die blijft open staan, en de kraaien weten dat. Zo dienen die slakken toch voor iets.

De ajuinen liggen te rotten op natte bedden. Hier en daar doet er eentje heel erg zijn best, ik laat ze nog even doen, en hoop op droog weer, zon en mirakuleus herstel.
Tussen, achter en over de ajuinen: Verbena bonariensis. O-VER-AL. Massaal veel, ontzettend vitaal en goed groeiend. Twee moestuinperken werden al gewied, nog wel enkele te gaan.

Echinacea? Slakkenvoer. Ook hier werd het probleem met eco-korrels aangepakt.
echinacea purpurea, kaalgevreten door slakkenGelukkig was het niet allemaal kommer en kwel: de tomaten en paprika’s in de serre doen het voortreffelijk, de salie die ik er van verdacht in staking te zijn bloeit met wondermooie bloemen.

Vijgen! Jeej, vijgen! Genoeg voor confituur, en chutney, en met geitenkaas, en nog veel lekkere dinges. Ikke blij!

Ook het Kattenkruid zorgt voor spektakel. Prachtig van kleur, en een magneet voor bijen, hommels en deze juffer.
juffer op KattenkruidDe Boerenjasmijn is één witte wolk, met veel verschillende bezoekers. Hommels, bijen, vliegen, zweefvliegen: ze zijn er allemaal.
witte wolk Boerenjasmijn

bijtje in bloem van BoerenjasmijnAan de overzijde, iets dichter bij de grond bloeit een blauwe wolk geraniums, en vlak daarnaast komen er binnenkort een massa gele pomponnetjes aan. blauwe wolk Geraniums

pomponnetjes

bloemen van Phlomis russelianaEen beetje té felgeel naar mijn goesting, maar de hommels zijn er stekezot van, en in de winter is die Phlomis russeliana een speeltuin voor vogeltjes. Misschien kijk ik toch wel eens rond voor een ander kleurke.

Eén hommel was echt wel een snoeperke: van de gele bloempjes naar het Vingerhoedskruid, naar de Smeerwortel en dan terug dat toertje.
Een andere was druk bezig om “in te breken” in Akeleien: in plaats van de nectar er uit te halen langs de open voorzijde maakte die gewoon gaatjes in de bloem, om zo met minimale inspanning maximale resultaten te halen. Niet vreemd, hier ten huize…

Aan het keukenraam staat een kanten kunstwerkje, een Klimhortensia. Jammer dat er zo weinig bloemen aan staan dit jaar, en dat die zich dan ook nog eens verstoppen.
klimhortensiaAchteraan in de “ruige hoek” keek ik naar een plantje van de hertshooifamilie en vroeg me af of het nu Sint-Janskruid zou zijn of niet, (het plantje is ondertussen gedefinieerd: Mansbloed) toen ik een schijnaardbei ontdekte. Bah! Woekeraars, met lelijke gele bloemen, en vruchtjes die door niemand gegeten worden.

Nog meer rood, veel centraler in het gazon. Zijn die dingen nu al tot daar gekropen?
Maar neen: een prachtig vlindertje(*?). Sint-JacobsvlinderNog veel feller ( en zeer beweeglijk!) met open vleugeltjes.Sint-Jacobsvlinder met vleugeltjes openToevallig hier om zoon drie een gelukkige verjaardag te wensen? Daar was het net op tijd voor: vieruurtje met verjaardagstaart en lekkere koffie, op verzoek van zoon zonder onze zoetgevooisde gezangen.
Hiphiphip…

 

 

Schaduw in de serre

Soms kan de zon fel zijn, en zeker voor plantjes die nog nooit echte zon gezien en gevoeld hebben.

De paprika’s, tomaten en aubergines die lang gekoesterd werden in huis staan ondertussen in de serre, maar na vorig jaar heb ik mijn lesje wel geleerd. Ook plantjes kunnen verbranden!
Ideaal is om ze in een bewolkte periode buiten of in de serre te zetten, zodat ze wat kunnen wennen aan zonlicht, maar het weer doet nogal een keer zijn goesting in onze contreien, niwaar?
Zonnecrème smeren lijkt mij ook niet je dat, en de schaduwdoeken die verkocht worden zijn op zijn minst “prijzig” te noemen.

Gelukkig brengt mijne meneer af en toe iets mee naar huis, van op ’t werk. Monsters, heet dat. Monsterlijke proporties nemen die aan, daar in onze garage. Als daar een hele zak zakken staat te staan, en uiteindelijk de weg naar de klant niet vindt, dan durf ik mij soms iets toe-eigenen. Na beleefde vraag, dat spreekt.

Recept voor een goedkope versie van een beschaduwde serre:
* een grote monsterzak uit pp-non-woven langs beide zijden openscheuren;  dit met nog drie zakken herhalen.
* vier serrevijsjes (die zijn wel gekocht, speciale T-vijsjes die je in een serreprofiel kan schuiven en vastklemmen) en vier haakjes bevestigen; twee aan de nok, twee aan de zonnigste zijkant.
haakjes bevestigen
* de rol metaalkabel die ooit gekocht werd om druiven en clematis te leiden even zoeken, twee stukken afmeten en bevestigen in de achterste haakjes.
* spanvijs aan de voorste haakjes hangen, kabeltje bevestigen en opspannen. Aan het geplooide haakje op bovenstaande foto weet je wel wanneer je daarmee moet stoppen.
spanvijs tussen haakje en kabel
* de opengescheurde zakken aan de nokkabel hangen met wasknijpers die voor de rest geen fluit waard zijn en zelfs geen zakdoek kunnen tegenhouden. Mijn oog wil niet te veel opvallend plastiek in de serre, dus ik zocht de grijze knijpers bijeen voor dit doel.
gordijntjes draperen
* zakken over de zijkabel zwieren, en open of toe schuiven, geheel en al volgens de behoefte van uw plantgoed.
schuifsysteem met wasknijpers
* ondertussen de serredans doen en bedenken dat het wellicht handiger geweest was als die dingen vóór de tomaten en paprika’s daar waren gemonteerd.  Als een 46 en een 39 neergeplant worden tussen die kwetsbare plantjes is dat soms een beetje spannend.

