Tagarchief: zilverbrakels

Villa Steenschot – 4. de kippen krijgen nieuw gras

Eigenlijk is alles wat nu volgt al eventjes geleden, maar mei vloog voorbij. Tijdens het Hemelvaartweekend deden we nog eens een beetje verder.

Een voorlopige schets op basis van de -toen- voorradige steenschotten werd onze leidraad.
Na overleg met de verkoper weten we nu hoe het moet. De houten hoekpalen bleken toch niet de beste resultaten te geven, en worden vervangen door gegalvaniseerde exemplaren die ingebetonneerd worden. Om de steenschotten een lang leven te garanderen worden ze ook niet rechtstreeks op de grond gezet, maar op een betonnen boordsteen. We zorgen er voor dat die zo weinig mogelijk zichtbaar is. Buiten zette ik bamboestokjes waar Villa Steenschot zal komen. Dat weekend begonnen we met de “fundering” en vloerruimte uitscheppen.

inspectue van de grasmatdukke pier gezienDe plaggen werden een nieuw tapijt voor onze kippen. Direct werd alles geïnspecteerd, en een massa dikke pieren kwamen nogal abrupt aan hun eind.

Een paar haagbeuken stonden nog in de weg. Buurvrouw gaf toestemming om ze te verplanten naar haar stuk tuin, op de scheiding met de achterburen. Op die manier is hun tuinhuis met bijhorende smijt-daar-maar-ruimte aan het zicht onttrokken en moeten die planten niet zomaar weg. Labeurwerk, weer een keertje. Daarna veel water en drastische snoei.

camouflage met haagbeuk

Op één na zijn ze allemaal in goeie gezondheid. Tja, ’t was niet meer echt het moment om te verplanten natuurlijk.

grondvlak uitgraven

Nadien deden we nog even verder, maar misschien weet je nog dat Hemelvaart niet droog bleef. Ronddabben in steeds vettiger wordende grond was geen fijne bezigheid, en dus kuisten we onze schup af. En die staat daar nu nog steeds.

Wordt zo snel mogelijk vervolgd.

Lente in ’t land

Overal plantjes die hun kwetsbare scheutjes boven de grond duwen. Drie zeer eigenwijze kiekens die zich daar niks-nougabollen van aantrekken. Ze krabben liefst dicht bij die frêle planten op zoek naar lekkers, met een nimmer aflatend enthousiasme. Geen goeie combinatie voor een tuin in volle groei…

Onze kippen hebben een mooi domein tot hun beschikking, maar het gras is altijd groener aan de overkant. Fladder, fladder, over het hek, en onze tuin is hun speelveldje. Hoog tijd dus om de schaar boven te halen en een knipje in de rechtervleugels te geven. Net als vorige keer  was dat weer een heel gedoe om die beesten te pakken te krijgen. Een kip in blinde paniek, da’s iets dat hard tegen uw voorhoofd kan botsen, zo ondervond man des huizes. Ook iets dat sneller loopt en hoger vliegt dan je voor mogelijk houdt. Nu ja, een aantal lachbuien later hadden ze alledrie wat kortere pluimen. Man houdt vast, ik ben kippenkapper van dienst.

gepluimd

Een half uur later was er alweer eentje uitgebroken…zucht. We moeten dus echt hun omheining verhogen. ’s Avonds waren onze drie madammen doodop: de pogingen om op hun geliefkoosde slaapplek te geraken leverden niks op. Geknipte kippen en een gesnoeide moerbeiboom, dat is niet de gedroomde combinatie voor onze hoenders. Eén voor één gaven ze op, en kropen voor ’t eerst in hun bestaan samen in Villa Kakelbont om te slapen. Da’s toch al één ontsnappingsroute minder: ’s morgens kunnen ze zich niet meer uit de boom laten vallen aan de verkeerde kant van hun omheining.
Voor de rest leken de kippen vooral kwaad, ’t zal weer eventjes duren voor ze het zich verwaardigen om uit mijn hand te komen eten.

I.v.m. Villa Kakelbont: in het mosproject lijkt na maanden eindelijk een beetje evolutie te zitten. De betonnen buizen kleuren stilaan lichtgroen. Ik vermoed dat het sneller zal gaan als de moerbeiboom weer een dicht bladerdak heeft, maar volgens mij haalde die karnemelk niet echt veel uit. Op onze zijgevel probeer ik één van de volgende maanden eens mosgraffiti, maar dan met een mix van mossen en karnemelk. Ik hou jullie op de hoogte.

