Auteursarchief: Heidi

Mijn zadenruillijstje: de tomaten

Wat toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Best wel een hele lijst ondertussen…en een hele hoop potjes die hier de vensterbank bevolken.

fermenterende tomatenzadenVoor uw en mijn gemak hou ik het redelijk kort, en maak ik vier groepen: kerstomaten, “gewone” tafeltomaten, coeur-de-boeuf types en romatomaten.

Kerstomaten
*Pendulina Yellow: een nieuwe generatie tomaatjes, de plant hoeft niet te worden opgebonden. In de vollegrond wordt de plant breed. Eigenlijk is ze het meest geschikt voor potten en “hanging baskets”. De trossen met kleine heldergele kerstomaatjes hangen dan over de rand. Buiten uitplanten vanaf half mei, in de kas vanaf half april. Dit zgn. struiktype (zelftopper) hoeft niet te worden gediefd. Plantafstand 60-80 cm.
Wegens plaatsgebrek zette ik die in potten, en dat is altijd nefast… Ik vergeet dat water te geven. De momenten dat ze wel goed gesoigneerd werden: superlekker.
* Black cherry: donkere, middelgrote kerstomaat . Heel productief vroeg ras met roodbruin-rode ronde vruchtjes. Rijke, zoete smaak (sappig); ook geschikt voor pot. De eigenwijze tuinier, van wie ik deze zaden ooit kreeg, waarschuwde mij: het moeilijkste aan dit tomaatje? Wachten tot het donker genoeg is, en pas dàn in je mond steken.
* Green grappe: groene, druifgrote tomaatjes. Ze beginnen donkergroen, en rijpen af naar een iets geliger groen. Geen nood, de knik in het steeltje is een perfecte barometer om ze op het ideale tijdstip te plukken. Zeer productief.
* Sweet baby: wat mij betreft de allerlekkerste kerstomaat. Foto
* Zuckertraube: rode zoete kerstomaat. Zeer krachtige groeier, produceert grote trossen met rode smaakvolle zoete kerstomaatjes die net iets groter zijn dan gewone kerstomaten. De planten zijn geschikt voor teelt in potten en bakken.

Tafeltomaten
* Heidi: Een tomaatje dat ik moest en zou hebben, ah ja! Eddy bezorgde mij enkele zaden, met de waarschuwing dat ze al wat ouder waren, dus dat succes niet gegarandeerd was. Eddy, bij deze: tomatenzaden uit jouw collectie hebben het hier nog nooit laten afweten 😉 . Een rozerood, sappig tafeltomaatje, zeer productief en ook tot laat op het seizoen oogstbaar.
* Hellfrucht: zoet, vast, sappig trostomaatje. Vroeg. Volgens sommige bronnen dezelfde als Moneymaker.
* Rose de Berne: zeer productief ras. Rozerood. Oorspronkelijk uit Zwitserland afkomstig. Mooie ronde vorm met sappig en zoet vruchtvlees. Middelgroot, lekker, een blijvertje hier. Ik vraag mij af of die -e aan Bern daar niet te veel staat. De Zwitserse hoofdstad heeft dat toch niet?
* Tournesol blanc: zotjes, een roomwitte tomaat, die toch de heerlijke smaak van zo’n rode zongerijpte heeft. Ik kreeg de zaden van een Veltster, en deelde het jaar daarna zowel zaden als plantgoed uit. Ergens is er toch een kruising gebeurd, want ik had geen roomwitte, maar lichtoranje tomaten, met een feloranje tot rood “poepke”. Ook lekker, maar waarschijnlijk niet echt zaadvast. Voor de zekerheid vroeg ik zaden aan mijn schoonzus, die wel de perfect roomwitte had. Wie ze vraagt krijgt van die oogst, in de hoop dat ze niet gekruist zijn.
* Moneymaker: in de jaren ‘50 en ‘60 was de Moneymaker één van de meest populaire variëteiten om te kweken. Deze tomaat bracht in die tijd veel geld in het laatje bij kwekers, vandaar de naam. Tot op de dag van vandaag is het een populaire tomaat, zowel door de vorm als de smaak. De tomaten zijn middelgroot, 4 / 5 cm in diameter. De forse plant is zowel geschikt om te groeien in kassen als in de open lucht. Na zo’n 80 dagen kan er geoogst worden. Deze bleef ook maar vruchten maken, in november plukte ik de laatste trossen.
* Black Zebra: bruingroen-donkerrood gestreepte, middelgrote, ronde cocktailtomaat. Heel productief laat ras. Milde aromatische smaak

