Tagarchief: moestuin

Lange weekends tuin

De voorbije weekends stonden zowat helemaal in het teken van tuinieren. (Eerst stond dat hier in ’t enkelvoud, maar mijn uitstelgedrag noopt mij om het over meerdere weeekends te hebben)
Op vrijdag had man des huizes een dagje vrij genomen, zodat we – eindelijk – eens op de Tuindagen van Beervelde zouden geraken. Amper veertien kilometer van bij ons, en ’t was er nog nooit van gekomen.
Een vrijdag, en regen voorspeld, dus dat zou wel meevallen qua volk dachten we. Ik ben heel blij dat we voor die druilerige vrijdag gekozen hebben, want om half elf, een half uurtje na de opening, stonden daar al massaal veel auto’s geparkeerd, en was het daar gezellig druk. Meer moet dat voor mij niet zijn.
Heerlijk! Zo’n toffe beurs, zo’n fijne mensen ontmoet, lekkere dingen geproefd, mooie en grappige dingen gezien en veel “wil ik ook nog” op het tuinlijstje in mijn hoofd aangevuld. Kleine zijdelingse mentale notitie: we moeten daar dan nog veel voor sparen, óf de Lotto winnen.

20191011_103622

Een champignonneke met dezelfde naam als zoon drie 🙂

20191011_103946

20191011_131023

Zó veel soorten… en allemaal heerlijk!

We kochten hier en daar wat, beloofden onszelf dat we in de lente teruggaan, en reden in de latere namiddag huiswaarts.

De zon was er, en we deden dan nog maar wat verder van tuin. Alles wat er te oogsten viel werd geplukt. Appels, paprika’s, tomaten, de laatste aubergines en nog wat courgettes. Net als vorig jaar potte ik wat paprika- en aubergineplanten op en snoeide ze drastisch terug. Ook de “dieven” van de tomatenplanten die leeggeplukt zijn stak ik in een bak stekgrond. ’t Zou zo maar een keer moeten lukken… Kleine pottomaatjes (Tiny Tim) werden uit hun gezamenlijke bak gehaald en in aparte potten gezet, ook met de hoop op overwinteren.

DSC_9733

Zaterdag een nieuwe dag. Onkruid wieden in de moestuin, spontaan uitgezaaide kruiden en planten in potjes zetten, met het oog op de plantenruilbeurs van volgend jaar, en dan de perken voorzien van een winterdekentje. Om Phacelia te zaaien ben ik weer een keer te laat, maar er staan genoeg bomen in de buurt, hun blad is ook goed als bodembedekker.

DSC_9732

Overal uitgezaaid: viooltjes.

De haag kreeg een scheerbeurt, het gazon werd op winterlengte gezet (en ge gaat dat zien, ’t zal nu natuurlijk weer warm zijn en ’t zal nog groeien).

We kochten nog wat knoflook om te planten, en maakten wat extra plekken vrij voor voorjaarsbollen. De concurrentie met het gras lijkt toch echt niet te lukken. In mijn dromen had ik een gazon met massa’s sneeuwklokjes en boerenkrokussen, maar het worden er elk jaar minder. Daarom werden vlak bij het terras wat extra stukjes afgeplagd, de grond losgemaakt en narcissen, krokussen, tulpen en sneeuwklokjes kunnen daar beginnen groeien.

Zondag nog mooier weer, en gelukkig niks dat “moest”. We verlegden onze takkenwal. De zijkant van de moestuin is nu vrij, daar komt – met tijd en boterhammen – een haagje kolomfruit. Niet te dicht bijeen, gewoon om wat variatie te hebben en op één of andere manier onze perceelsgrens toch een beetje aan te duiden. Ik plantte daar ook narcissen, en het geheel werd bedekt met een laagje hakselhout. De dunste takken uit de oude wal draaiden we allemaal in frietjes, en hergebruikten we zo. De dikke takken verhuisden naar het kippenhok, en werden daar tussen kippen en moestuin gestapeld. De enige die dat niet zo tof vond was een dikke bruine kikker. Later kwam ik hem nog tegen in de composthoop, en onder omgewaaide éénjarigen. Veel kans dat hij de nieuwe takkenwal ook wel ontdekt. De kippen moeten nog wat wennen aan de nieuwe toestand. Ze kunnen nu niet meer door het hekje aan mijn frèle groenten pikken, maar ook de doorgang naar hun graslandje werd verlegd. Schudden met een bakje, en graantjes strooien was effectiever dan hun pogingen om over het kastanjehek te vliegen. Ondertussen zijn ze het weer gewoon, en mogen ze straks leren eten uit een nieuw soort voederbak. Eéntje die ze openen door hun eigen gewicht, we willen iets meer voer voor de kippen, en minder voor alle duiven die hier rondfladderen.