 

Vergankelijk

Op werelddierendag deed ik zoals gewoonlijk een wandelingetje in de tuin. Beetje rammelend met wat graan in een potje, zodat de drie stuks pluimvee die vrolijk rondscharrelden pavlov-gewijs reageerden en op een spurtje tot bij mij kwamen. Eventjes verder nog, door ’t poortje, ja! Weer gevangen, hopelijk toch minstens tot morgenvroeg. Kiekens die in een boom slapen weten nogal rap waar ze er uit moeten vallen namelijk. Die ene tak die (voorlopig nog) over het hekje hangt vinden ze blindelings.

Die ochtend bedacht ik dat hun boomslaperij mogelijk in hun voordeel gespeeld heeft de voorbije dagen, want op terugweg naar mijn tasje koffie kwam ik deze mooie jongen tegen.

kopje dode wezel

Mijn parate zoogdierkennis is niet zo groot, dus moest ik even vriend Google raadplegen om uit te maken welk beestje van de marterachtigen hier zo in ’t zonnetje lag. Een wezel. Roofdier dat zich voedt met woelmuizen, zo leerde mij de natuurpuntpagina. Aha, een bondgenoot in de strijd tegen dat gespuis! Jammer genoeg niet meer actief.

Ik weet niet hoe het beestje aan zijn einde gekomen is, maar deze keer denk ik niet dat onze katten er iets mee te maken hebben. Compleet intact, geen bijtwonden, echt een schoon beestje. De katten lieten hem (haar?) ook volledig links liggen, geen gespeel zoals met dode vogels of muizen wel eens gebeurt. Vergiftigd? Hartstilstand? Kweenie.

wezel

Exact één week later was er van heel zijn bestaan bijna geen spoor meer. Een fijn skeletje met scherpe tandjes, en ribbekes zonder vlees. De maden van vleesvliegen hebben feest gehouden, en nadien werden die maden zeer gesmaakt door de (weerom ontsnapte) zilverbrakels. Jaja, de natuur is heel proper op haar eigen!

skelet wezel

 

 

 

Een nieuwe Villa Kakelbont

Ik vertelde het al eerder, ons  kippenhok was niet meer veel soeps. Het regende binnen, er durfde al eens een pootje scheefzakken, de toegangsdeur brak recent van haar hengsels…enfin, een nieuw hok was nodig. Ons madammen, we zien ze graag, en in ruil voor verse eitjes en gft-verwerking is een deugdelijk onderkomen toch een minimale wederdienst hé?

Ik vertelde het al eerder, wij doen hier graag aan recyclage. Er zijn vast wel ubercoole kiekenresidenties te koop, maar wij hebben creatieve breinen, genoeg materiaal als het oude kippenhok eerst gesloopt wordt, een achterbuur waar we machinerie die we zelf niet bezitten mogen lenen, en vooral : twee betonnen buizen die alleen nog in stukken geklopt ooit uit onze tuin geraken.

Ik vertelde het al eerder, we hadden voor onze kleine jongens een speelberg met twee buizen. Nu hebben we grote jongens die liever naar ’t stad trekken met een hoop vrienden en vriendinnen, en onze berg verdween. De buizen bleven, en ik riep zelfs jullie hulp in.

En kijk: hoow van huis met tuin bezorgde ons een idee dat langer beef hangen dan de anderen. Nog eens denken, spelen met wc-rolletjes (ah ja, da’s nét iets makkelijker hanteerbaar dan de echte buizen), meten, tekenen, DOEN!

We begonnen met de gedeeltelijke sloop van het oude hok, en nadat alle funderingsbetonblokjes en stabilisé weggegraven waren hadden we al een behoorlijke put voor buis 1. ’t Zit namelijk zo, als wij iets maken stellen we ons altijd voor waar de jongens het zullen voor gebruiken, en dat gecombineerd met onze verantwoordelijkheid als ouders levert altijd zeer (écht waar) degelijke, stevige constructies op. In dit geval dus met redelijk wat betonblokjes als fundering. Zucht.
Nu ja, we hadden dus zonder veel moeite een put, die hier en daar nog wat verder uitgeschept werd, en daar rolden we buis 1 in.rollen

Eigenlijk gaat dat best vlot, zo’n betonbuis verrollen. Meneer des huizes zorgde met zijn sterk gestel dat de buis ook rolde waar we het wilden, en na enkele minuten lag ze op haar plaats. We vulden alles terug wat op, zodat de overdekte wandelruimte al snel in gebruik kon genomen worden door de kipjes.

vullen

Buis 2 mocht wat hoger en iets meer naar voor. We maakten een provisoir hellingetje, maar dat was toch niet echt makkelijk werken. Meer doordacht, en meer mankracht, dat was de oplossing. Met alle bakstenen  die hier al jaren in zakken staan te wachten op een tweede leven zorgden we voor een talud op de juiste hoogte, voor de “vlotte rol” schepten we er de verbrokkelde stabilisé en nog wat aarde over, en dan kwam de truc met de zonen, balken, hefbomen, roepen, duwen, zweten, lachen en content zijn dat het gelukt is zonder geplette tenen of vingers. Toen was het zaterdagavond.