Coeur de boeuf
* Coeur de Boeuf van de markt van Edegem: zaden gewonnen uit een tomaat die mijn moeder op de markt kocht, en o zo lekker vond. Geeft een ietwat rozige, grote tomaat.
* Gildo Pietroboni: eentje die er elk jaar bij moét. Dit is de lekkerste dikkerd uit mijn serre. Rode, sappige, zoete tomaten, die per stuk tussen de 600 en 800 gram kunnen wegen. Rob vond ze ook lekker, een fotootje vind je hier.
* Roze Russische: die speelt volgend jaar niet meer mee hier. Weinig opbrengst, en niet echt “wow” van smaak.
* Terhune: type coeur-de boeuf tomaat, oranjeroze kleur. Grote vrucht met een redelijk aantal zaden, en een grillige vorm. Dieprood vruchtvlees, eerder fletse smaak en weinig productief. Hier zeker geen blijver.
* Amande pink: rozige, iets kleinere vleestomaat.
* Marvel striped: 
roze-oranje gestreept vruchtvlees, voelt sponsachtig aan bij het versnijden. Mooie, diep gelobde vruchten, met een grote variatie in vruchtgrootte.
Eerder melige, zoete smaak, en weinig zaden. Goed voor saus en soep, minder om zo te eten. Een zeer productief ras, waarvan begin augustus de eerste tomaat geplukt werd.

Marvel striped, klaar voor in de kookpotMarvel striped

* Russian persimmom:
abrikooskleurige vleestomaat, overheerlijk en zeer productief. Als ik mij niet vergis was dit één van de eerste die ik kon oogsten, en ook een plant die tot in oktober bleef gaan. 
* Marmande Franske:
 Katelijnse dikke vleestomaat. Deze werd nogal bejubeld op de zadenlijst van Velt, maar ik vond die wat tegenvallen, vooral qua opbrengst. Die komt in onze serre alleen als ik plaats teveel heb.
* Yubileyni tarasenko: een Oekraïense topper ontwikkeld in 1987 door de Sovjet-Unie tomatenkweker Fedor Tarasenko die zijn 75e verjaardag vierde in 1987 en de tomaat vernoemde naar deze viering: “Tarasenko’s Jubileum”. Krachtige, grote planten dragen grote clusters met ei-vormige vruchten van 100-150 g. De vruchten hebben een grappig spits uiteinde, het zogenaamde tepeltje. Ze hebben een zeer uitgesproken, evenwichtige, complexe en heerlijke smaak. Deze beschrijving haalde ik van ’t internet, bij mij overleefden de plantjes de transfer naar de serre niet. Ik kreeg vorig jaar echter zaden genoeg, ik kan delen.
* Burgess stuffing: Een tomaat om te vullen. Meer kan ik er niet over zeggen, ook deze overleefde de reis van warme keuken naar koele serre niet. Dat had vooral te maken met de ruwe behandeling onderweg. Krak, zei dat steeltje… Ik kreeg genoeg zaden om te uit te delen.
* Turks muts:
Een rare. Heel veel lobben en insnijdingen, gekke vorm, maar helaas snel geplaagd door ik weet niet wat. Amper vier tomaten heb ik daar van geoogst, en die verdwenen in de saus. Eerlijk is eerlijk: die krijgt volgend jaar een nieuwe kans.

tomatensaus

Roma
* San Marzano: de alombekende donkerrode saustomaat. Ik had gezegd dat ik ze nooit, echt nooit meer zou zetten, want die plant had altijd iets. Tot ik de zaden van Velt bestelde: geen omzien naar, en lekkere tomaatjes. Niet echt veel, dus misschien zal hij er volgend jaar toch nog uitgebonjourd worden.
* Amish paste: 
afkomstig uit de Amish gemeenschap in Amerika, waar deze tomaat sinds 1885 wordt geteeld. Hartvormig-ronde roma-tomaat. Zowel geschikt voor saus als om vers te eten. Middenlange rijptijd.
* Andine noire: donker, langwerpig, zeer productief. Prima voor saus.

 

 

 

Advertenties

Computers die het laten afweten

…dat is om het van te krijgen. Tijdens de keukenverbouwing lag mijn laptopke veilig weg voor alle stof op onze slaapkamer. Compleet verwaarloosd, daar had ik even geen tijd voor.

Toen die tijd er wel weer was, voelde het ding raar aan. De trackpad reageerde niet, ik voelde zelfs geen klik. Raar. Tot ik eens naar de onderkant keek. In plaats van een mooi vlak bodempje leek mijn computer wel gesmolten en nadien terug opgesteven. Bah.