DSC_9727
DSC_9728
Het terras werd opgeruimd. Terracotta potten voor de zekerheid toch maar naar binnen, zodat ze deze keer niet kapot vriezen. Het vogelvoer werd opgehangen en rondgestrooid, zodat de beestjes weten waar ze naartoe kunnen als het écht nodig is. Nu alleen hopen dat ze het opeten vóór alles weer begint te kiemen. Naast het binnenwerk van de steriliseerketel gebruikte ik ook een oude theepot, een rieten mandje en een grote bal van wilgentakken om alles een beetje aantrekkelijker te maken.

IMG_20191019_114250
Ook het daaropvolgende weekend werkte ik liever buiten dan mij om mijn huishouden te bekommeren. Alle tomatenplanten werden opgeruimd. De enkele tomaten die er nog aan hingen hebben allemaal een zweempje kleur. Onder een dekentje van krantenpapier komt dat nog helemaal goed.

IMG_20191019_173752
De compleet verdroogde mulchlaag veegde ik op een hoop. De grond eronder kreeg liters regenwater over zich heen, en mijn balkjes om perceeltjes te maken en op te staan werden ook opnieuw gelegd. Morgen of overmorgen zaai ik hier nog. Spinazie, rucola, veldsla, misschien zelfs nog mizuna en mosterdsla. De winterpostelein komt overal weer spontaan piepen, die geraken we hier nooit meer kwijt (hoeft ook niet).
Nóg voor morgen: de laatste boontjes plukken, en de staken binnen zetten. Hopelijk zijn ze nog iet of wat te doen, maar ik vrees dat het veel te dikke gusten geworden zijn om als “fijn prinsessenboontje” in de diepvries te belanden. Zaden oogsten dan, of de bonen eens proberen in tomatensaus. Citroen- en muntverbena stekken staat ook nog op mijn to-do lijstje. Vorig jaar overleefden ze allebei de winter, maar ik kan maar beter op zeker spelen.

Naast al deze werkzaamheden werd er ook nog druk geappt, gemaild, gebeld en vergaderd met drie andere tuinmadammen. Achter de schermen werd door anderen gelobbyd, en ondertussen zijn we zeker: Velt Wetteren is een feit. Hoera!

 

De voorbije tijd, van A tot M

Amai, is dat weeral zo lang geleden? De verleden tijd terug bijeenschrijven zal niet meer lukken, maar ik loop er even door van A tot Z, in een paar etappes.

Avonden. Examenavonden, zomeravonden, feestavonden. Ze lijken allemaal al zo ver weg, maar o, wat werd hier geblokt ’s avonds, gefeest toen de punten nog in de lucht hingen, en opnieuw geblokt op ’t eind van de zomer. Zelf namen we al eens een keer meer de fiets naar een cafeetje, soms mét, vaak zonder de zonen.

Bloggen. In gedachten alle dagen, meerdere keren per dag zelfs. De realiteit draaide anders uit. Tja…

Charmant. Maastricht, waar we een paar nachten logeerden, en de stad verkenden. Fijne wandeling, gezellige cafeetjes, lekker gegeten, beetje geshopt. André Rieu lieten we aan ons voorbij gaan, wij waren weg toen hij arriveerde.

Maastricht
Duizend jaar Massemen. In geschriften werd in 1019 voor ’t eerst gewag gemaakt van Masmine. Reden voor een feestje. En wàt voor feest! Overal vlaggen! Verenigingen slaan de handen in mekaar, dorpsgenoten leren mekaar weer beter kennen, er werd gedanst op het doopfeest van onze reuzen (waarbij de pastoor in een hoogtewerker met doopwater zwaaide),  op de openluchtfuif, er was Montmartre, een petanquetornooi, een ambachtenmarkt, er is opnieuw een jaargang van Het Lindeblad verschenen, er vloeiden traantjes van ontroering, er was veel volk op de kermis, we drinken Massems bier uit Massemse glazen op Massemse bierkaartjes en er zit nog veel meer feest in de pijplijn. Zelfs met echte vespers zoals toen 🙂
Zo’n dorp, daar wilt ge oud worden.

Egeltjes lopen hier al jaren. Heel de zomer hoorden we hoe de eetbak van de poezen omvergetrokken werd, enkele keren per avond. Dan eens een grote, dan weer een kleine egel kwamen hier meesnoepen van ’t kattenvoer. Een klein egeltje, op klaarlichte dag, half september: niet goed. We brachten het hummeltje naar het VOC in Merelbeke, waar het op krachten mag komen en dan weer uitgezet wordt.

egeltje
Fly Lady en Flingedingen zijn twee termen die hier ondertussen ingeburgerd zijn. Een hopeloos Amerikaans systeem waarbij de Enige Echte FlyLady Marla vanuit een meestal vadsige positie huishoudtips deelt en veel zwaait met pomponnen en vlaggetjes en hoorays, maar als je daar doorkijkt is het echt wel bruikbaar voor van die huishoudwonders as myself. Diane in Denmark legt het allemaal fijner uit, en sinds ik ook elke dag probeer om rommel te flingen lijkt het hier toch wel iets langer en makkelijker een leefbaar huis te blijven.

Goudsbloemzalf. Staat al klaar van drie dagen na het Eilish-feestje, voor de medeblogsters aan wie ik ze beloofde. Deze zomer was het te heet om ze op te sturen, zullen we het daarbij houden? Ze komt jullie kant op, écht waar!