Af en toe kan rommel uit de garage geweldig interessante toepassingen hebben…

Een update

Een maand geleden werd oudste zoon behandeld met laser voor zijn rookverslaving.

Een vraaggesprekje gisteren leerde mij dat het goed gaat. Al kan ik dat dagelijks zien en ruiken ook natuurlijk.

-En, lukt het nog?
-Ja natuurlijk.
-Zijn er grote verschilen met de keren dat je zonder hulp probeerde te stoppen?
-Ja. Ik ben minder “opgefokt”, kan gewoon in rokend gezelschap staan babbelen zonder zin te hebben in een sigaret, ben minder humeurig en kan zelfs na een paar pintjes op een feestje blijven nee zeggen.
-Heb je de eerste week veel afkickverschijnselen gehad? 
-Nee. Zelfs amper een vuil hoestje.
-Zijn er valkuilen waar je bewust van wegblijft? Situaties die in je hoofd gelinkt worden met sigaretten?
-Er zijn uiteraard zo’n situaties, maar ik kan ze niet ontlopen. In mijn klas rookt bijna iedereen, en ik ga niet elke pauze alleen staan hoor! Koffie, dat is geminderd. In plaats van een thermos mee naar school te nemen drink ik nu ’s morgens een tas, en de rest van de dag water.
-Zou je deze methode om te stoppen aan anderen aanraden?
-Ja, helemaal. Als ze iets willen weten moeten ze ’t maar vragen. Alleen maar positief.
-Heb je nu al veel bespaard dankzij dat stoppen? 
-Euh…(neemt er een rekenmachine bij en zit wat te tokkelen). Stel dat ik deze maand alles gerold had: 27 euro. Stel dat ik allemaal gewone sigaretten gerookt had: 87 euro. Laat ons een realistische schatting maken: 50 euro. Op gewone dagen rolde ik, naar fuiven en feestjes nam ik een pakje sigaretten mee (Dat betekent dat na drie maanden de kosten van de behandeling “terugverdiend” zijn)
-Voel je fysieke veranderingen?
-Ik ruik en proef weer beter, en heb de indruk dat de conditie ook weer in stijgende lijn gaat.
-En word je nu ook frisser wakker?
-Moeder! Wa voor een belachelijke vraag is da! Fris wakker worden, da kan ni!

Voila, en toen was ’t gedaan met vraaggesprek. Volgende maand opnieuw.
Zoon twee vindt het nog steeds stoer om te staan dampen en stinken, en zijn vingers te zien vergelen. En die heeft wél een smerig hoestje…

Verdere updates?

Ja, we doen nog steeds mee met dagen zonder vlees. We putten al eens uit ons recepten-archief, dus niet alle dagen iets nieuws. Ik post nog wel eens wat foto’s en recepten als ik van de buren mijn SD-kaart terugkrijg. Tussen de bedrijven door maakte ik wat foto’s van hun oudste zoontje, voor communieprentjes.

De bookchallenge ligt even een beetje stil. Dringend eens naar de bib gaan om vers leesvoer, en dringend eens werk maken van een verslagje over wat er gelezen werd.

Ook tuin en moestuin vragen aandacht, maar die geef ik ze graag. Alles liever dan binnen stof afdoen of dweilen.

Er werd min of meer een datum afgesproken om de resterende ruiten in de serre van schoonbroer en schoonzus te gaan placeren. Ah ja, de tomatjes moeten dit jaar van eigen kweek kunnen hé. Als bedanking voor het al gedane werk, en wat nog volgt, werden we getrakteerd op een etentje gisterenavond. Schoonbroer huurde daarvoor zelfs een heel restaurant af! (of die mensen draaiden zwaar verlies gisteren, dat kan ook. Lekker eten, gezellig etablissement, maar op een vrijdagavond als enige klanten aan tafel zitten, dat doet vreemd aan)

Vorige week was ook skiweek voor broer en schoonzus, en dan komt er hier traditiegetrouw een kleine kabouter logeren.

fietsende tuinkabouter
Zo een blond krullebolletje, dat over een gigantische woordenschat beschikt en iedereen hier in huis moeiteloos om zijn vinger wist te draaien. Poezen, kippen, een grote tuin, met veel volk aan tafel: het ventje keek zijn ogen uit. Zijn knuffel werd met veel overgave verzorgd. ’t Is een goeie slaper, die net als zijn neven niet echt graag opstaat. Serieus, hoeveel twee-en-half-jarigen draaien zich nog eens lekker om in hun slaapzakje als je denkt dat ze wakker zijn? Petekindje deed dat met de woorden “nee mete eidi, nog een beetje slapen!”. Duizend hartjes voor zo’n kind!

Herboristenopleiding: blijft de max. Even meegeven dat je bij kruidenbereidingen dezelfde vieze vetvlekken op je kleren kan maken als op een gewone dag in je eigen keuken. Wasmachine to the rescue!

Nu komt Pasen stilaan dichterbij, en dankzij een reactie op het logje van vorig jaar weet ik dat ik dringend in actie moet schieten. Anders zal er niet veel zen aan zijn…
De gasten weten dat ze mogen komen, de klokken weten dat ze langs mogen vliegen en dankzij Madam Menck heb ik ook al een decoratie-idee, maar daarmee is voorlopig alles gezegd. Werk aan de winkel dus.