Ook met een externe muis: geen reactie.
Met toetsenbordcommando’s lukte er wel nog één en ander, maar daar ken ik te weinig van. Frustrerend.

Het einde was al wel langer in zicht, maar toch. ’t Komt altijd ongelegen.

Gelukkig staan de belangrijkste dingen op een externe harde schijf, en heb ik een “time-machine” kopie van alles. Terugzetten van bestanden en programma’s zou geen probleem mogen zijn. In theorie. Om één of andere reden vindt de nieuwe computer mijn zorgvuldig gemaakte backup niet, is mijn fototoestel een nobele onbekende en blijken de time-machine voorkeuren niet zo vlot instelbaar als ik wel zou willen.

Ook de programma’s krijg ik dus voorlopig niet overgezet, geen Photoshop, Bridge en andere dingen die ik gewoon was, dus dat wordt nog een beetje puzzelen, ooit, als ik tijd heb.
En balen, nu, want ik puzzel niet graag met computers.

Mijn zadenruillijstje: de blaadjes

Wat toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Omdat sla niet per definitie saai konijnenvoer moet zijn: een assortimentje fris groen om creatief uw bord te vullen. Gewoon laten in bloei komen kan natuurlijk ook, zo heb je weer zaden om volgend jaar te ruilen.

Spinaziezuring kreeg ik enkele jaren geleden via deze ruil. Ik zaaide een rijtje, en er gebeurde niet veel. Bij een tweede poging wel. Dit is een vaste plant, steeds weer het eerste frisse groen dat komt piepen, en ik zaaide het aan de rand van een moestuinperk waar ik nogal last heb van oprukkende legers slakken. Die vinden die spinaziezuring wel ok, maar kunnen het gewoon niet bijhouden, dus ze blijven meestal daar in de buurt hun buikjes rond eten.
Door de forse groei kunnen wij het ook niet bijhouden, en krijgen de kippen regelmatig wat oogst toegestopt. Ze steken zelf ook hun kop door het hekje om te “grazen”, dus ’t valt in de smaak. Iets waar je geen werk aan hebt, en dat ook niet woekert (hier toch niet). Ik zou het ook in de siertuin durven gebruiken, alles staat er nu in november nog steeds fris bij. Na aanhoudende vorst verdwijnt het blad, om dan in de vroege lente terug te komen.

Nieuw-Zeelandse spinazie: een soort die hier ook nooit wilde ontkiemen, tot die ene keer. En toen vergat ik te oogsten… Ik kan niks zinnigs vertellen over de smaak, maar het is wel een toffe plant die veel zaden produceert. Blijft groeien, en je kan er van blijven plukken. Ik probeer hem zeker opnieuw, deze keer om op te eten.

Rode tuinmelde is een éénjarige, waarvan de jonge blaadjes rauw gegeten kunnen worden. Zeer mooie donkerrood-paarse kleur, die ook perfect in een siertuinborder kan. Alleen is dat voor mij te veel werk om elk jaar opnieuw een eenjarige te voorzien. In de moestuin, op kale grond, zaait de plant zich iet of wat spontaan uit, maar niet in die mate dat het vervelend wordt (hier toch niet). Waar hij niet gewenst is is hij overigens zeer makkelijk uit te trekken. Ik gooide een massa zaden in een hoekje waar ik nog wat kleur wilde, maar daar kwam niks boven. de rijtjes die ik in de moestuin zaai kiemen wel altijd. De plant wordt zo’n anderhalve meter hoog, en produceert heel veel zaden. Ook hier deel ik met de kippen.

Oost-Indische kers groeit hier in een kleurenwaaier van roomwit over geel en oranje tot rozerood. Ik vind de roomwitte en de donkere het mooist, maar welke er uit de gemengde zaden die ik heb zullen komen is niet te voorspellen. Alles kruist met mekaar, en palmt tegen het einde van het moestuinseizoen zowat alles in.
Nu liggen de verlepte blaadjes als een dekentje over de moestuin, en daar mogen ze blijven tot in het voorjaar, Zo beschermen ze de grond, en vogels vinden onder dat dekentje zowel zaden als insecten. De grond eronder is lekker kruimelig in de lente.
Bloemen, blaadjes én zaden zijn eetbaar (en lekker pittig). De zaden kan je ook inmaken als kappertjes. Project voor volgend jaar.
Ik zaai ondertussen geen Oost-Indische kers meer, die komt overal spontaan op. Wat teveel is haal ik snel weg, in de lente zit ik meestal knabbelend in de moestuin. Heerlijk, die blaadjes.
Als er niet genoeg in de buurt van de boontjes staan, dan verplant ik ze even, want luizen zijn gek op dit plantje (en zo hou ik ze weg van de bonen)
Mogelijk besteed ik ooit nog eens een logje aan de heilzame werking van dit plantje, dat zou mij nu te ver voeren. Op mijn to-do lijstje voor volgend jaar staat tinctuur maken, hier vooral voor de reinigende werking op (puber)huid.
Echt, een toppertje! De zaden van “Milkmaid” zijn wel bijna 100% zeker alleen roomwit.