Hof. Het zomer-pop-up-café in de dekenijtuin. Een pracht initiatief van een bende jonge enthousiastelingen, die de tuin van de pastorij in samenspraak met cel erfgoed en het gemeentebestuur omtoverden tot een heerlijk plekje om zomeravonden door te brengen. Er stond vanalles op ’t programma: een hilarische zangstonde,  een toepasselijke film over een appelboom, fuif, kinderknutselmiddag, after-work drink,… De azijnpissers hadden ongelijk: de tuin is niet vermassacreerd achtergebleven en de Wetterse cafés zijn niet failliet gegaan. Pluim voor de organisatie!
Onze deken vond het prachtig, al dat gezellig gedoe op zijnen hof. En hij zat er ook elke keer als wij er kwamen, ah ja, gaan slapen als er nog gasten zijn, dat doet deze herder van het volk niet!

Inmaken is mijn nieuwe ontdekking. Ik zette voor ’t eerst augurken in de moestuin, en die zitten nu mooi achter glas in zoetzuur. Ook de lading weckpotten die ik van een nonkel kreeg, en voorzag van nieuwe elastieken en klemmetjes zijn in gebruik. Appelmoes en tomatenpassata in potten, dat scheelt een hoop plaats in de diepvries. Ik ben blij met onze oven, daar staan verschillende inmaakprogramma’s op, ik moet niet aan de slag met een grote ketel. Benieuwd of alles nu effectief goed ingemaakt is, en of het lang houdbaar en lekker is.

IMG-20190822-WA0003

Jachtige jeugd, die nooit thuis is, en als dat wel het geval is is dat om te slapen, eens goed te eten of hun vuil linnen te ruilen voor proper. Deze zomer was er voor de zonen één van reizen, kampen, koffers uitladen en in dezelfde beweging weer volstouwen, leven als God in Frankrijk en zonder het minste benul van tijd. Ook in september ging dat door, zoon 2 moest uitvoerig afscheid nemen van alle vriendenkringen, en vertrok dan naar Duitsland voor een jaar. Zijn rugzak was hij wel vergeten, dat besefte hij op de ring van Brussel. Omdat wij meestal iets minder jachtig door ’t leven gaan waren we met dat uur extra reistijd nog ruim op tijd om zijn kot te helpen inrichten.

zetel vol reistassen

Gedoogplek in de living. Hier mag alles maximum 12u op voorhand even geparkeerd worden.

Kartonnage. Een cursus kaartjes drukken met een pastamachine, georganiseerd door onze bib. Heerlijk prutsen, drie donderdagavonden. Kartonnage is de techniek die we gebruikten om onze drukclichés te maken. Later meer daarover.

IMG-20190929-WA0001
Lomp. Altijd en overal als ik de kans heb. Een bassin met een sopje van een kast laten vallen, tot drie keer toe: ikke. Met de slang van de ontsapper zo onhandig zijn dat heel de keuken onder t sap hangt: ikke. Bijna de saus ipv de pasta afgieten: tja, wie denkt ge? En zo zijn er nog wel een massa situaties te bedenken. Helaas.

Moestuin, of wat daarvoor moet doorgaan. Tomaten, komkommers, aubergines, courgettes, paprika’s en boontjes: topopbrengst, maar laat. Nu pas beginnen de paprika’s te kleuren, terwijl het binnen een paar nachten al zou kunnen vriezen.
“Gewone” dingen vergeet ik te zaaien, te onderhouden of te oogsten. ’t Is altijd iets… Sla? Amper gegeten uit eigen tuin, net als erwtjes, die er nochtans wel stonden, en koolrabi. Die laatste is nu zowat formaat voetbal. Ik denk dat dat niet echt lekker is, ik laat ze dan maar staan om zaden te oogsten.

oogst

Voila, tot hier deel 1. Vervolg volgt 😉

 

 

Mooie dingen 2: onze tuin

dag na dag tuinbujoSchriftje twee, dat gaat over alles wat met onze tuin te maken heeft.

Planten, plannen, kosten, wat er wanneer gebeurde of zou moeten gebeuren, successen of complete mislukkingen in de moes- en siertuin, en nog zoveel dingen meer, het staat er ongeveer allemaal in.

Leuk om bij te mijmeren en weg te dromen als de dagen kort en donker zijn, en de regen meer zin doet hebben om binnen te prutsen dan om in kou en nattigheid te tuinieren.

Maar een tuin, da’s vooral leuk in ’t echt. In elk seizoen is er daar wel iets te beleven, en ik zou dat stukje uitbreiding van onze woonst verschrikkelijk slecht kunnen missen.
Het groeide mee met ons gezin en evolueerde door de jaren heen naar de gezellige plek die het nu is.

We kunnen er ons creatief ei kwijt. Villa Steenschot was een leuk project, waar we nog geen moment spijt van hebben. Binnenkort komt daar op vraag van een lezer nog eens een update over.
Het moet niet altijd zo groot zijn natuurlijk: een stel schommelpalen omtoveren tot een aardbeihoekje is al even plezant.