Zondag deden we ijverig verder:
Een stevige basis, gemaakt van een ex-terrastegel die ondertussen al voor vanalles en nog wat diende.

ondergrond

Daarop een stuk betonplex, in verstek gezaagd om de ronding van de buis toch iet of wat te volgen.

betonplex

Bevestiging voor de loopplank.

loopplankbevestiging

Balkjes op de grondplaat om straks de voor- en achterzijde tegen te schroeven.
balkjes
Achterzijde vastschroeven.
achterzijde

Ook op hoogte twee balkjes om het geheel wat vast te kunnen houden.
hoge balkjes

Voorzijde met kippenentree, zelfde maten als in hun vorige hok.
voorkant

Achterzijde met deurtje en kijkraampje.
achterkant

De nieuwe Villa Kakelbont!
nieuwe villa

Onze dames mogen uiteraard nog een beroep doen op een tuinier om alles terug een beetje “effen” te leggen en hun perceelsgrens aan te geven met kastanjehout. Ook een vals wandje vóór de puinfundering krijgen ze nog. Al twijfel ik sterk of ze zich daar ook maar een moment iets van zullen aantrekken!

We konden alles wat we voor de constructie nodig hadden hergebruiken van het oude kippenhok. Alleen enkele nieuwe vijzen werden gebruikt.

Ik vertelde het al eerder: wij, wij zijn een goed team!

 

 

Superlegkorrels?

DSC_7123Ba nee… Gewoon eindelijk gevonden waar ons  drie madammen hun ei kwijt willen.
Op de zolder van hun villa, tussen de zakken met houtkrullekes en graantjes. Uit mijn zicht, maar ze hadden niet op de ooghoogte van meneer des huizes gelet. Omelet, cake, crème brulée en chocomousse, olé!

Ijverig (moestuin)wijf

Nu de wereld op alle mogelijke manier laat zien dat de lente begint, begint het hier serieus te kriebelen. Dat was vorige vrijdag niet anders. Ik had zin om de groententuin te voorzien van een  compostdekentje. Wel jammer dat we zelf geen compost genoeg hadden om mijn plan uit te voeren, en dat meneer des huizes druk-druk-druk bezig was voor zijn werk. Ook op zaterdag geen mogelijkheid om met de remork eventjes wat biocompost voor madam te halen. Jammer, maar niet getreurd.
Er was werk genoeg dat ook zonder extra compost kon gedaan worden. We keken eens in ons eigen vat, en zagen dat er daar toch ook al wat bruikbaar “zwart goud” aanwezig was. Meer zelfs: zeer bruikbaar. Vorig jaar was er duidelijk iets dat we verkeerd gedaan hadden, kleffe stinkende drets hadden we toen, maar nu kwam er zoiets als bosgrond te voorschijn. Jeuj, we leren bij!

We verplantten de rabarber (amai, dat kan groot worden!), en voorzagen die rijkelijk van eigengemaakte compost. Verder werden de groentenbedden aangevuld met aarde, werd er nog een stukje berg weggeschept, kreeg de buurman alle verdwaalde bieslook en nog wat stukken rabarber, en legde ik met losse klinkers een paadje in de serre. Kwestie van mijn uitbundige jeugd te behoeden voor prille-zaailingskes-moord. Nog een voordeel: ik kan daar streepjes op zetten met krijt, daar waar een rijtje gezaaid is. Steeketiketjes durven hier nogal eens spoorloos verdwijnen. De grond in de serre werd voorzien van bodemverbeteraar, en er werd gezaaid en verspeend.

serre

Tegen het uur dat het aperitiefke riep, was er flink gewerkt. Tussendoor kregen een deel van de keukenkasten een wreefke, werden wasmachine en strijkijzer duchtig aan het werk gehouden en werd er nog wat opgeruimd ook. Lente, ik zei het toch…

Maandag had meneer het ook te druk (en mijn autootje heeft geen trekhaak), maar dinsdagvoormiddag stond er een kar vol compost op de oprit.

remork

En zo wist ik mij een hele dag in stilte bezig te houden: kruiwagen vullen, naar de moestuin rijden, uitkiepen, terug.