Chinese bieslook is ook zo’n veelzijdig ding. Blad, bloem en zaden kunnen gegeten worden, ook bij deze plant kunnen de onrijpe zaden als kappertjes gebruikt worden.
Een iets breder blad dan bieslook, afgeplatter en wat bleker groen. De bloemen zijn grote witte bollen die bestaan uit allemaal kleine bloempjes. Perfect winterhard, de zaden zijn koudekiemers. Na enkele jaren kan je zeker de plant delen, en hij zaait zich ook spontaan uit (in de directe omgeving van de moederplant).

De oerprei is ook eentje uit de alliumfamilie. Een lichtgroen, winterhard preitje, dat groeit uit een bol. Je kan er van snijden zoals bieslook, hij groeit wel terug. In augustus verlept het blad, en kan je de bollen opgraven om uit te delen. Ik ben daar veel te lui voor, en kijk, ik kreeg nog een tweede kans: prachtige witte bloemen, die ook voor veel kleine zaden zorgden. Ik heb zelf geen ervaring met het zaaien van deze oerprei, maar hoorde al van veel andere mensen dat het perfect lukt.
Verplanten en teeltwissel hoeft niet echt, bij mij doet hij het al jaren goed in de vaste kruidenborder. Dicht genoeg bij mijn wandelpad, zodat ik in de winter vlot kan oogsten. Heeft (hier toch) geen last van roest of preimineermot.

Wie foto’s wil zien moet misschien eens de zoekfunctie op mijn blog proberen, en anders vriend Google. Zoals de planten er nu bij staan zijn ze niet echt fotogeniek, ik heb geen sokken aan dus buiten lopen wordt te koud, en er roept een plafond heel hard “schilder mij! schilder mij!”. Dus als u mij wil excuseren nu?

 

 

 

Mijn zadenruillijstje: de pepers en paprika’s

Een eerste toelichting bij mijn zadenruillijst, die je hier kan vinden.
De soorten die ik in aanbieding heb staan vet.

Pepers en paprika’s, een mens kan daar nooit genoeg van hebben, vinden wij hier. Omdat onze serre maar een beperkte oppervlakte heeft moet ik elk jaar hartverscheurende (nu ja) keuzes maken, woekeren met beschikbare oppervlakte, en toch ook altijd een aantal planten buiten zetten.

Dit jaar loste ik het op met een trucje van Diana: 3 planten op de plaats van eentje. Dat ging behoorlijk goed. Een steunpaal in de grond, en drie plantjes er rond planten. In het begin liet ik ze wat doen, maar eens de planten blad genoeg hadden verwijderde ik alles tot een hoogte van ongeveer 25 cm. Blote stammetjes, en behoorlijk wat opbrengst.

De zoete puntpaprika’s (zaden van Rob) deden het buiten beduidend beter dan in de serre. Ze rijpten buiten veel vlugger af, en hadden ook veel meer vruchten per plant. In de serre stonden ze dan wel tot vandaag, terwijl de buitenplanten al zo’n maand niks meer doen.
Ook Lipstick was zo eentje. Mooie rode vruchten, veel vroeger rijp buiten dan binnen, en ook veel productiever. Ze bleven in de serre wel tot na het eerste vorstprikje hangen. Vandaag werd de plant verwijderd, en oogstte ik de laatste paprika.

paprika Lipstick
Carribean red, daar is voorlopig niet veel rood aan. Te laat gezaaid? Te weinig licht en/of warmte? De plant werd vandaag ook uit de serre gehaald, nadat ik nog een massa grote, mooi groene vruchten oogstte. ’t Schijnt dat paprika’s niet narijpen, we zien wel.

paprika Carribean red
De lekkerste dit jaar was ongetwijfeld Doe Hill, een afgeplat geel blokpaprikaatje, met sappig, zoet vruchtvlees. Het exemplaar op de foto is van vandaag, en heeft nog een klein groen stukje, maar eind augustus tot zowat half oktober aten we veel van die lekkere geeltjes. Ze waren toen ook iets groter.