IMG-20180417-WA0000
Met de overschotten van de boomhut een houtopslagje maken ook. Of onze betonnen buizen, die al enkele jaren kippenhok zijn. (helaas nog steeds niet met de massa mos waarop ik hoopte, maar er is een begin…)

De moestuin is voor mij wat gaan lopen is voor de man. Tijd om de chaos in mijn hoofd wat te ordenen, of gewoon te vergeten, en helemaal tot rust te komen. Zalig.
Elk jaar opnieuw, beginnen met een schone lei.

IMG_20180217_163555IMG_20180218_160501

Er zijn “geheime” hoekjes, waar ik kan genieten zonder dat anderen mij weten zitten.
Sommige kleine kabouters vinden het zalig om – met wat assistentie – te blijven zoeken 🙂

dsc_7507.jpg
Er zijn bomen met een verhaal.
Er zijn wolken. Eerst een witroze, vlak bij het terras, nadien een helderwitte, een lage roze, een blauwe en dan weer roze en wit. Een grijsblauwe en een donkergroene. Binnenkort weer een andere witte. De kleuren volgen mekaar op, van in de winter tot laat in de herfst, altijd met andere blikvangers.

DSC_7510DSC_7516DSC_7517
DSC_7512DSC_7513
DSC_7514
DSC_7511
Er is ruimte. Om een tent te zetten, om te aperitieven, om volk mee te laten genieten van een barbecue.

aperitieven op het terrasje

Er is een aangename stilte. In de week meestal, wanneer alle buren gaan werken zijn. In het weekend vinden velen het – jammer genoeg – een must om “Radio Nietteharden” luid door de buitenboxen te laten schetteren. Liefst in alle omringende tuinen een andere. Ik heb genoeg aan het gekwetter van de vogels, of de wind die door de bomen ruist. Kakelende kippen en een spinnende poes ergens in mijn buurt vind ik ook dik in orde.
Er is een buurtweg die vlak naast onze tuin loopt, en die we niet afsloten. Grappig hoe sommige mensen daar heel onwennig op reageren, maar ook leuk dat je spontane gesprekken hebt met volslagen vreemden. Al een aantal keren leidde zoiets tot een rondleiding of een fotosafari in onze tuin. De trampoline die er nog steeds staat werd de laatste tijd ook al meer gebruikt door anderen dan door onze eigen zonen. Allemaal geen erg.
Er zijn beestjes. Of voormalige prinsen, wie zal het zeggen?

DSC_7525
Er zijn meer en meer onkruiden die gekoesterd worden, omdat ze zoveel goeie dingen kunnen doen voor mensen. Zelfs (een beetje) geel wordt hier tegenwoordig getolereerd, kundedageloven?

Soms zijn er wel eens wat arbeidsintensievere perioden, zoals na een familieweekend bijvoorbeeld… Opgeschoten sla, verdroogd plantgoed in de serre, onkruid dat feest houdt op de moestuinbedden. Een dagje doorwerken, en ’t is geregeld.
Moestuincompaan Sabien houdt mij ook altijd bij de les. Als ze mij een emmertje overschot van serrewit brengt, dan besef ik weer dat het tijd is om de ruiten te verven. Ik besefte dat al elk jaar, maar dit is de eerste keer dat ik dat doe. Benieuwd…

IMG_20180518_210731

Als zo’n dagje dan afgesloten kan worden in de avondzon, met zicht op ons paradijs,dan kan je toch alleen maar content zijn?

DSC_7518.JPG

 

 

Vakantie, dan vliegt de tijd

De aanloop naar de krokusvakantie ging gepaard met veel gezaag en gesakker. Kinders die een skivalies in orde moeten krijgen beseffen niet dat sommige dingen die te klein, te weinig of te versleten zijn, niet “zomaar” hokuspokus vervangen geraken, en nog veel minder dat favoriete truien en broeken niet de avond voor vertrek nog gewassen geraken. Strijken, daar doen we niet aan, zeker voor valiezenvulsel niet.

Mijn schatjes geraakten weg. Joepie voor hun, in het geval van zoon twee ook even joepie voor mij. Ik sms-te het nog naar een vriendin: “Sommige dingen zijn sociaal niet aanvaard om te denken, laat staan om op een blog te zwieren.”
Zij stuurde de wijze woorden terug:”Onder moeders kan dat gelukkig wel.”
Voila, ik had mijn uitlaatklep gevonden.

Vanaf dan werd het alleen maar beter. Oudste besliste dat examens en financies belangrijker waren dan Aalst Carnaval, ging auditie doen bij het GUHO (Gents Universitair Harmonie Orkest), mocht er meerepeteren en slaagde voor zijn examen.
Wij brachten zijn instrument naar Gent en breiden er een etentje aan, samen met jongste (op ’t gemakje) en oudste (tussen alle muziekdinges door).

Samen met jongste bakte ik koekjes. De kattentongen waren zoals ze moesten zijn, maar aan de bokkenpootjes is nog wat werk.