moestuin2

Nu ja, in stilte…da’s relatief natuurlijk: merels, vinken en mezen zongen vrolijke deuntjes, en enkele dikke hommels zoemden rond. De katten lagen te genieten in het zonnetje. Bij elke aai over hun bolletje klonk tevreden gesnor.

pluis

De narcisjes tonen hun zonnige geel, en op twee dagen tijd staan de verloren gewaande sneeuwklokjes nu toch te wiebelen op hun iele steeltjes. Dat zijn écht mijn lentefavorietjes. Eén enkel verdwaald wit krokusje piept boven, de rest is verdwenen.

krokus

Dit najaar mogen er nog een massa geplant worden, want dat zijn toch ook echt prachtige kleurbommetjes hé! Kijk eens hier. En hier. En hier. En hier. Ook hier. Ooooh, zo wil ik dat ook!

Zoon 3 kwam in de namiddag nog thuis met een frambozenstruik (ras onbekend) en een zaaitray. Ik blijf het fijn vinden dat ze af en toe wat mee naar huis krijgen uit de praktijkles. In die mini-vakjes zaai ik (of hij) één van de dagen kruiden en bloemetjes, direct in volle grond mislukt dat hier meestal.

Ondertussen is het weer compleet omgeslagen: koude, druilerige regen. Ik laat het inwerken van de compost voorlopig over aan mijn drie lieftallige assistentes.

moestuinkieken

Ze mogen al eens iéts doen voor kost en inwoon! Ik geniet van een tasje koffie, en ben blij met de voorjaarsbloeiers die ik van hier kan zien. Lente!

narcisjes

cornus mas

Zoveel te doen…

…Ik heb nog zoveel te doen… Dat was een populair liedje in mijn jeugd. En nu is dat gewoon écht waar…

In onze tuin lopen misschien wel tijgers rond, zonder dat we het weten. Het gras kan een kortere snit zeker verdragen, maar dat is niet evident als de grasmachine kapot is. Stiekem vind ik het helemaal niet erg, want dat gras, daar staan schone bloemekes in! Echte juweeltjes. Je moet het alleen willen zien. En naar die bloemekes komen beestjes. Ook schoon! Zolang het gras dus niet afgereden wordt, heb ik moois om naar te kijken en hebben al die kriebelbeestjes een reden om te blijven komen.

madeliefjes in't gras

roze bloemetjes

witte dovenetel

In de serre is ook veel te doen. De tomaten zijn geplant, maar hebben ondertussen waarschijnlijk dieven die groot genoeg zijn om uit te pitsen. Na een weekendje weg hebben ze ook nood aan wat water, stel ik mij zo voor. In de zaaitafel mag nog één en ander gezaaid worden, en de groenten die daar nu nog staan te blinken moeten dringend in volle grond. Ik wil dit jaar ook paprika’s en aubergines oogsten, dus ik zal toch wel eens plantjes aanschaffen. Bio, dat spreekt, maar dat vind ik niet direct naast de deur. De kruiden mogen buiten, de radijzen krijgen de allures van rode bietjes, en de rucola schiet in bloei. Werk genoeg! De bijenmengsels liggen hier nog op de keukenkast, en zonnebloemen, en nog héél veel.

Gelukkig heb ik toffe helpsters die het onkruid en de slakken onder de duim helpen houden. Drie zilverbrakels, die nogal eigenwijs en op hun vrijheid gesteld zijn. Ze slapen in de moerbeiboom, winter en zomer, en zijn de hele dag op zwier. Eéntje legt plichtsbewust dagelijks een mooi wit ei in het legnest. De twee anderen doen dat waarschijnlijk ook, op een tot op heden niet nader bepaalde plaats. De kakelbende moet dus geknipt worden, en enkele dagen een doorgedreven ik-leg-mijn-ei-thuis-training krijgen. Eigenlijk zonde, want ze komen ’s morgens aangekoerst als ze beweging zien in de keuken, en drie koerskiekens, ik verzeker u, daar wordt een mens goedgezind van!

zilverbrakelhennen in moerbeiboom

De rabarber groeit aan een snelheid die aangepaste menu’s en desserten vereist, de pas aangeplante struiken en bomen zijn zo’n lust voor het oog dat ik nog foto’s wil nemen van wat er groeit en bloeit, de af te plaggen vaste plantenborders liggen nog steeds onder een grastapijt en de takkenwal moet wat steviger tegengehouden worden. Dat wat betreft het to-do lijstje voor buiten.

Dat voor binnen, laat ons daar kort over zijn. Alles schrappen van het lijstje, wat echt nodig is komt vanzelf wel weer boven 😉