gele blokpaprika Doe HillAlma zette ik dit jaar niet zelf, de zaden zijn van vorig jaar. Een roomwit afrijpende buitensoort, maar niet echt waw vinden wij hier. De struik groeit ook nogal chaotisch, en geeft zo nogal wat kans aan slakken. Ik herinner mij dat die paprika’s altijd pas heel laat rijp waren, en dat ik ze dan eerder aan de kippen gaf dan er zelf nog iets mee te doen. Nu ja, misschien kunnen jullie beter 😉

Sweet Choco, da’s eentje die hier volgens mij nog nooit al zijn troeven heeft uitgespeeld. Weinig opbrengst, dun vruchtvlees, maar wel lekker zoet, en met die speciale donkerrood- tot echt chocoladebruine kleur. In de serre geen enkele vrucht, en buiten waren de slakken mij meestal voor. Ik geef hem volgend jaar nog een kans, maar als er niet meer opbrengst is vliegt hij onverbiddelijk uit mijn collectie.

De mini oranje paprika’s zette ik met drie in een pot. Ooit gekocht als een leuk hebbedingetje, bij Ecoflora, maar uiteindelijk is dat niks voor een groot gezin. Er zijn nooit genoeg paprika’s samen rijp om eens iets deftig mee te doen, en het is veel te veel prutswerk voor mij voor wat het maar opbrengt.
Ik vond ze ook niet echt fantastisch van smaak. Je hoeft ze natuurlijk niet op te eten, een plantje met kleine oranje paprika’s is ook wel gewoon mooi op een balkon of terras. Ik zet ze niet meer, dus heel mijn voorraad zaadjes mag weg.
Om een idee te geven van het formaat legde ik er eentje op een dessertlepel. Ze zijn wat verrimpeld omdat ze louter voor zadenoogst gebruikt worden.

mini paprika oranjePepertjes, da’s altijd een succes: een beetje tot heel veel hot is hier altijd welkom.
Red Fire geeft een massa leuke vruchtjes die omhoog staan aan de plant, en kleine kaboutermutsjes lijken. Deed het zowel in de serre (in een pot) als buiten in volle grond uitstekend. Omdat we zoveel pepertjes niet zomaar eventjes opeten droog ik ze, en zo zijn ze enkele jaren houdbaar. Heerlijk om een spaghettisaus of soep mee te pimpen.

Ook de Rode cayenne is zo eentje. Heet, productief en makkelijk te drogen. Die stond dit jaar ook in pot in de serre, en buiten in volle grond.

Nog een heet dingske: Aji white fantasy. Al was dat niet altijd even duidelijk. Sommige vruchtjes kon ik eten als een paprika, terwijl oudste zoon (die echt wel veel pikanter eet dan ik) mij met een vuurrood hoofd beschuldigde van foute informatie.
Groter dan de vorige twee, roomwit afrijpend, en niet echt geschikt om als geheel te drogen. Misschien wel als je ze in stukjes snijdt, maar dat is dan weer te veel moeite voor mij. Ik denk dat ik ze verwerk tot een witte sambal, of invries. Wordt vervolgd.
Onderstaande foto nam ik vandaag, net voor de plant plaats moest maken voor spinazie. Zoals je ziet: nog behoorlijk fris. De verlepte blaadjes die je rechtsboven ziet zijn van de Smartmatplant. Als je goed kijkt zie je daar ook nog een groen pepertje aan hangen.

plant vol witte pepertjes Aji white fantasy
pepertje Aji white fantasy

Zowel Smartmat als Hellofresh hebben hier een aantal dozen geleverd, ooit. in elk van die dozen zat eens een pepertje, en ik vond dat de moeite om te proberen daar iets meer mee te doen dan gewoon in de saus te draaien. De zaden werden geoogst, en elk jaar heb ik hete Hellofresh pepertjes, en milde Smartmat pepertjes. Misschien kan een echte kenner er wel een ras op plakken, maar ik vind ze gewoon lekker. Ze zijn merkelijk groter dan de twee andere soorten.
Ze zijn perfect te drogen, maar dat vraagt meer tijd dan de Rode cayenne of Red fire.
Die van Smartmat (de milde) oogst ik ook groen. Vandaag werden de laatste geplukt.

Hieronder van klein naar groot: Red fire, Aji white fantasy, Rode cayenne, Hellofresh en Smartmat, allemaal vanop het droogrek.

pepertjes van klein naar groot
Voor wie niet meedoet met de zadenruil bij Rob: je mag het steeds laten weten als je zaden van iets zou willen proberen. Als er nog over is stuur ik met veel plezier een pakje op.