Deze poging leek meer op koeienvlaaien. Lekker, dat wel, maar geen zicht. Gelukkig zat er ’s avonds al een ander recept in de mailbox. Jongste heeft zichzelf kandidaat gesteld om te zorgen voor de “versnapering bij de koffie” op ons jaarlijkse paasetentje, je begrijpt dat hier nog héél veel geoefend moet worden 😀

Een deel van het hout van onze boomhut werd opgehaald door schoonbroer en -zus. Twee dagen later was er al een foto van avontuurlijke geitjes, die een beetje natuurlijke kleuren in hun speeltuin wel waardeerden. Eentje was zeer lieftallige assistente geweest, en had de bemoste balkjes uitgebreid gekeurd. Blek luistert vanaf nu naar de naam Grien.

Blek, maar nu eerder Grien

©FV

geitjes op nieuw speeltuig

©FV

Een ander deel zal gebruikt worden om een kleine houtopslag te maken. Ooit komt hier zo’n terrashaard, het stookhout daarvoor moet toch ergens droog kunnen liggen? De rest mag daarna weg. Wie het hebben wil laat maar iets weten.

schetsje voor houtopslag
Het schetsje ligt al klaar, een stuk dakpaneel dat we overschot hebben van Villa steenschot kunnen we met een blikschaar op maat knippen. Da’s dan ook weer iets dat nuttig gebruikt is.

Er werden agenda’s bovengehaald en gekeken wanneer we weer eens konden afspreken met een aantal vrienden. Je kent dat wel, de tijd vliegt, ineens zijn kinderen groot en besef je dat het heel lang geleden is. Het fijne daaraan? De klik. Die is er nog steeds. Het voelt niet als “moeten”, we doen gewoon verder waar we vorige keer eindigden.

En dan…toeters en bellen, gejuich, vlaggetjes in de lucht! Het (moes)tuinseizoen is begonnen!
Zaaibakken vol paprika’s, aubergines, kiemgroenten: het staat allemaal (dik in de weg natuurlijk) binnen op rekjes en vensterbanken. Ik kon het echt niet langer uitstellen, echt niet 🙂 . Onweerstaanbare drang, meneer de juge.
De serre wordt vanaf dit jaar veel beter benut, dankzij het serreboek van Jos.

serreboek van Velt
Van Velt eigenlijk, maar Jos schreef het. Als je het leest, hoor je het hem gewoon vertellen. Vol passie beschrijft hij wat je van maand tot maand kan doen in dat glazen huis. Echt, een aanrader, dat boek. In februari is er al heel wat werk, amai.

zaaibakjes met radijs, prei en ajuin in de serre

Bakjes radijzen, ajuin, prei en kolen staan op de plank. De serregrond is voor een deel ingenomen door veldsla en winterpostelein, die zichzelf vrolijk uitzaaiden vorig jaar.

serre met veldsla en winterpostelein, en rijtjes gezaaide slaatjes
Ik zaaide daar nog allerlei soorten pluksla en pittige blaadjes bij, een massa spinazie en plantte ook twee bloemkolen die een vriendin over had. Voor de winter al gezaaid, da’s een lenteprimeurkool dat we hier gaan hebben!

Een paar dingen die nog nooit lukten probeer ik koppig opnieuw. Oesterblad is er zo ééntje. Ik volg de tip die op het zakje van de zadenruil stond: eerst koud zetten, dan weer even binnen halen. Voorlopig staan er enkele potjes buiten op een rekje…benieuwd of het lukt deze keer.

Ik snoeide de frambozen, bond de nieuwe scheuten aan en prikte mij duusd keer aan de Japanse wijnbes. Een waar venijn, maar o zo lekker. Ik trok veel frambozenscheuten uit, met genoeg wortel, er is een beginnend tuintje in de Westhoek dat ze met open armen ontvangt. Net als de drie bessenstruiken die hier op overschot stonden, een stukje citroenmelisse en een hoop zaden.

De kippen kregen een groter terrein. Met wat restjes draad en een geïmproviseerde poort is heel de moestuin nu voor hun. De serre blijft dicht, dat is iets wat ik nog weet van vorig jaar. Postelein is lekker, en losse grond ideaal voor scharrelaars, maar deze keer dus niet.
kippen als onkruidverdelgers: fantastisch
Ze doen dat fantastisch, die madammen. Al het onkruid is al weg, ik hoop dat ook slakken en hun eitjes ten prooi vallen aan ons pluimvee.

Zaterdag kwamen de twee skieërs terug thuis, en besefte ik weer hoe onmisbaar een wasmachine is. Zij vielen prompt voor de charmes van hun bed. Hevige kampen…
We sloten de vakantie af met aperitief en zelfgemaakte pizza’s. Terug met zes aan tafel, ons clubje weer compleet.

Mijn zadenruillijstje: de blaadjes

Wat toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Omdat sla niet per definitie saai konijnenvoer moet zijn: een assortimentje fris groen om creatief uw bord te vullen. Gewoon laten in bloei komen kan natuurlijk ook, zo heb je weer zaden om volgend jaar te ruilen.