Tot slot nog een prentje van de oogst van de dag. Ik ben heel blij dat ik een groentenhofke heb dat een beetje zelfredzaam is.

oogst van de dag

 

 

 

Een schop onder mijn gat

Voila, Dat had ik nodig om hier weer eens iets te schrijven, en die kreeg ik.

Van zonen en man, want “die nieuwe computer, heb je die nu eigenlijk al gebruikt?” en van Rob van Natuurlijk Rijk, want de lijstjes voor de zadenruil moesten dringend binnen. Die actie waar ik eerst niet ging aan meedoen.

zadenruil

©foto: natuurlijk-rijk

Mijn excuus: ik heb de tuin gewoon de tuin laten zijn dit seizoen, en nauwelijks tijd gehad om aan iets anders te denken dan “keuken”. Gelukkig gaat de natuur zijn gangetje, en komen zaden vanzelf aan de planten. Een rondje oogsten, wat peuter- en prutswerk, stinkende potjes fermenterende tomatenzaden, en kijk, ik ben er weer helemaal klaar voor. Het is altijd weer plezant om al die zakjes in de bus te vinden, en elk jaar weer zijn er fantastische tomaten, paprika’s en mooie bloemen en planten die ik zomaar bijeen geruild heb. Een beetje moeite doen geeft elke keer veel resultaat. Mijn volledige lijstje zaden schreef ik eerst netjes op, en vind je (binnenkort) op de blog van Rob. Foto’s worden nog steeds GSM-gewijs genomen.

lijst te ruilen zadenOmdat een lijstje ook maar gewoon een lijstje is had ik zo het idee om hier in een paar afleveringen wat meer uitleg te geven, en eventueel wat fotootjes bij te voegen. Zo weet je wat je in huis haalt 😉 .
Als er na de ruil bij Rob nog zakjes overblijven zijn ze voor mijn lezers. Ik laat het jullie weten.

Ik kan alvast vertellen dat de zadenruil mij eindelijk weer in gang heeft gezet. Zaden sorteren, kijken waar ik veel van heb en wat dus geruild kan worden, weggooien wat nu ondertussen al 4 of 5 keer niet kiemde/niet lekker was/wel kiemde maar niks opbracht, een verlanglijstje maken voor volgend jaar, al eens snuisteren in de zadenlijst van Velt, oplijsten welke tomaten en paprika’s blijvertjes zijn, de mentale aantekening maken dat ik niet voor vijf jaar ver hete pepertjes moet zaaien, enzovoort, enzoverder. Zelfs mijn blog geraakt op die manier weer gelanceerd.

IMG_20171111_181137.jpg
Kijk, mijn bakjes zijn weer opgekuist en staan klaar voor het nieuwe seizoen. Als de serre opgeruimd is start ik daar alvast weer met wat kervel, spinazie en winterpostelein. Veldsla lukte vorig jaar in december ook nog, dat wordt zeker nog gezaaid. De grond wordt beter gebruikt in plaats van kaal gelaten, zei Jos mij, en hij kan het weten, want hij schreef zowaar een boek over alles wat met de serre te maken heeft. Voor Sint Maarten zal het al te laat zijn, maar wie weet gooit Sinterklaas dat boek wel in mijn schoentje? Ik ga er anders met plezier zelf om, dan krijg ik wellicht een gesigneerde versie.

Zoals dat dikwijls gaat met voornemens, kan het zijn dat dat hier ook weer verwatert na een paar keer… ik beloof dat ik mijn best doe, maar hier wordt nog steeds druk behangen, geverfd, geschuurd, geretoucheerd, en van keukenverbouwing gedaan.
’t Zijn de laatste prutsen, we vinden het nog altijd plezant, maar we kijken wel uit naar terug wat orde en rust (in hoofd en huis) en minder stof overal. Ook over het keukenproject: een update volgt wellicht.

 

 

 

Keukenverbouwingen – 10. Decoratiewerkzaamheden

Plafonds hangen, da’s voor samen. Alle voegjes en vijsgaatjes toestoppen, opschuren, weer voegen, nog eens alles effen wrijven en dat nog eens allemaal herhalen, da’s voor man des huizes. Op zijn eigen limbo-wijze.

Als het egaal genoeg naar zijn (en mijn, dat spreekt) zin is, is er weer samenwerking vereist. Vliesbehang op plafonds kleven, da’s een behoorlijk karwei.
Eender in welke richting we de panden zouden hangen, sowieso zouden er stukken van meer dan 7 meter bij zijn. Haaks op de lichtinval dan maar, dat schijnt het minst opvallende naden te geven. Ook de langste stroken natuurlijk.

Voorbereiding is alles. De eettafel werd gebombardeerd tot snijtafel. Stelling, krukjes, ladders, kortom alles waar je op kan staan om iets hoger te kunnen werken werden in mekaars verlengde gezet, om een zo lang mogelijk stuk te kunnen kleven in één keer.
Lijm, rollen, borstel, vochtige vodden, scherp mes, schaar: alles binnen handbereik.
De eerste lijn werd met een smetkoord afgetekend, en hopla, we waren vertrokken. Grote stukken, rechtdoor, het vlotte wonderwel.

Het geweldigste attribuut was deze jongen:

terrasbezem ingepakt in stucloper
Een in stucloper ingepakte terrasbezem. Ongeveer even breed als de rol papier, en dankzij de verpakking konden de stugge haren niks beschadigen. Een echte steun in moeilijke tijden.

bezem als steun voor plafondbehang
Soms deed hij de job quasi alleen (net als man des huizes, lijkt het wel), andere keren hielp ik een handje, of werd hij als aandrukinstrument gebruikt. We hebben daar een filmke van ook, maar mijn filmskills zijn volgens kenners niet goed genoeg om het resultaat te publiceren.

bezem om behang aan te drukken

Soms vroeg ik mij af waarom ik geen boekje mee op mijn laddertje had genomen, andere keren wenste ik dat ik meer fitness gedaan had om die armspieren misschien toch iets minder snel te voelen verzuren.

zen met vliesbehang
verzurende armen
’s Avonds was alle gyproc bedekt, en de enkele naadjes die niet naadloos (mwoehaha, vermoeide stofhersenhumor!) aan mekaar sloten werden vakkundig opgevoegd door man des huizes.

De volgende morgen werden ze opgeschuurd, en mocht ik beginnen verven.

plafonds verven
Dat sjaaltje op mijn hoofd, da’s puur functioneel. Veel minder gedoe om dat na de werken weg te gooien, dan om elke keer haren uit het plafond te vissen, of dagenlang met een nog grijzere schijn dan gewoonlijk rond te lopen. Primer, dat krijg je er zomaar niet uit met een beetje shampoo.

’s Avonds klaar, ’s anderendaags de afwerklaag. Ondertussen hield man zich bezig met vanalles en nog wat. Deurlijsten opvullen en afschuren, plinten weghalen, stukjes muur cementeren, stukken voorzien van schildertape, enfin, nuttige dingen zeg maar.
Zo kon ik elke keer ook weer iets verven: deuren, een stuk muur dat gevliesd was en klaar stond, de gordijnbak die we maakten. Geen tijd voor verveling.

eindelijk geverfd - na 20 jaar...
Al die streepjes links op de foto werden netjes overgenomen op een rest vliesbehang.
Jaren, namen en streepjes: heel de groeievolutie van mijn jongens, dat mag toch niet zomaar verloren gaan hé?
Vrijdag zagen we dat we echt goed op schema waren. Nog een paar rechttoe-rechtaan muren, en dan konden ze dinsdag zonder veel problemen beginnen.

Conrad van Woonfase zou nog langskomen om laatste dingetjes te overleggen, en belde vrijdagavond om af te spreken.
– Of we klaar waren voor een logistieke uitdaging?
– Ha ba ja zeker?
– Wel, dan kom ik morgen niet alleen afspreken, maar beginnen we er aan, oké?
En of dat oké is voor ons. Drie hele dagen vroeger dan gepland beginnen aan de keuken? Dat is toch wel een vreugdedansje waard!

Ik weet het, de foto’s zijn van erbarmelijke kwaliteit. Het is hier nog steeds een grote werf, met veel stof, dus het moet allemaal met een telefoontje gebeuren. En soms zijn mijn spieren zo moe dat ik allemaal bewogen foto’s heb. Maar ge krijgt een indruk, op die manier…

 

Keukenverbouwingen – 9. Hoog en droog

Plafonds dus.
Ons huis (de benedenverdieping) is hoog. Ons keukenplafond is daarbij ook nog eens van beton. Met een laagje plaaster over, maar dus niks waar je “raprap” eventjes wat lichtpunten bijlegt of kabeltjes verplaatst.
Door de hoogte is het wel perfect mogelijk om een beetje te zakken.
Net niet genoeg natuurlijk, ge kunt dat peinzen, dus weerom kap- en breekwerk. De draagbalken werden volledig ontdaan van hun onderste laagje gips. Stof. Again.
Ze pasten nadien wonderschoon bij ons geïmproviseerd gordijn.