Spinaziezuring kreeg ik enkele jaren geleden via deze ruil. Ik zaaide een rijtje, en er gebeurde niet veel. Bij een tweede poging wel. Dit is een vaste plant, steeds weer het eerste frisse groen dat komt piepen, en ik zaaide het aan de rand van een moestuinperk waar ik nogal last heb van oprukkende legers slakken. Die vinden die spinaziezuring wel ok, maar kunnen het gewoon niet bijhouden, dus ze blijven meestal daar in de buurt hun buikjes rond eten.
Door de forse groei kunnen wij het ook niet bijhouden, en krijgen de kippen regelmatig wat oogst toegestopt. Ze steken zelf ook hun kop door het hekje om te “grazen”, dus ’t valt in de smaak. Iets waar je geen werk aan hebt, en dat ook niet woekert (hier toch niet). Ik zou het ook in de siertuin durven gebruiken, alles staat er nu in november nog steeds fris bij. Na aanhoudende vorst verdwijnt het blad, om dan in de vroege lente terug te komen.

Nieuw-Zeelandse spinazie: een soort die hier ook nooit wilde ontkiemen, tot die ene keer. En toen vergat ik te oogsten… Ik kan niks zinnigs vertellen over de smaak, maar het is wel een toffe plant die veel zaden produceert. Blijft groeien, en je kan er van blijven plukken. Ik probeer hem zeker opnieuw, deze keer om op te eten.

Rode tuinmelde is een éénjarige, waarvan de jonge blaadjes rauw gegeten kunnen worden. Zeer mooie donkerrood-paarse kleur, die ook perfect in een siertuinborder kan. Alleen is dat voor mij te veel werk om elk jaar opnieuw een eenjarige te voorzien. In de moestuin, op kale grond, zaait de plant zich iet of wat spontaan uit, maar niet in die mate dat het vervelend wordt (hier toch niet). Waar hij niet gewenst is is hij overigens zeer makkelijk uit te trekken. Ik gooide een massa zaden in een hoekje waar ik nog wat kleur wilde, maar daar kwam niks boven. de rijtjes die ik in de moestuin zaai kiemen wel altijd. De plant wordt zo’n anderhalve meter hoog, en produceert heel veel zaden. Ook hier deel ik met de kippen.

Oost-Indische kers groeit hier in een kleurenwaaier van roomwit over geel en oranje tot rozerood. Ik vind de roomwitte en de donkere het mooist, maar welke er uit de gemengde zaden die ik heb zullen komen is niet te voorspellen. Alles kruist met mekaar, en palmt tegen het einde van het moestuinseizoen zowat alles in.
Nu liggen de verlepte blaadjes als een dekentje over de moestuin, en daar mogen ze blijven tot in het voorjaar, Zo beschermen ze de grond, en vogels vinden onder dat dekentje zowel zaden als insecten. De grond eronder is lekker kruimelig in de lente.
Bloemen, blaadjes én zaden zijn eetbaar (en lekker pittig). De zaden kan je ook inmaken als kappertjes. Project voor volgend jaar.
Ik zaai ondertussen geen Oost-Indische kers meer, die komt overal spontaan op. Wat teveel is haal ik snel weg, in de lente zit ik meestal knabbelend in de moestuin. Heerlijk, die blaadjes.
Als er niet genoeg in de buurt van de boontjes staan, dan verplant ik ze even, want luizen zijn gek op dit plantje (en zo hou ik ze weg van de bonen)
Mogelijk besteed ik ooit nog eens een logje aan de heilzame werking van dit plantje, dat zou mij nu te ver voeren. Op mijn to-do lijstje voor volgend jaar staat tinctuur maken, hier vooral voor de reinigende werking op (puber)huid.
Echt, een toppertje! De zaden van “Milkmaid” zijn wel bijna 100% zeker alleen roomwit.

Chinese bieslook is ook zo’n veelzijdig ding. Blad, bloem en zaden kunnen gegeten worden, ook bij deze plant kunnen de onrijpe zaden als kappertjes gebruikt worden.
Een iets breder blad dan bieslook, afgeplatter en wat bleker groen. De bloemen zijn grote witte bollen die bestaan uit allemaal kleine bloempjes. Perfect winterhard, de zaden zijn koudekiemers. Na enkele jaren kan je zeker de plant delen, en hij zaait zich ook spontaan uit (in de directe omgeving van de moederplant).

De oerprei is ook eentje uit de alliumfamilie. Een lichtgroen, winterhard preitje, dat groeit uit een bol. Je kan er van snijden zoals bieslook, hij groeit wel terug. In augustus verlept het blad, en kan je de bollen opgraven om uit te delen. Ik ben daar veel te lui voor, en kijk, ik kreeg nog een tweede kans: prachtige witte bloemen, die ook voor veel kleine zaden zorgden. Ik heb zelf geen ervaring met het zaaien van deze oerprei, maar hoorde al van veel andere mensen dat het perfect lukt.
Verplanten en teeltwissel hoeft niet echt, bij mij doet hij het al jaren goed in de vaste kruidenborder. Dicht genoeg bij mijn wandelpad, zodat ik in de winter vlot kan oogsten. Heeft (hier toch) geen last van roest of preimineermot.

Wie foto’s wil zien moet misschien eens de zoekfunctie op mijn blog proberen, en anders vriend Google. Zoals de planten er nu bij staan zijn ze niet echt fotogeniek, ik heb geen sokken aan dus buiten lopen wordt te koud, en er roept een plafond heel hard “schilder mij! schilder mij!”. Dus als u mij wil excuseren nu?

 

 

 

Ook in de moestuin: lente in zicht!

Gisteren draaide ik (virtueel dan toch) terug aan Villa Steenschot. In ’t echt wandelde ik natuurlijk tot helemaal achteraan in de tuin, via moestuin en serre.

pluviometer
Het eerste wat ik tegenkom: de pluviometer. In de winter haal ik die binnen, vorig jaar stond er nog water in en vroor hij kapot. Op de drie dagen dat hij terug op zijn plekje hangt viel er één-entwintig liter water per vierkante meter. Amai m’n botten!
Duidelijk te zien: door mulchen en grond bedekt houden in de winter valt het hier eigenlijk nog mee, ondanks de redelijk zware grond. Geen dichtgeslempte modderpoelen.
Vandaag ben ik nog niet gaan kijken hoeveel het regende, maar aan de lucht te zien zijn we nog lang niet aan het eind van de bui.
Ik blijf erbij: zooooo content dat ik gisteren buiten vertoefde!

chinese en gewone bieslook

Dan kom ik aan de “extra” perceeltjes. Twee stukjes moestuin, links en rechts van het pad, die niet meedoen in het rotatieschema. Links staan vaste kruiden. Hier doen de Bieslook (vooraan) en Chinese bieslook hun best om als eerste voor een frisse groene toets te zorgen. Ook de Oerprei heeft zich uitgezaaid: naast de duimdikke stengels staan ook een aantal heel fijne sprietjes, in dezelfde grijsgroene kleur. Een verloren teentje Knoflook van vorig jaar zorgt mogelijk ook nog voor een mooi knolletje. ’t Staat zo’n vijftien centimeter boven de grond nu.

bloemenperkje, met vooral Nigella damascena

Aan de rechterzijde, vlak voor de serre ligt het bloemperkje. Allerlei zaden worden hier uitgestrooid: Goudsbloem, Klaproos, Zegekruid, Damastbloem, Kattensnor, Haverwortel,Korenbloem… Een bont geheel, vol leven. ’t Is altijd een beetje afwachten wat er verschijnt of verdwijnt, ik laat de dingen hier hun gangetje gaan. Eén ding is zeker: onze tuin zal nooit meer zonder Juffertje-in-het-groen zijn. Een fantastisch mooi bloempje, zowel wit als blauw, maar met het karakter van een echte veroveraar. Verbena bonariensis is ook zo eentje. Overal kom ik die dingetjes tegen. Waar ze echt niet kunnen blijven staan zijn ze gelukkig zeer makkelijk te verwijderen, maar waarom zou er geen blauw of wit of paars bloempje tussen de sla mogen groeien? Wij zijn hier redelijk tolerante mensen…

In ons glazen huisje dan. Zo proper, die raampjes! Twee weken geleden besloten we dat het tijd was om eens grondig met water en zeep te spelen daar, door het mos hadden we op sommige plekken een eerder lichtgroene lichtinval. Nefast voor de groei van al dat jong geweld.
Zeep? Ik hoor het u denken. Ja, zelfgemaakte. Heel simpel, heel effectief, milieuvriendelijk, goedkoop en met veel minder schuim dan die uit de winkel.
Je hebt alleen maar 50g klimopbladeren, 900 ml water en 100 ml azijn nodig.

50 gram klimopblad in de blender, met water naar behoeven (je moet vlot kunnen fijnmalen). Als het fijn genoeg is alles in een kookpot doen, de rest van het water even gebruiken om je blender uit te spoelen en dan mee in de pot gieten. Ook de azijn toevoegen, en alles even laten opkoken. Dat moet niet lang duren, je ziet het schuim zo naar boven komen in de kookpot.
Zeven, in een fles gieten en klaar.
Da’s natuurlijk niet zo’n stroperige vloeistof als die uit de winkel hé. En ze heeft een vies bruin kleurtje (dat kan je wel fris groen houden door een eetlepel natriumbicarbonaat mee in de kookpot te doen) en geen synthetisch geurtje. Een geur kan je met etherische olie toevoegen, maar voor serreruiten vind ik parfum niet echt een must ;). Deze zeep kan ook voor (donker !) wasgoed gebruikt worden, en dan is lavendelfris misschien wél gewenst?

Een goeie scheut in een emmer lauw water, en de klus was geklaard in geen tijd. Streeploos aftrekken deden we niet, de regen hing toch al in de lucht!