steunbalken met bijpassend bouwerfgordijn
Dan was het echt “meccano voor volwassenen”.

meccano voor volwassenen
Eerst met een laser de juiste hoogte uittekenen op de muren, en dan randprofielen bevestigen. Bijkomende moeilijkheid: de leggers zijn standaard 4 meter, en wij hadden juist iéts langer nodig. Maatwerk (en wachten) of improviseren.
Dat laatste is bijna een gewoonte hier ten huize, we bevestigden houten latten op de muur, daarop de randprofielen, en zo kwam het perfect uit om ook de dwarsleggers vlot te monteren. Piece of cake, als je goeie pluggen, vijzen en boormachines hebt.

randprofielen en dwarsleggers

In de namiddag ging het met haken en ogen. Letterlijk. Oogvijzen in het plafond, daar een veer aanhangen, en de draagprofielen inklikken.

IMG_20170811_153440
Waar nodig werden twee stukken aan mekaar verbonden met speciale ijzertjes, en daarna klikten we met kruisverbindingen de dwarse leggers vast. Ook hier verlengden we waar nodig.

IMG_20170811_184125

IMG_20170813_170632

Op het oorspronkelijke plafond tekenden we een boog, met een mal die we zelf maakten adhv de buitenafwerking van ons dak. Op geregelde afstand werd een blokje hout bevestigd, en daartegen schroefden we MDF, om zo een gebogen gordijnbak te maken, netjes weggewerkt.

Eventjes pauze voor ons. Een beetje opruimen, en alles toegankelijk maken voor de elektricien. Er werden gaten (gaten? heelder tunnels!) geboord om kabels bij te leggen. Er stond een man voor de deur die in een tiental minuutjes een gat voor de dampkap in het dak zou maken, maar meer dan twee uur zwoegde op vakmanschap van twintig jaar geleden. Duimdikke betonijzers bezweken uiteindelijk toch voor de diamantboor, maar het was spannend… gejuich en een pintje toen de boor eindelijk te zien was in de keuken.
Voorlopig houden we de regen buiten met een oude zinken kuip, maar op het plat dak moet nog zo’n “paddenstoel” komen.
Er werden sleuven en gaten voor stopcontacten voorzien, er werd overlegd met de keukenbouwer over afstanden, dieptes en hoogtes, er werden kabels doorverbonden om spotjes te kunnen hangen, geluidsisolatie aangebracht onder de kamer van zoon 3,  en tegen de avond waren we klaar. Romantisch hoor, zo’n grijs-geel gestreept plafond bij sfeerlicht…

plafond met isolatie bij sfeerlamp
Dinsdagmorgen (wij benutten feestdagen graag ten volle!) extra vroeg op, en platen hangen. Ik ben heel blij dat we ondertussen een beetje meer kennis van beschikbare materialen en hulpmiddelen hebben. Toen we twintig jaar geleden ons huis kochten en verbouwden werkten we met een pasdarm, houten balkjes en kaleerhoutjes. Ik stond (afgewisseld door anderen) in allerlei onelegante houdingen om met rug, hoofd, schouders en verzurende armen gyprocgedrochten van 2600 x 1200 en 16mm dik op hun plaats te houden terwijl man des huizes met een mond vol vijzen op de ladder kroop om zo snel mogelijk de last te verlichten.

Ilift voor gyprocplaten
Vandaag: laser, aluminium profielen die met een soort schaar op maat te knippen zijn, veren die je in hoogte kan regelen, en een lift om platen tegen het plafond te klemmen. Ik kan nu lieftallige assistente spelen en vijsjes aangeven.

Toen alles dicht was werd de boog opnieuw uitgetekend, op zo’n manier dat de platen een beetje voorbij de MDF komen, en we een ledstrip kunnen monteren die nooit spiegelt in de ruiten. Een achterbuur met ervaring in binnenhuisafwerking, die mee denkt, dat is goud waard! Een man des huizes die in dit geval handjes en brains tegelijk is ook. Ik vrees dat mijn hersens last hebben van stofaantasting 😉

Dan werd alles met de wipzaag afgezaagd, en werden metalen hoeknetjes bevestigd om het geheel mooi te kunnen uitplamuren. Daar is man des huizes nu volop mee bezig.

plafond plamuren

Gelukkig heb ik een moestuin en nog een beetje was en strijk, anders dreigde er voor mij acuut vervelingsgevaar!
Daarna nog vliesbehang er tegen, en dan kan ik beginnen schilderen. Jeuj, het eind komt stilletjesaan dichter!