Sla Little gem in de serre

erwtjes en reukerwtjes

stekjes van Japanse wijnbesIn de serre plantte ik de sla uit die ik vorig jaar in november in bakken zaaide, en vervolgens een hele winter vergat. Het platgeduwde stuk daarachter is een goeie vierkante meter spinazie in wording. Hopelijk wat enthousiaster dan vorig jaar, toen moesten we feest houden met twee of drie gelukte plantjes… Helemaal bovenaan de eerste foto, aan de achterste ruit staat ook nog wat veldsla gezaaid. Ook snijsla, worteltjes en radijzen worden hier bijna dagelijks uit de grond gekeken.

Op de zaaiplank: twee trays erwtjes, één deel om op te eten, de anderen zijn reukerwten.
Voorgezaaid, jawel. Het kan ook rechtstreeks in de grond, maar dan spelen de duiven een venijnig spelletje: vanaf het moment dat ze ongeveer zo hoog staan als nu in de bakjes worden ze gewoon uit de grond gewipt. Niet om op te eten hoor, nee, gewoon het plezier van een erwt aan zijn staartje eens door de lucht te zwieren. Duivenkermis! Mij niet meer gezien, als ze een tiental centimeter hoog zijn plant ik alles uit. Aan zo’n stengels wagen de fladderbeesten zich niet meer.
Verder staan er zaaikistjes met koolsoorten, prei en zaaiajuin, nog wat soorten radijzen, en koolrabi.

In de zwarte potjes lopen vijf stekjes van Japanse wijnbes uit. Bij wijze van experiment vorig najaar opgepot, en zie! Ze hebben al allemaal een adoptiegezin gevonden 🙂

Vandaag kijk ik naar buiten, en bedenk dat mijn dagje gisteren wel zonniger was. Geen nood, ook binnen kan ik mij bezig houden met tuingedoe. Opkuis is voorlopig een nuloperatie, en alle beschikbare plooi- en andere tafels staan vol…Paprika’s aubergines en kruiden doen het goed, en ik heb me voorgenomen om niet voor half maart te beginnen aan de tomaten. Dat wordt nog moeilijk vrees ik, als het buiten zo nat blijft.

op de keukenvloer

Jullie hebben nog één stukje te goed, helemaal vanachter gebeurt er ook vanalles.

Zaaikoorts

Ik heb even getwijfeld om man des huizes een gastlogje te gunnen. De jongen had zoveel plezier, dat de tranen over zijn wangen liepen, hij zich haast verslikte in zijn koffietje, en zijn gezicht de kleur van een rijpe tomaat kreeg.

Dit alles na het aanschouwen van onze keuken, mijn zaaiwerkzaamheden en een opmerking van mij. Zo langs mijn neus weg, dat ik eigenlijk nu al plaats te weinig zal hebben in de serre… en dat de tomaten nog niet gezaaid zijn, zelfs nog niet geselecteerd.

De keuze van gereedschap was blijkbaar ook lachwekkend.

speciaal zaaigrondschepje

Alles wat goed schept kan volgens mij gebruikt worden om potgrond uit zakken in zaaibakjes te brengen. Een sopje (voor zoon twee thuis komt, zijn favoriete koffietas!) en er is niks gebeurd.
Er kwam een schampere opmerking dat ik misschien beter eerst de keuken wat had opgeruimd alvorens zaaibakken te willen uitwassen, plantenspuiten te vullen en heel de tafel in te palmen. Tja, ’t zou waarschijnlijk gemakkelijker werken zijn…

paprikazaden

Maar jongens, plezant dat dat was! Minizaadjes, proper geschreven labeltjes en een woonkamer met plooitafels, het hoort er allemaal bij.

gerecycleerde moestuinagenda

Ik recycleerde Wim’s moestuinagenda van vorig jaar. Alles wat ik dit jaar doe wordt op de juiste datum, maar in een andere kleur geschreven. Vorig jaar was ik goed begonnen, maar na enkele maanden neemt de drukte in de tuin toe, en de activiteit in zo’n boekske af. Hergebruiken dus, een nieuw aanschaffen vond ik er wat over.
Wel confronterend: ik lees hier net dat vorig jaar op 14 februari de narcissen al geel kleurden, maar nog niet open stonden. Nu staan ze met moeite drie centimeter boven de grond…

De Winterkamperfoelie (Lonicera purpussi “Winterbeauty”) begint eindelijk te bloeien, en op zo’n zonnig dagje als vandaag geurt die ook heerlijk. Eens proberen of ik dat geurtje kan vangen in een olie, om een crème van te maken. De Gele kornoelje (Cornus mas) is nog net niet uit de startblokken, en het Nieskruid (Helleborus oriëntalis) zal dit jaar eerder vroege lentebloeier dan winterkleur zijn. Knoppen genoeg, maar nog laag bij de grond, en ver van open.

Op 14 februari zag ik een moedig bijtje vliegen, de katten hebben de kolder, de tortels denken alleen maar aan nageslacht produceren, man des huizes lacht met mijn zaaigedrag: de lente is volgens mij echt in aantocht!